8 november 2018

Hans Grünfeld spreker bij de European Utility Week

Zonder industrietransitie geen energietransitie

Zakelijke energie grootgebruikers dragen bij aan de investeringszekerheid in Nederland door in nieuwe, duurzame technologieën te investeren voor hun productie.  Daarnaast zorgt de industrie voor meer flexibiliteit in het energiesysteem en biedt zij ruimte voor kostenefficiënte oplossingen, zoals het omzetten van CO2-uitstoot in grondstoffen. Zonder industrietransitie geen energietransitie. Dat is de boodschap die Hans Grünfeld, algemeen directeur van VEMW, op 7 november had voor vertegenwoordigers uit de energiesector tijdens de European Utility Week in Wenen.

Visie

Grünfeld was uitgenodigd zijn visie ten aanzien van energietransitie te delen tijdens de sessie over actuele uitdagingen voor zakelijke gebruikers van energie: “Zakelijke energiegebruikers in Nederland hebben momenteel te maken met drie grote uitdagingen: de ambitieuze CO2-reductie doelstelling van het Nederlandse kabinet, de stijgende prijzen van elektriciteit, gas en ETS in Europa, en de beoogde netuitbreidingen voor het gebruik van duurzame energie in Nederland. Door deze ontwikkelingen stijgen de kosten voor afnemers in belangrijke mate. Dit legt een nog grotere druk op de doelmatigheid van oplossingen en de benodigde investeringen. Deze energietransitie kan niet zonder industrietransitie, waarbij de industrie bijdraagt aan de investeringszekerheid door in nieuwe, duurzame productietechnologieën te investeren, flexibiliteit te bieden aan het energiesysteem en ruimte te bieden voor kostenefficiënte oplossingen zoals het omzetten van CO(2) in grondstoffen”.

European Utility Week
De European Uitlity Week is hét jaarlijkse evenement voor de Europese energie intensieve sectoren. Het is een platform waar allerlei vertegenwoordigers uit de energiesector bij elkaar komen en Europese strategieën voor een slimme en soepele transitie naar een CO2-arme energievoorziening bespreken. Dit jaar is het van 6 tot 8 november in Wenen georganiseerd omdat Oostenrijk momenteel de voorzitter van Raad van de Europese Unie is. Het programma bestond uit verschillende sessies met expert sprekers uit de industrie en energiesector, maar ook beleidsmakers en academici.