2 november 2018

DNB-analyse effecten CO2-belasting op economie

Nationale belasting zal concurrentiepositie significant verzwakken

DNB heeft op 31 oktober een rapport ‘De prijs van transitie’ gepubliceerd met een analyse van de effecten van een CO2-belasting op de Nederlandse economie.  In de chemische- en basismetaalindustrie, de delfstoffenwinning en de energiesector zou de grootste kostenstijging optreden, resulterend in een significante verslechtering van hun internationale concurrentiepositie.

Uitstoot
DNB stelt vast dat de CO2-uitstoot in Nederland minder snel daalt dan in andere EU-lidstaten. Een belangrijke oorzaak is de energie- en, vanuit de huidige brandstofmix, daarmee CO2-intensiteit van de  (petro)chemische- en metaalindustrie in Nederland ten opzichte van andere lidstaten. Anders gezegd, een specialisatie in uitstoot-intensieve producten en processen, zoals stoomreforming, naftakraken, of primaire staalproductie uit ijzererts. Maar, stelt DNB we verbruiken niet meer energie dan het Europees gemiddelde.

Kosten en belasting
De gemiddelde kosten van energie liggen voor de grootverbruikers in Nederland onder het Europees gemiddelde, maar  boven die in de VS, en zijn vergelijkbaar met prijzen in China en Brazilië. De prijs voor aardgas ligt net onder het EU-gemiddelde; in de VS liggen ze substantieel lager. In meerdere lidstaten worden volgens DNB CO2-belastingen geheven, met de afperking dat dit voornamelijk wordt gedaan in sectoren die buiten het EU-ETS vallen. Een CO2-belasting op de uitstoot van grootverbruikers, die onder het EU-ETS vallen, is daarom niet wijdverbreid in de EU. Een CO2-belasting, in het bijzonder op Nederlands niveau, zou de concurrentiepositie van met name de (petro)chemische- en metaalindustrie dan ook sterk verzwakken en het gelijke speelveld op Europees en globaal niveau beschadigen. De eindproducten van deze industrieën worden bovendien in belangrijke mate internationaal verhandeld, waardoor zij extra gevoelig zijn voor een ongelijk speelveld.

Uitgangspunten
DNB gaat in haar analyse uit van verschillende scenarios met  een extra heffing van  50 euro per ton CO2 bovenop de bestaande heffingen. Verondersteld wordt dat bedrijven de kosten volledig kunnen doorberekenen. Het rapport analyseert een periode tot vijf jaar. Voor de energie-intensieve industrie is dit een beperking omdat de onderhoudsmomenten van grote energie-intensieve installaties een interval kennen van minimaal 5 jaar. Dat vergroot  het zgn. carbon leakage risico dat vastgesteld wordt op de emissies uit het verleden. Het rapport analyseert de effecten van de belasting op CO2-emissies op de korte termijn. In het rapport zijn de eventuele weglekeffecten van een Nederlandse CO2-belasting niet opgenomen, en is tevens geen analyse uiteengezet van de netto CO2-reducties die zijn gekoppeld aan een CO2-belasting. Het terugsluizen van CO2-belasting naar de meest getroffen sectoren wordt genoemd als middel om carbon leakage te minimaliseren, maar de effectiviteit van dit instrument wordt niet geanalyseerd.


Prijseffecten sectoren

De gevolgen van een nationale CO2-belasting voor alle sectoren zijn volgens het rapport significant voor de productiekosten, de internationale concurrentiepositie, en de afzet. 

In het scenario dat alleen op Nederlands niveau een belasting wordt ingevoerd, zien energiebedrijven een gemiddelde kostenstijging van 11 procent. De kostenstijgingen zouden voor delfstoffenwinning 4,4 procent, voor basismetaal 3,9 procent en voor de chemie 2,0 procent bedragen. De internationale concurrentieposities zouden respectievelijk verslechteren met 4,3,  1,4, en 3,0 procent. De afzet daalt in elk van deze drie sectoren ook significant, gezien de sterke internationale concurrentie: de afzet van de delfstoffenwinning zou verminderen met 7,6 procent, de basismetaal met 2,2 procent en de chemie met 4,3 procent. 
Indien op Europees niveau een belasting wordt ingevoerd, zijn de kostenstijgingen hoger. Voor delfstoffenwinning 4,4 procent, voor basismetaal 4,1 procent, en voor de chemie 2,7 procent. De internationale concurrentieposities zouden respectievelijk verbeteren met 0,7 procent, 0,2 procent en verslechteren met 2,1 procent.  De afzet stijgt voor delfstoffenwinning met 1,2 procent, en daalt 0,6 procent voor basismetaal en 3,1 procent voor chemie.
Volgens het DNB rapport zou in de chemische- en basismetaalindustrie, de delfstoffenwinning en de energiesector de grootste kostenstijging optreden, resulterend in een significante verslechtering van hun internationale concurrentiepositie. 

Meer informatie kunt u hier vinden.

VEMW, 2 november 2018

Bij hergebruik gelieve terug te linken naar deze pagina