1 oktober 2018

Duurzaamheidsambities kabinet realiseerbaar, maar hoe?

PBL-analyse Klimaatakkoord ontbeert reëel handelingsperspectief

De klimaatmaatregelen die worden genoemd in het voorstel voor Hoofdlijnen van het Klimaatakkoord hebben het technisch potentieel om aan het doel van 49 procent emissiereductie in 2030 te voldoen. De jaarlijkse meerkosten van deze maatregelen zouden neerkomen op 3 - 4 miljard euro in 2030. Of het potentieel ook gerealiseerd wordt hangt volgens het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) volledig af van duidelijke budgettaire en beleidsmatige kaders, zoals keuzes voor concrete (beleids)instrumenten, die de komende maanden worden gemaakt. Dat concludeert PBL in zijn analyse van het voorstel. Wat volgens VEMW ontbreekt is hoe een reëel handelingsperspectief voor burgers en bedrijven kan worden gecreëerd. De appreciatie van het kabinet moet meer duidelijkheid geven.

Analyse
Het Klimaatberaad heeft het voorstel voor Hoofdlijnen van het Klimaatakkoord aan PBL voorgelegd om - beperkt op budgettaire lasten- en inkomenseffecten - te analyseren welke effecten de voorstellen kunnen hebben, onder meer op het gebied van emissiereductie en nationale kosten. Het PBL concludeert dat het voorstel niet in zijn geheel doorrekenbaar is omdat de instrumentatie achter de voorgestelde maatregelen slechts summier is uitgewerkt. PBL adviseert onder meer om dwarsverbanden tussen de vijf tafels (industrie, gebouwde omgeving, elektriciteit, mobiliteit, landbouw) te creëren omdat daar ook mogelijkheden liggen om doelmatig tot een reductie van de uitstoot én van – bijvoorbeeld infrastructurele - kosten te komen. Voor zover het nu wél te berekenen is, levert het totaal aan technische maatregelen ruwweg 3 tot 4 miljard euro extra jaarlijkse kosten op in 2030, met een benodigd investeringsniveau van 80 tot 90 miljard euro in de periode 2019-2030.

Industrie
Vanwege de lange levensduur van industriële installaties richt een kostenefficiënte strategie zich in de eerste plaats op het voorkomen van vroegtijdige afschrijvingen. Zeker voor de grote bedrijven raadt het PBL aan om transitieplannen-op-maat te maken die niet alleen op 2030 maar ook op de periode daarna (tot 2050) zijn gericht. Voor de langere termijn moeten nu al voorbereidingen worden getroffen in de vorm van demonstratieprojecten en de aanleg van de benodigde infrastructuur. Ook moet uitgewerkt worden welke mix van beprijzen, normeren en gericht subsidiëren het meest effectief is, hoeveel financiële ruimte de overheid beschikbaar wil maken en hoe de borging van afspraken vorm kan krijgen. Maatschappelijk draagvlak voor o.a. CCUS behoeft grote aandacht. Het belangrijkste knelpunt voor de elektriciteitsvoorziening lijkt de ontwikkeling na 2025. De elektriciteitstafel suggereert dat via sterke verdere prijsdalingen voor wind- en zonne-energie, de toepassing van wind- en zonne-energie na 2025 ook zonder steun vanuit de SDE+regeling verder zal kunnen groeien. Het PBL acht het raadzaam nu al te starten met de voorbereiding van een alternatief instrumentarium.

Handelingsperspectief
Algemeen directeur Hans Grünfeld van VEMW: “De analyse die het Planbureau voor de Leefomgeving heeft gepresenteerd roept de vraag op of dit tot nieuwe inzichten leidt. De conclusie van PBL is dat de beleidsdoelstelling van 49 procent CO2-reductie in 2030 haalbaar is. De opgave is complex, onder meer door de aanzienlijke wisselwerking met het buitenland. Er is een duidelijk kader met beleidsinstrumenten en budget nodig. Met deze conclusies van PBL zijn we het natuurlijk geheel eens. Dat alles was echter al bekend. Wat ontbreekt is hoe een reëel handelingsperspectief voor burgers en bedrijven kan worden gecreëerd, zodat zij beslissingen kunnen nemen die tot gewenste gedragingen inclusief investeringen kunnen leiden. Hoe komen we tot optimale energie- en industrietransitie routes voor Nederland, gebruikmakend van de bestaande kennis, expertise en infrastructuur, en de mogelijkheden die de energiesector en de industrie te bieden hebben. Ook is de vraag hoe gezorgd kan worden voor een werkelijk effectieve CO2-prijsprikkel. Het wachten is nu op de appreciatie van het kabinet. Die moet meer duidelijkheid geven over onder meer beleidsinstrumenten en budget.”

Meer informatie kunt u hier vinden. 

VEMW, 1 oktober 2018

Bij hergebruik gelieve terug te linken naar deze pagina