11 september 2018

Wateremissies beperken maar niet altijd tegen elke prijs

RWS ontwikkelt methode voor kosteneffectiviteit van emissiebeperkende maatregelen

Bedrijven die proceswater lozen en daarbij de best beschikbare technieken toepassen hoeven alleen verdergaande saneringsmaatregelen te treffen als deze kosteneffectief zijn. Dat betekent dat de kosten van maatregelen mogen worden meegenomen bij de beoordeling van die maatregelen. In 2018 is door Rijkswaterstaat een methode ontwikkeld die voorschrijft hoe dat gedaan moet worden. De methode is in nauw overleg met VEMW ontwikkeld.

Met kosteneffectiviteit  wordt bedoeld: de in rede te verlangen inspanning, uitgedrukt als jaarlijkse kosten (EUR) van een maatregel, afgemeten aan de jaarlijks vermeden emissie (kg-verwijderd). Als bijvoorbeeld een hele dure maatregel slechts een klein beetje vervuiling wegneemt, is zo’n maatregel meestal niet kosteneffectief. Centraal in de ontwikkelde methode staan de ‘kosteneffectiviteitsdrempels’. Deze zijn stofspecifiek. Zo heeft kwik een andere drempel dan stikstof: voor het verwijderen van een kilogram van de zeer waterbezwaarlijke stof kwik zijn de aanvullende kosten die van een bedrijf mogen worden gevraagd hoger dan voor het verwijderen van een kilo stikstof.

Het meewegen van de kosteneffectiviteit van maatregelen mag overigens niet in alle gevallen. Een bestaande lozing waarin nieuwe stoffen worden ontdekt of een lozing waar stoffen in aanwezig zijn waarvoor de waterkwaliteitsnormen zijn aangescherpt zijn voorbeelden van situaties waarin kosteneffectiviteit meegenomen mag worden.

De methode is vastgelegd in een document. Het kan worden gebruikt door bedrijven bij het opstellen van een vergunningsaanvraag en door het bevoegd gezag voor de beoordeling van lozingsaanvragen.

Bron: VEMW


Tags: Afvalwater