15 augustus 2018

WTO: ook Gazprom moet EU-regels toegang gasmarkt volgen

Kernafspraken derde reguleringspakket gewaarborgd

De regels voor toetreding tot de Europese gasmarkt zijn niet oneerlijk, discriminatoir of anderszins in strijd met de internationale handelsregels. Dat blijkt uit een uitspraak van de Wereld Handels Organisatie (WTO)  in een zaak die Gazprom in 2014 heeft aangespannen tegen de Europese Commissie. De uitspraak is van belang voor de Europese Commissie, de EU-lidstaten en de Europese gasmarkt omdat  het de kernafspraken van het derde energiepakket, zoals het non-discriminatie beginsel, waarborgt.

Klacht Gazprom
Op 30 april 2014 heeft Rusland  er bij de Europese Commissie en de EU-llidstaten op aangedrongen de regels van het zogenaamde Derde Reguleringspakket voor de energiemarkten in Europese Unie te veranderen omdat deze oneerlijk zouden zijn en zouden leiden tot een ongelijk speelveld. Daarbij zou Gazprom benadeeld worden ten opzichte van andere marktspelers, zoals gasproducenten in de EU en invoeders van LNG. De regels met betrekking tot onder meer ontvlechting van de organisatie (‘unbundling’ van de rollen producent, transporteur, leverancier), regels voor de invoer van LNG, regels voor upstream netwerken en  infrastructure le uitzonderingen (‘exemptions’)  en -investeringen (PCI’s) zijn vastgelegd in  richtlijnen, verordeningen, raamwerkafspraken en codes. Het standpunt van de Europese Commissie is dat alle partijen die toegang willen hebben tot de Europese markt zich moeten houden aan de regels die door de EU zijn vastgelegd, ook Gazprom. Reden voor Gazprom om  op 11 mei 2015 de zaak voor te leggen aan de WTO omdat die regels in strijd zouden zijn met een vrij verkeer van goederen en diensten (non-discriminatie  vereiste).

Uitspraak WTO
In haar uitspraak weerlegt de WTO alle klachten van Gazprom met betrekking tot discriminatie en een ongelijk speelveld als gevolg van de Europese regels als systeem, alsmede de implementatie ervan in verschillende lidstaten, zoals Litouwen, Hongarije en Kroatië. Hoewel er verschillende modellen zijn om een splitsing van taken (productie, transport, leverantie) te regelen, is Gazprom er volgens de WTO niet in geslaagd aan te tonen dat er de facto sprake is van discriminatie die in het nadeel van Gazprom werkt. Dat geldt ook voor het feit dat LNG-terminal beheerders niet hoeven te splitsen. Hier is volgens de WTO geen sprake van discriminatie omdat het een ander aanbod betreft: LNG is in de zin van de handelsregels een ander product. Ten aanzien van de vermeende voordelen die binnenlandse EU-producenten van aardgas zouden genieten concludeert de WTO dat ook dit onvoldoende is aangetoond door Gazprom. Volgens de WTO is ook niet aangetoond dat Gazprom benadeeld wordt bij de stimulering van nieuwe infrastructurele projecten (PCI’s) die transportknelpunten tussen de verschillende markten en lidstaten moeten wegnemen.

Zowel Rusland als de Europese Commissie kunnen protest aantekenen tegen de WTO-uitspraak. Daarvoor geldt een termijn van zestig dagen, ingaande 10 augustus jl.

VEMW, 15 augustus 2018

Bij hergebruik gelieve terug te linken naar deze pagina