18 mei 2018

Industrie heeft kader nodig voor uitfasering Groningengas

Oproep VEMW in Tweede Kamer om uitfasering te kunnen versnellen

Bedrijven die laagcalorisch gas gebruiken van Groningenkwaliteit hebben een algemeen, faciliterend kader nodig om dat gebruik uit te faseren en zo een bijdrage te leveren aan de problematiek in Groningen. Zonder kader zal er weerstand tegen de uitfasering ontstaan en vertraging, onder meer door procedures over voorwaarden en verantwoordelijkheden. VEMW heeft zich tijdens een Ronde Tafelgesprek in de Tweede Kamer aangeboden als partner en broker voor het ontwikkelen van een uitfaseringskader voor de industrie.

Misverstand
De minister van EZK, Wiebes, heeft in januari 2018 aangegeven dat de regering het verbruik van laagcalorisch gas door de industrie versneld wil uitfaseren, zodat er uiterlijk in 2022 in principe geen industriële grootverbruikers meer zijn die laagcalorisch gas afkomstig uit de gaswinning in Groningen voor hun bedrijfsprocessen gebruiken. De minister vooronderstelt dat bedrijven dit hadden kunnen weten en voorbereid hadden kunnen zijn. Algemeen directeur Hans Grünfeld van VEMW benadrukte de Vaste Kamercommissie voor Economische Zaken tijdens een zogenaamd Ronde Tafelgesprek dat bedrijven verrast zijn, omdat er sprake is van een beleidswijziging. In 2012 is afgesproken dat gebruikers van hoogcalorisch gas (H-gas) hun installaties moesten aanpassen om een bredere kwaliteitsband aardgas te kunnen ontvangen. Alle gebruikers van laagcalorisch (Groningen)gas, dus huishoudens, tuinders en industrie kregen een transitieperiode van 10 jaar (2022), in 2014 verlengd tot 20 jaar (2032) aangereikt. Bedrijven hebben dat in hun planning en investeringsplannen opgenomen, om bij een volgende grote onderhoudsstop ‘H-gas-ready’ te kunnen zijn. Het is dus een misverstand dat bedrijven hadden kunnen weten dat ze in 2022 G-gas moesten uitfaseren. 

Kader
Grünfeld deed tijdens de Ronde Tafel een oproep om zo spoedig mogelijk met een algemeen, faciliterend kader te komen om de uitfasering van Groningengas in de industrie te versnellen. Hij sprak zijn overtuiging uit dat in goede samenwerking tussen overheid (ministerie van EZK) en bedrijven veel bereikt kan worden. Een nagenoeg volledige uitfasering van G-gas in vier jaar tijd is een grote uitdaging voor de bedrijven. Tijdens de vele gesprekken met industriële bedrijven is duidelijk geworden dat zij tegen allerlei vragen en onduidelijkheden aanlopen, zoals het wel of niet recht hebben op een H-gasaansluiting, de beschikbaarheid van voldoende stroom (netcapaciteit) om de warmtevraag te kunnen elektrificeren, de mogelijkheden en voorwaarden voor aanvoer van warmte via een warmtenet, inclusief de noodzakelijke back-up, de (on)mogelijkheden van verruiming van de uitstoot van NOx bij omschakeling naar H-gas, vergunningseisen bij de bouw van een biomassa installatie, etcetera. De minister houdt een gezamenlijk ontwikkelen van zo’n algemeen, faciliterend kader, waarbinnen vervolgens individuele maatwerkafspraken tussen minister en bedrijven kunnen worden gemaakt, nadrukkelijk af omdat het zou “vertragen en zelfs niet in het belang van de bedrijven” zou zijn. Volgens Grünfeld is het omgekeerde het geval. Zonder kader zal er weerstand tegen de uitfasering ontstaan en vertraging optreden, onder meer door procedures over voorwaarden en verantwoordelijkheden. VEMW biedt zich aan als partner en broker voor afspraken tussen bedrijven en de minister. Met als enige voorwaarde: “een zorgvuldige aanpak die uitzicht biedt op uitfasering zonder ons goede investeringsklimaat in Nederland te beschadigen. Want dat hebben we hard nodig, willen we niet alleen het probleem in Groningen succesvol aanpakken, maar ook die andere opgave, de industrietransitie, in goede banen leiden”. 

Kijk en luister hier naar de Ronde Tafel fragment met o.a. Hans Grünfeld.

Meer informatie kunt u hier vinden.

VEMW, 18 mei 2017

Bij hergebruik gelieve terug te linken naar deze pagina