17 mei 2018

Competitieve industrie nodig voor investeringen in transitie

Klimaat-, energie- en industriebeleid verdienen afstemming

De Europese energie-intensieve industrie moet competitief kunnen opereren om te kunnen innoveren en te investeren in verduurzaming. In Europa en Nederland. Daarvoor is een ondersteunend instrumentarium nodig met een afstemming tussen het beleid voor klimaat, energie en industrie. Dat was de belangrijkste boodschap tijdens het Energy Forum van IFIEC, de Europese zusterorganisatie van VEMW, in Brussel.

Afstemming
De industrie ziet de ontwikkeling en beschikbaarheid van duurzame en op circulariteit gerichte technologie niet als het grootste knelpunt voor verduurzaming van productieprocessen. De financieel-economische positie van internationaal opererende bedrijven is dat wel. Bedrijven moeten renderen om te kunnen innoveren en investeren. Daarvoor is het nodig dat de mogelijkheden en ontsluiting van energiedragers worden afgestemd op industriële routekaarten (2030 en 2050). Ombouw van fossiele bronnen naar hernieuwbare energiedragers maakt simpelweg dat iedere sector trekt aan dezelfde hernieuwbare elektriciteit, waterstof en biomassa. Onduidelijk is vooralsnog hoe realistisch dat is en wat de gevolgen daarvan zijn voor de beschikbaarheid en betaalbaarheid. Het klimaatbeleid moet afgestemd worden op industriepolitiek om de energietransitie en de industrietransitie hand in hand te laten gaan. 

Brandstofmix
De brandstofmix zal de komende decennia veranderen, met een vermindering van fossiele brandstoffen en een groeiend aandeel van hernieuwbare energie. De belangrijkste energiedragers worden naar het zich laat aanzien elektriciteit en waterstof, en wat bescheidener warmte uit geothermiebronnen. Een drager waaraan uit verschillende hoeken wordt getrokken is biomassa. Alle beschikbare biomassa zal nodig zijn voor voedsel, als grondstof voor producten en als energiebron. Verschuivingen in de brandstofmix die nu al plaatsvinden, bijvoorbeeld een vermindering van kolen-inzet ten gunste van aardgas, en de subsidiëring van hernieuwbare elektriciteit, leiden tot grote schommelingen in de betaalbaarheid. Waar Europa steeds afhankelijker wordt van Russisch aardgas, versneld door de ‘onbetrouwbaarheid’ van de Nederlandse gasproductie, trekt Azië steeds harder aan de beschikbare LNG, en leidt de toenemende vraag naar aardgas in het Midden-Oosten voor koeling, zeewaterontzouting, en elektriciteitsproductie tot totaal andere afnamepatronen en prijsvorming.

Emissiereductie
Het Europese emissiehandelssysteem EU-ETS is een belangrijk instrument om de transitie te realiseren. Het is echter geen ‘silver bullet’. Voor de industrie die acteert op de wereldmarkt is een gelijk speelveld van groot belang, en daar is nog steeds geen sprake van, ondanks positieve ontwikkelingen in onder meer China en Korea waar ook op emissiereductie wordt ingezet. De spelregels, zoals de emissierechtenpot voor de marktstabiliteitsreserve (MSR) en die om koolstoflekkage te voorkomen, zijn van groot belang om vanuit Europa een bijdrage te kunnen blijven leveren aan de transitie. Hierover en het zogenaamde ‘Clean Energy Package’ lopen de zogenaamde trialoog onderhandelingen tussen de lidstaten (Europese Raad) en het Europese Parlement en de Commissie. Het alternatief van een koolstofbelasting zal naar verwachting geen bijdrage aan een gelijk speelveld en marktstabiliteit opleveren, omdat lidstaten van de Europese Unie soevereiniteit blijven eisen op het heffen van belastingen en het besteden van die middelen.    

VEMW, 17 mei 2018

Bij hergebruik gelieve terug te linken naar deze pagina