11 januari 2018

Waterschapsbelastingen op de schop

Commissie Aanpassing Belastingstelsel wil heffingen aanpassen

De Commissie Aanpassing Belastingstelsel waterschappen heeft eind 2017 voorstellen gedaan voor aanpassing van de watersysteemheffing, de zuiveringsheffing en de verontreinigingsheffing. De voorstellen hebben gevolgen voor iedereen die belasting betaalt aan het waterschap dus zowel voor huishoudens (éénpersoons en meerpersoons) als bedrijven. Met de opbrengst van de heffingen bekostigen de waterschappen hun werkzaamheden. In 2016 ging het om zo’n 2,7 miljard euro (CBS).

Waterschappen zorgen voor waterveiligheid en voor schoon en voldoende oppervlaktewater. Met de aanpassingen wil de Commissie het belastingstelsel toekomstbestendig maken. Daarmee geeft zij gehoor aan de adviezen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) uit 2014. In een rapport betoogde de organisatie dat het waterbeheer in Nederland op orde is maar dat er ruimte is voor verbetering in de financiering.

Watersysteemheffing
De watersysteemheffing, bestemd voor bescherming tegen water en voor voldoende schoon oppervlaktewater, is verantwoordelijk voor ruim de helft van de opbrengsten van de waterschappen. Ten aanzien van deze heffing zet de Commissie in op een betere toepassing van het zogenaamde profijtbeginsel, waarbij de kosten worden verdeeld over de verschillende groepen die profijt hebben van de taken van het waterschap. Zo wordt bijvoorbeeld voorgesteld om waterschappen de mogelijkheid te geven om kosten van ‘plusvoorzieningen’ in rekening te brengen bij degenen die hiervan profiteren. Plusvoorzieningen zijn voorzieningen die boven de normale taakoefening van het waterschap uitgaan. Nu hebben de waterschappen deze mogelijkheid nog niet.

Zuiveringsheffing en verontreinigingsheffing
De grondslagen van de zuiveringsheffing en de verontreinigingsheffing moeten volgens de commissie op de schop. Dat betekent dat er met andere formules gewerkt gaat worden. Zo wordt de zuiveringsheffing, aan de orde bij lozing op de riolering en zuivering door een rioolwaterzuiveringsinstallatie, omgevormd tot een heffing die prikkels bevat om het lozen van bepaalde afvalwaterstromen aan te trekken en de lozing van andere stromen te ontmoedigen. Bij de zuiveringsheffing wordt, meer dan nu het geval is, het accent gelegd op het kostenveroorzakingsbeginsel (de kostenveroorzaker betaalt). Ook komen er mogelijkheden voor maatwerkafspraken tussen waterschappen en bedrijven. Bij de verontreinigingsheffing, aan de orde bij lozing direct op oppervlaktewater, wordt vooral ingezet op het principe van de vervuiler betaalt.

Gevolgen voor bedrijven
De zuiveringsheffing en de verontreinigingsheffing zijn van groot belang voor bedrijven. Bedrijven betalen vaak fors voor de zuivering van hun afvalwater door het waterschap. De voorstellen hebben tot gevolg dat bedrijven die veel stikstof en fosfaat lozen meer gaan betalen dan ze nu doen. Bedrijven die met name organische stoffen lozen gaan minder betalen. Een andere wijziging betreft de methode voor het vaststellen van het aantal heffingseenheden. Nu nog wordt gewerkt met de “CZV-methode”. De Commissie stelt voor om deze te vervangen door de ‘TOC-methode’. Verder zal de hoeveelheid afvalwater die geloosd wordt meer effect hebben op de kosten voor bedrijven. Zo wordt het maximale debiet (of ontwerpdebiet) opgenomen in de formule. Tot slot wordt in de nieuwe formules uitgegaan van totaal-stikstof, dus inclusief nitraat en nitriet.

Betrokkenheid VEMW
VEMW is al meerdere jaren nauw betrokken bij de discussie over het nieuwe belastingstelsel van de waterschappen. VEMW is door de waterschappen uitgenodigd om op 31 januari haar visie op de voorstellen te presenteren.

Op 9 februari aanstaande organiseert VEMW een lunchbijeenkomst over dit onderwerp, waarbij VEMW-leden bijgepraat worden over de voorstellen en de gevolgen van de hervormingen van de waterheffingen voor bedrijven. Leden die hierbij aanwezig willen zijn kunnen zich hier aanmelden.

Bron: VEMW, 11 januari 2018