9 november 2017

Overeenstemming over EU-ETS 2021-2030

Belangrijkste wijzigingen bekend, gevolgen nog niet

De onderhandelaars van de Europese Unie hebben gisteren overeenstemming  bereikt over een revisie van de richtlijn voor het Europese Emissiehandelssysteem (EU-ETS) voor de periode 2021-2030. De belangrijkste uitkomsten hebben wij in dit bericht opgenomen. VEMW zal de gereviseerde richtlijn nog nader bestuderen om een analyse te kunnen maken van de gevolgen.

Uitkomsten
Het emissieplafond zal vanaf 2021 jaarlijks met 2.2 procent verlaagd worden tegen 1,74 procent nu. Het aandeel van de emissierechten die geveild worden, wordt verlaagd van 57 naar 54 procent (-3%). Als (een deel van) de ontstane 3 procent ruimte niet wordt benut zal deze toegekend worden aan het zogenaamde Innovatiefonds. Er wordt een nieuw Innovatiefonds ingericht met 500 miljoen rechten. Dit moet – uitgaande van een gemiddelde prijs van 15 euro - 7,5 miljard euro opbrengen om innovatieve industriële projecten en schone energietechnologie te stimuleren, inclusief ruimte voor projecten om CO2 op te slaan (CCS).

Voor de volgende handelsperiode 2021-2030 vindt ook weer een bescherming tegen koolstoflekkage (‘carbon leakage’) plaats. Activiteiten die hier gevoelig voor zijn ontvangen 100 procent van de benchmark. Voor de overige activiteiten loopt het percentage vrije rechten af van 30 (2021) naar 0 procent (2030), met uitzondering van stadsverwarming (30 procent over de gehele periode). Bij de vrije allocatie van rechten vindt een update van de benchmark plaats in de range van -0,2 en -1,6 procent per jaar tussen 2008 en de gemiddelden van de relevante allocatieperiodes 2021-2025 en 2026-2030.

Door verdubbeling van de zogenaamde “Market Stability Reserve”  wordt het overschot aan emissierechten sneller verkleind met 2-2,5 (2024) tot 3 mrd (2030) rechten, om zodoende de marktprikkel in het emissiehandelssysteem beter te laten functioneren (prijsopdrijving door marktingrijpen: het creëren van schaarste). Het bepaalde overschot staat niet in relatie tot de onderliggende factoren zoals een economische crisis, de impact van overlappend beleid en emissie reducties die een gevolg zijn van technologische ontwikkelingen. Dat kan er bijvoorbeeld toe leiden dat een uitstoter van CO2, die geïnvesteerd heeft in schonere technologie, gestraft wordt door het resulterende overschot aan rechten uit de markt te halen.

Lidstaten mogen net als nu indirecte kostencompensatie geven om dubbele kosten voor EU-ETS bedrijven te voorkomen. Daarbij dient nadrukkelijk wel voldaan te zijn aan de regels voor verboden Staatssteun. Bij sluiting van kolencentrales mogen lidstaten emissierechten annuleren. Dat is voor Nederland van belang om een negatief CO2-prijseffect door sluiting te voorkomen.

Vervolg
Volgend op de onderhandelingen tussen Parlement, Commissie en de Raad (de ‘trialoog’) moet de overeengekomen tekst nog formeel goedgekeurd worden door het Europese Parlement en de Raad. Na goedkeuring wordt de gereviseerde EU ETS Richtlijn gepubliceerd in het Officiële Journaal van de Unie en wordt vervolgens 20 dagen later van kracht. VEMW zal de gereviseerde richtlijn nog nader bestuderen om een analyse te kunnen maken van de gevolgen. 

VEMW, 9 november 2017

Bij hergebruik gelieve terug te linken naar deze pagina