7 september 2017

VEMW: tarievenvoorstel gastransport onacceptabel

Tariefstijging van 4 procent niet herleidbaar

De Autoriteit Consument & Markt (ACM) heeft 6 september het tarievenvoorstel van Gasunie Transportservices (GTS) voor 2018 gepubliceerd. Dat voorstel bevat de tarieven die de landelijk gasnetbeheerder in 2018 in rekening wil brengen voor gastransport, aansluiting, balancering en kwaliteitsconversie. Opvallend is de voorgestelde stijging van de belangrijkste tarieven (transport en aansluiting) met 4 procent t.o.v. geheel 2017. VEMW vindt het onacceptabel dat deze voorgestelde stijging van tarieven niet herleidbaarheid is naar de onderliggende ontwikkelingen en toegestane kosten. VEMW zal hier verder op ingaan in haar zienswijze aan de ACM.

Tariefregulering
Toezichthouder ACM stelt op basis van regels, opgenomen in een zogenaamd methodebesluit, jaarlijks de tarieven vast die GTS als eigenaar en beheerder van het landelijk gastransportnet in Nederland aan haar afnemers mag berekenen. GTS beschikt over een natuurlijk monopolie en mag alleen de doelmatige kosten vergoed krijgen. Die kosten worden toegerekend aan de wettelijke diensten (transport, aansluiting, balancering, kwaliteitsconversie) die GTS verricht. In 2017 is voor het eerst een combinatie van omzetregulering (geen volumerisico voor GTS) met een kostenbenchmark toegepast met als resultaat een forse daling van de tarieven, met zo’n 11 procent  voor het gewogen gemiddeld transporttarief t.o.v. 2016.

Herleidbaarheid tariefstijging
Algemeen directeur Hans Grünfeld van VEMW: “de tarieven die GTS voorstelt stijgen gemiddeld met 4 procent ten opzichte van – geheel - 2017. Dat is opmerkelijk na een forse daling van 11 procent over 2017 en een verwachte verdere daling in 2018 door toepassing van een doelmatigheidskorting. GTS en ACM noemen een aantal ontwikkelingen en oorzaken, zoals toepassing van eenmalige tariefcorrecties in 2017, het GTS-besluit om het exitpunt Julianadorp te laten vervallen, een verdere daling van de verkoop van gastransportcapaciteit, maar ook een tariefdaling voor de kwaliteitsconversiedienst waar de onderliggende kosten van die dienst stijgen door verlaging van het Groningenplafond. Het is voor VEMW onacceptabel dat in het voorstel een duidelijk verband ontbreekt tussen de genoemde ontwikkelingen en de aangekondigde tariefstijging. Het is voor ons niet mogelijk om de kwantitatieve, absolute en relatieve, bijdragen van veranderingen aan de stijging – en daling – van tarieven vast te stellen. VEMW zal hier verder op ingaan in haar zienswijze.”

VEMW, 7 september 2017

Bij hergebruik gelieve terug te linken naar deze pagina