30 augustus 2017

VEMW: TNO oproep gasconversiefabriek roept vragen op

TNO oppert noodzaak bouw fabriek(en) door toename gasimport

Onderzoeksinstituut TNO meldt vandaag dat Nederland eerder netto gasimporteur zal zijn dan aangenomen. De overheid moet hier volgens TNO op anticiperen met de bouw van een gasconversiefabriek (stikstoffabriek) om de laagcalorische gasvoorziening  voor met name de huishoudens veilig te stellen. Opvallend is dat dit niet in overeenstemming is met de laatste informatie van de beheerder van de gasinfrastructuur in Nederland, Gasunie Transportservices (GTS).

Nederland gasproducent
Nederland is al enige decennia een netto exporteur van aardgas. De productie van laagcalorisch aardgas in Groningen (Groningenveld) en overwegend hoogcalorisch gas in on-shore en off-shore kleine velden was enkele jaren geleden met zo’n 70-80 mrd m3 groter dan de binnenlandse aardgasbehoefte (zo’n 40 mrd m3). De productie van de kleine velden loopt echter gestaag terug (in 2015 nog 22 mrd m3) en de winning van Groningengas is in een aantal stappen door het kabinet teruggebracht van 53 mrd m3 per jaar naar 21,6 mrd m3 i.v.m. de aardbevingsproblematiek (veiligheid). Daarmee komt het moment dichtbij dat Nederland netto-importeur wordt. Overigens importeerde Nederland in 2015 al 36 mrd m3 aardgas uit onder meer Noorwegen en Rusland. Gas dat voor een deel ook weer wordt uitgevoerd (doorvoer).

Gaskwaliteit
Laagcalorisch gas, gas van Groningenkwaliteit, wordt gebruikt door zowel huishoudens, industrie, glastuinbouw als elektriciteitscentrales. Hoogcalorisch gas wordt alleen gebruikt door de industrie en elektriciteitscentrales. Volgens TNO staat vast dat Nederland in 2029 sowieso afhankelijk is van gasimport. En dat buitenlandse gas is louter hoogcalorisch gas. Dat betekent dat dit gas in toenemende mate omgezet wordt naar Groningenkwaliteit (laagcalorisch) om de huishoudens te kunnen blijven bedienen. Maar volgens VEMW dus ook een deel van de industrie, centrales en de glastuinbouw. TNO gaat ervanuit dat er onvoldoende installaties zijn om die omzetting – kwaliteitsconversie – mogelijk te maken en adviseert de overheid dan ook extra fabrieken te bouwen.

Algemeen directeur Hans Grünfeld van VEMW: “de oproep van TNO om nieuwe gaskwaliteit conversiecapaciteit te bouwen roept vragen op. Gasunie Transportservices (GTS) opperde als landelijk gasnetbeheerder in het zogenaamde Netwerk Ontwikkelingsplan 2015 (NOP2015) weliswaar nog om een nieuwe kwaliteitsconversiefabriek te bouwen, die in 2019 operationeel moest zijn.  Maar wij hebben kanttekeningen geplaatst bij zo’n kostbare investering van zo’n 500 mln euro. De minister van Economische Zaken besloot in 2016 om de investeringsbeslissing voor zo’n fabriek met een jaar uit te stellen en tussentijds onderzoek te doen naar nut en noodzaak. Dat onderzoek is deze zomer uitgevoerd door GTS en leidt tot de conclusie dat GTS met de bestaande middelen uit de voeten kan , gegeven onder meer de nieuwe inzichten over de vraagontwikkeling naar laagcalorisch gas in Duitsland en België, en de mogelijkheden van operationele optimalisatie. Met aan de vraagzijde  mogelijkheden van demand side response en incidenteel ombouw van elektriciteitscentrales en industrie naar hoogcalorisch gas. Pas wanneer een politiek besluit zou leiden tot een substantieel lager Groningenplafond dan nu is ingesteld, komt de vraag naar investering in gaskwaliteitsconversie opnieuw aan de orde.”

VEMW, 30 augustus 2017

Bij hergebruik gelieve terug te linken naar deze pagina