29 juli 2017

Halen van klimaatdoelen vereist tijdige transitie industrie

Uitstoot kan met 95% in 2050 worden verminderd, terwijl tegelijkertijd de economische positie wordt versterkt

Het klimaatbeleid is naar verluidt een hoofdthema in de onderhandelingen voor een nieuw regeerakkoord. Geen eenvoudig onderwerp gelet op de verschillende ideeën die de beoogde coalitiepartijen hierover hebben. Intussen wordt de druk flink opgevoerd door een bonte stoet van opinieleiders, politici en maatschappelijke groeperingen. Dit tot ergernis van premier Rutte die sprak over een nogal gratuite oproep tot drastische CO2-reductie zonder concreet voorstel hoe dit gerealiseerd kan worden. De Nederlandse industrie, verenigd in VEMW, toont met een uitgewerkt plan aan bereid te zijn dit moeilijke onderwerp op te pakken en daarmee een cruciale bijdrage te leveren aan effectief klimaatbeleid.

Als ondertekenaar van het Verdrag van Parijs heeft Nederland zich voor een grote opgave gesteld. 80%-95% CO2-reductie in 2050 betekent het nagenoeg koolstofvrij maken van alle maatschappelijke activiteiten. Zo zal de energiesector volledig moeten verduurzamen, gebouwen energieneutraal worden, gas uit de woningbouw geweerd worden en zullen personen en goederen zich emissieloos gaan verplaatsen. Maar wat te doen met de industrie, goed voor ruim 40% van de totale CO2-uitstoot van Nederland?

Zonder transitie van de industrie kan Nederland niet voldoen aan het Verdrag van Parijs. Als producent van onder meer staal, chemische producten, voedsel en brandstof levert de industrie de noodzakelijke bouwstenen voor onze duurzame samenleving. Daarnaast is zij ook nog eens goed voor zo’n 60% van de uitgaven aan onderzoek en ontwikkeling en verantwoordelijk voor een miljoen banen. Hiervoor maakt zij gebruik van installaties met doorgaans lange afschrijvingstermijnen en is zij voor investeringen afhankelijk van veelal buitenlandse eigenaren. Aan de opbrengstkant bepalen onzekere kosten van energie en grondstoffen het verdienmodel voor het koolstofvrij maken van hun productie en producten. Om succesvol te zijn moet de industrie kunnen concurreren op een wereldmarkt. Dat alles maakt de transitieopgave bijzonder uitdagend.

Voor bedrijven uit chemie, agro-food en staal verenigd in VEMW aanleiding om een plan te maken voor de transformatie van de Nederlandse industrie naar innovatieve, moderne en nagenoeg CO2-vrije bedrijvigheid. Hiermee kan de uitstoot met 95% in 2050 worden verminderd, terwijl tegelijkertijd de economische positie wordt versterkt. Ondanks grote onzekerheden kiest de industrie er voor om niet te wachten maar kansen te creëren, gebaseerd op intrinsieke voordelen van ons land: een op een relatief kleine oppervlakte geconcentreerde en geclusterde industrie, die bedrijven in staat stelt stromen onderling uit te wisselen en zo uiterst efficiënt met grondstoffen en energie om te gaan en de CO2–uitstoot te minimaliseren. Door daarnaast flexibel gebruik te maken van de wisselende beschikbaarheid van duurzaam opgewekte stroom, helpt de industrie het elektriciteitssysteem te verduurzamen.

Het voorstel van VEMW, dat gebaseerd is op onderzoek van McKinsey & Company, voldoet ruimschoots aan de door premier Rutte gewenste concreetheid en duidelijkheid. Naast een achttal effectieve maatregelen — onder te verdelen in efficiëntievoordelen, benutting van flexibiliteit, opschalingsopties en innovatiekansen — bevat het voorstel suggesties voor beleid dat de realisatie mogelijk moet maken. Zo is het belangrijk dat de overheid, net als bij duurzame energie, financiële middelen ter beschikking stelt om nu nog onrendabele investeringen in bijvoorbeeld warmtepompen mogelijk te maken en kansrijke nieuwe technologieën zoals de productie van waterstof door elektrolyse in de praktijk te testen. Ook is het essentieel dat regelgeving die de transitie belemmert of bemoeilijkt wordt aangepast. Zo worden bedrijven ontmoedigd om te helpen de stroomvoorziening in balans te houden door tijdelijk meer of minder elektriciteit af te nemen. Ook zijn er tal van regels die bedrijven verbieden om reststoffen in te zetten als grondstof of brandstof. Voor het tot stand brengen van noodzakelijke gemeenschappelijke infrastructuur voor warmte, CO2 en bijvoorbeeld syngas is een actieve en initiërende rol van de overheid onontbeerlijk. Last but not least, samen met de industrie moet een gemeenschappelijke visie worden ontwikkeld op de beschikbaarheid van voldoende, concurrerend geprijsde en CO2-vrije stroom. Immers, de verduurzaming van de industrie leunt in belangrijke mate op de elektrificatie van het energiegebruik en de inzet van CO2-vrije stroom voor de productie van duurzame grondstoffen.

Een effectief klimaatbeleid vereist besluitvorming over de transitie van de industrie op korte termijn. Voor aanpassingen in complexe industriële processen is timing cruciaal. De beste gelegenheid voor investeringen in CO2-arme technologie dient zich aan wanneer door groot onderhoud installaties buiten bedrijf genomen worden. Zo kunnen gasboilers voor de productie van stoom worden vervangen door hybride systemen die kunnen switchen naar elektriciteit wanneer er veel aanbod van duurzame stroom is. In een deel van de ethyleenproductie kunnen procesaanpassingen de inzet van biomassa mogelijk maken. Deze kansen kunnen alleen worden benut als tijdig voorstellen zijn ontwikkeld en ter besluitvorming voorgelegd. Ook voor oplossingen die drastische kostenreductie vereisen, zoals de afvang en hergebruik van CO2 en de valorisatie van plastic afval, is opschaling en innovatie in de komende jaren noodzakelijk om vanaf 2025 resultaat te kunnen sorteren.

Sinds 1990 heeft de industrie twee keer zo veel broeikasgasemissies gereduceerd als Nederland in zijn geheel. Maar deze prestaties zijn onvoldoende om in de buurt te komen van wat een effectief klimaatbeleid vereist. Daarvoor is een trendbreuk nodig die het tempo van de CO2-reductie in de industrie vergroot. De industrie is bereid deze handschoen op te pakken. Daarvoor moeten nu en samen met het nieuwe kabinet concrete stappen gezet worden. Dat is noodzakelijk om de transitie van de industrie te versnellen en daarmee een effectief klimaatbeleid mogelijk te maken.

Verschenen in Het Financieele Dagblad op 29 juli 2017.

Lees tevens het interview met Hans Grünfeld over de industrietransitie, verschenen in Venster, een uitgave van Shell Nederland B.V.

Bij hergebruik gelieve terug te linken naar deze pagina