11 juli 2017

Minister pakt opkomende stoffen aan door betere uitvoering waterkwaliteitsbeleid

Effectiever beschermen drinkwaterbronnen met bestaande instrumenten

Opkomende stoffen worden aangepakt door verbetering van de uitvoering van de vergunningverlening, door gerichtere en ‘risicogebaseerde’ monitoring én via onderzoek naar stoffen die een bedreiging vormen voor de drinkwatervoorziening. Dit staat in een brief van de minister van Infrastructuur en Milieu die onlangs naar de Tweede Kamer is gestuurd. Aanleiding voor de ‘structurele aanpak van opkomende stoffen’ waren incidentele lozingen van stoffen zoals pyrazool, en recentelijk PFOA en GenX. Dit worden ook wel opkomende stoffen genoemd ofwel stoffen die niet (wettelijk) genormeerd zijn en waarvan de schadelijkheid nog niet is vastgesteld. Bij de genoemde casussen was er veel onduidelijkheid, onder andere over de wijze waarop drinkwaterbelangen worden meegenomen bij de vergunningverlening en over de bevoegdheidsverdeling tussen verschillende overheden.

Met de brief wordt duidelijk dat de minister vertrouwen heeft in het vigerende waterkwaliteitsbeleid. De belangrijkste instrumenten waarmee dit beleid wordt uitgevoerd (de Immissietoets en de Algemene Beoordelingsmethode Stoffen en Preparaten) zijn recentelijk (2016) geactualiseerd. Deze gelden voor zowel directe lozingen in oppervlaktewater als voor indirecte lozingen (via het riool op de RWZI). De minister wijst op de noodzaak van een verbeterde uitvoering, met name bij de beoordeling van indirecte lozingen waarvoor provincies en gemeenten bevoegd gezag zijn. Deze hebben de uitvoering vaak belegd bij omgevingsdiensten. De rolverdeling bij indirecte lozingen is niet altijd helder en er blijkt bij de betrokken instanties te weinig specifieke kennis aanwezig te zijn. De minister wil daarover afspraken maken met de bevoegde gezagen.

Naast het verbeteren van de uitvoering zet de minister in op het verbeteren van de monitoringprogramma’s. Dit betekent dat drinkwaterbedrijven op een uniforme wijze gaan monitoren en dat ze dat gaan doen op basis van een risicobeoordeling van bronnen en beschikbare meetgegevens. Ook gaan de bedrijven beter samenwerken met waterbeheerders.  Monitoring zal veel nieuwe gegevens opleveren  aan de hand waarvan de aanpak verder kan worden gefinetuned. Dat geldt ook voor het nader onderzoek naar risicovolle stoffen dat wordt uitgevoerd. Het accent zal liggen op stoffen die mobiel, persistent en toxisch zijn. Tot slot wil de minister zich inzetten voor een Europees geharmoniseerde aanpak van opkomende stoffen.

Uit de brief van de minister wordt duidelijk dat aanpassing van wet- en regelgeving vooralsnog niet aan de orde is. VEMW is tevreden met de verbetermaatregelen die de Minister voorstelt. In gesprekken met het ministerie heeft VEMW er steeds op gewezen dat niet het beleid als zodanig maar de uitvoering daarvan het belangrijkste knelpunt is. VEMW heeft gepleit voor een evenwichtige aanpak ofwel een aanpak waarbij de belangen van de drinkwatervoorziening worden gediend en er tegelijkertijd voldoende ruimte overblijft voor andere watergebruiksfuncties. Met de voorliggende structurele aanpak lijkt dat te gaan lukken.

Bron: VEMW 

Tags: Afvalwater