23 mei 2017

Verlaging Groningenproductie stelt gasvoorziening op de proef

Nieuwe studie moet inzicht geven in knelpunten en oplossingen

De verlaging van de productie van – laagcalorisch – Groningengas zet de bestaande middelen voor kwaliteitsconversie onder druk. Een mogelijk alternatief, de ombouw van grote gasinstallaties van de industrie en de elektriciteitsproductiesector, biedt beperkte mogelijkheden. Dat blijkt uit de beantwoording door minister Kamp (EZ) van Kamervragen van de SP-fractie naar aanleiding van een Kamerdebat op 20 april jl. over de (on)mogelijkheden van kwaliteitsconversie om een verminderde productie van laagcalorisch gas uit Groningen en de kleine velden op te kunnen vangen. Een nieuwe studie van GTS moet inzicht geven in knelpunten en oplossingsrichtingen.

Productie laagcalorisch gas
Huishoudens en deels industriële installaties in Nederland, Duitsland, België en Frankrijk zijn ingericht op het gebruik van laagcalorisch gas. Dat gas wordt sinds 1960 geleverd door het Groningenveld en een aantal kleine velden. De productie van laagcalorisch gas uit het Groningenveld is uit oogpunt van veiligheid in een aantal stappen teruggebracht van 53 (2013) tot 24 mrd m3 (bcm) in het lopende gasjaar. Voor het in september 2017 ingaande volgend gasjaar is het plafond verder verlaagd naar 21,6 bcm. Ongeveer evenveel als de totale productie (21,5 bcm in 2015; in 2000 was dat nog 48 bcm) van de 147 on shore en 105 off shore velden, waarvan echter maar 9 respectievelijk 15 zijn aangesloten op het laagcalorische systeem. Die kleine velden produceren dus vooral hoogcalorisch gas. Dat geldt ook voor geïmporteerd gas uit onder meer Noorwegen, Rusland.

Menging
Om bij een afname van het aanbod aan laagcalorisch gas uit Groningen en kleine velden toch te kunnen voldoen aan de vraag naar die gaskwaliteit in Nederland en de ons omringende landen worden zogenaamde mengstations ingezet, door menging van hoogcalorische en laagcalorische gasstromen en door toevoeging van stikstof (kwaliteitsconversie). Door het mengen van hoogcalorisch gas met Groningengas kan met minder Groningengas worden volstaan om te voldoen aan de vraag, dit binnen de afgesproken veilige bandbreedtes van laagcalorisch gas. Door het toevoegen van stikstof wordt het dan nog resterende hoogcalorische gas omgezet in ‘pseudo-‘ laagcalorisch gas.

Menging heeft de voorkeur boven stikstofinjectie omdat de daarmee gemoeide kosten lager zijn en dit minder belastend voor het milieu is. Door nu eerst het meest ‘laagcalorische’ hoogcalorisch gas naar haar mengstations te sturen optimaliseert GTS het gebruik van deze installaties. Daardoor kan, gegeven de hoeveelheid stikstof, meer pseudo-laagcalorisch gas worden gemaakt dan GTS aanvankelijk had geraamd op basis van de gemiddelde waarde van het in Nederland beschikbare hoogcalorisch gas. Omdat de mogelijkheden voor menging al uitgenut zijn, vormen de stikstofinstallaties in toenemende mate de balans tussen het aanbod van laagcalorisch gas en de behoefte aan laagcalorisch gas. De inzet van stikstof is fors gestegen van nog geen één procent in 2014 tot 60 procent nu.  In 2016 zijn beide middelen (menging en stikstofinjectie) ongeveer in gelijke mate ingezet.

Ombouw industrie
Als alternatief voor maatregelen aan de aanbodzijde van laagcalorisch gas is onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van vraagsturing: de ombouw van installaties van grote gasgebruikers in de industrie en elektriciteitsproductie (gascentrales). Van de 300 grootgebruikers die zijn aangesloten op laagcalorisch gas heeft landelijk gasnetbeheerder GTS een drietal industriële bedrijven en een viertal elektriciteitscentrales geïdentificeerd die omgebouwd kunnen worden naar hoogcalorisch gas teneinde de vraag naar laagcalorisch gas te reduceren. Kosten: zo’n 130 miljoen euro, waarvan de helft voor het doen van aanpassingen in de gasinfrastructuur van GTS. Het ombouwen van de dan nog resterende industriële bedrijven is volgens GTS niet of nauwelijks mogelijk omdat zij zich niet in de nabijheid bevinden van een transportleiding voor hoogcalorisch gas, en het bovendien gaat om relatief kleine volumes. Het omschakelen zou relatief hoge kosten met zich meebrengen, terwijl de effecten pas over enkele jaren te merken zouden zijn.

Algemeen directeur Hans Grünfeld van VEMW: “GTS heeft aangekondigd in juni met een nieuwe studie te komen die op basis van een capaciteitsmatige inventarisatie van vraag en aanbod inzicht moet bieden in de knelpunten en mogelijke oplossingsrichtingen. Wij hopen dat deze studie een goede basis vormt voor de verdere besluitvorming op dit belangrijke dossier voor wat betreft de betrouwbaarheid en betaalbaarheid van de gasvoorziening.”

Bron: VEMW, 23 mei 2017

Bij hergebruik gelieve terug te linken naar deze pagina