28 februari 2017

ILT velt hard oordeel over drinkwatertarieven

Inspanningen drinkwaterbedrijven leiden niet tot gewenste effect

Alle drinkwaterbedrijven voldoen op belangrijke punten niet aan de wet. Tot die conclusie komt de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) na onderzoek van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) naar de totstandkoming van de drinkwatertarieven. De ACM stelt vooral het gebrek aan transparantie van de tarieven aan de kaak. Drinkwaterbedrijven maken bijvoorbeeld onvoldoende duidelijk dat consumenten niet ook betalen voor zogenaamde niet-drinkwateractiviteiten zoals de levering van energie en warmte aan derden. Ook geven de drinkwaterbedrijven geen toelichting op de manier waarop zij kosten verdelen én hoe zij uiteindelijk tot een tarief voor de levering van drinkwater komen. Sinds de invoering van de Drinkwaterwet in 2011 moeten de tarieven kostendekkend, transparant en niet discriminerend zijn.

Het is niet voor het eerst dat de toezichthouder een negatief oordeel velt over de drinkwatertarieven. Al in 2013 constateerde ILT na onderzoek van de ACM dat geen van de drinkwaterbedrijven inzicht kon geven in de manier waarop ze hun tarieven voor het jaar 2012 bepaalden. De ILT heeft de bedrijven toen een schriftelijke waarschuwing  gegeven. Een volgende toetsing over het jaar 2013 liet zien dat er stappen in de goede richting waren gezet maar dat de tarieven nog niet transparant genoeg waren. De minister van I&M stelde vervolgens in een brief aan de Tweede Kamer dat in 2016 het resultaat van de inspanningen van de drinkwaterbedrijven zichtbaar moest zijn. Uit het recent uitgevoerde ACM-onderzoek blijkt nu dat de verbeteringen die de drinkwaterbedrijven hebben doorgevoerd niet het gewenste effect hebben gehad.

Uit het rapport van de ILT blijkt verder dat drinkwaterbedrijven de verbetering van de kostenefficiëntie niet meten. Ook konden zes van de tien drinkwaterbedrijven niet duidelijk maken dat de afschrijvingsmethoden en –termijnen die zij hanteren voor het berekenen van de vermogenskosten op algemeen aanvaarde bedrijfseconomische principes zijn gebaseerd. Tot slot blijkt dat twee bedrijven voor gelijke gevallen niet altijd ook gelijke tarieven hanteren. Daarmee voldoende deze bedrijven niet aan de wettelijke eis die stelt dat tarieven niet discriminerend mogen zijn.

De ILT stelt de drinkwaterbedrijven een aanwijzing in het vooruitzicht als ze bij de totstandkoming van de drinkwatertarieven over 2018 niet voldoen aan de wettelijke bepalingen. ILT richt zich niet op de tarieven van 2017 omdat de bedrijven deze al hebben vastgesteld.

Bron: Inspectie leefomgeving en Transport