18 oktober 2016

Wordt importafhankelijkheid stroom een risico?

TenneT rapport toont belang Europees-regionale monitoring aan

Wordt de importafhankelijkheid van elektriciteit een risico voor onze leveringszekerheid? Nederland wordt na 2017 in bepaalde situaties namelijk afhankelijk van stroomimport. Een paar jaar geleden was Nederland nog een netto exporteur door overcapaciteit van conventioneel (thermisch) elektriciteit productievermogen. Maar in toenemende mate worden installaties in de mottenballen gezet of zelfs definitief gesloten. De sterke koppeling tussen de Nederlandse markt en die van omringende landen, de uitbreiding van  interconnectiecapaciteit met Duitsland, België en Denemarken en de nauwe samenwerking op een Europees-regionaal, geïntegreerd net moeten de leveringszekerheid borgen. Dit blijkt uit het Rapport Monitoring Leveringszekerheid van landelijk netbeheerder TenneT. VEMW plaatst enkele kanttekeningen bij de monitor, waaronder het belang van Europees-regionale monitoring.

Productie
TenneT voert vanuit haar wettelijke taak ‘marktfacilitering’ jaarlijks een monitoring uit om - 7 jaren vooruit - inzicht te geven in de leveringszekerheid. Kernvraag: kan het binnenlandse beschikbare elektriciteit productievermogen de binnenlandse vraag dekken, en zo ja, in welke mate. In 2016 bedraagt het opgestelde operationele productievermogen in Nederland 27,8 GW, waarvan ruim 80 procent thermisch. Daarbovenop is ca. 4,6 GW niet-operationeel; in de ‘mottenballen’ gezet. Van de 27,8 GW wordt tot 2023 nog eens 1,1 GW vermogen gesloten (vervroegingen voorgenomen sluitingen) en 1,2 GW geconserveerd (‘mottenballen’). Een groot deel van het geconserveerd vermogen is relatief modern en flexibel; vermogen dat niet direct meer ingezet kan worden.

Importafhankelijkheid
De monitor laat zien dat de importafhankelijkheid na 2017 op bepaalde momenten toeneemt. Op zich is dat niet nieuw en hoeft het geen probleem te vormen voor de leveringszekerheid. Het Nederlandse elektriciteitssysteem is namelijk sterk gekoppeld met het buitenland. TenneT werkt nauw samen met andere Europese TSO’s en elektriciteitsbeurzen om de elektriciteitsmarkten in Noordwest-Europa te koppelen. Naast deze virtuele integratie wordt de fysieke interconnectiecapaciteit verder uitgebreid met nieuwe verbindingen met Duitsland, België en Denemarken. Zelfs wanneer in 2020 bovenop de door producenten gemelde conserveringen nog extra 1,5 GW aan productievermogen (gas en of kolen) niet beschikbaar zal zijn door sluiting of conservering, is er nog voldoende import uit de ons omringende landen mogelijk om de leveringszekerheid in Nederland te kunnen borgen.

Algemeen directeur Hans Grünfeld van VEMW: “De monitor leveringszekerheid van TenneT toont het effect van een goed functionerende elektriciteitsmarkt. In zo’n markt is geen ruimte voor enorme overcapaciteit. Maar kennelijk wordt er in Nederland nu zoveel capaciteit in de mottenballen gezet dat er momenten kunnen ontstaan van import afhankelijkheid. Daar waar Nederland een paar jaar geleden een netto-exporteur was. Of we op al die momenten van importafhankelijkheid kunnen vertrouwen op voldoende stroom uit Duitsland of België is niet te beoordelen op basis van de nationale monitor die TenneT heeft opgesteld. Het rapport toont het belang aan van een Europese- of regionale monitor, en die moet er naar onze mening dan ook snel komen. Naast blijvende aandachtspunten zoals de relatief eenzijdige Nederlandse brandstofmix, en de belangen van de aanwezigheid en inzetbaarheid van conventioneel, regelbaar en ander flexibel vermogen.” 

Meer informatie kunt u hier vinden

Bron: VEMW, 18 oktober 2016

Bij hergebruik gelieve terug te linken naar deze pagina