14 december 2015

Ambitieuze doelstelling VN Klimaatakkoord

Concretisering doelstelling uitvoeringsplannen nodig

Zaterdag jl. is in Parijs door 186 landen, waaronder Nederland, een nieuw VN Klimaatakkoord gesloten dat in 2020 in moet gaan. Daarin staan bindende, gemeenschappelijke afspraken om de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder 2 graden Celsius, met een duidelijk zicht op 1,5 graden Celsius. Een ambitieuze doelstelling. Om deze te realiseren is niet alleen concretisering nodig, maar zijn ook uitvoeringsplannen per lidstaat nodig en controlemechanismen die aantonen dat de gemeenschappelijke doelstelling gehaald wordt door gemeenschappelijke acties.

Klimaatakkoord
De 186 landen die het akkoord hebben ondertekend zijn goed voor 96,5 procent van de broeikasgasuitstoot van de wereld. Dat is een groot verschil met het in 1997 afgesloten Kyotoprotocol waaraan slechts 12 procent van de wereldwijde vervuilende landen zich committeerde. Het lange termijndoel is de opwarming van de aarde te beperken. Vanaf 2020 moeten wereldwijd stappen gezet worden naar een klimaatneutrale samenleving. Het pad dat de Europese Unie al heeft uitgestippeld naar een reductie van 80 tot 95 procent uitstoot van broeikasgassen in 2050 past hierin als ijkpunt. In de aanloop naar het akkoord hebben de 186 landen zogenaamde ‘Intended Nationally Defined Contributions’ (INDC’s) ingediend bij de Verenigde Naties. Omdat het klimaatprobleem alleen gemeenschappelijk aangepakt kan worden is een belangrijke afspraak de opgebouwde kennis en expertise met elkaar te delen.

Klimaatfonds
Om de doelen ook te kunnen bereiken zijn afspraken gemaakt over de financiering van een pakket aan maatregelen. Om die financiering robuust te maken wordt een Klimaatfonds opgericht, waaraan minimaal 100 mrd dollar per jaar toegezegd gaat worden, rekening houdend met de behoeften  en prioriteiten van ontwikkelingslanden, die ‘worden aangemoedigd’ om de uitstoot snel te reduceren. Een deel van de middelen is reeds toegezegd; november 2018 moet de financiering rond zijn. Onderdeel van het akkoord is ook een regeling over de omgang met klimaatschade, maar zonder wettelijke aansprakelijkheid.

Revisiesysteem
Er komt een mondiaal vijfjarig revisiesysteem dat alle landen aan hun verantwoordelijkheid moet houden om te blijven werken aan het verbeteren van het klimaat en aan het tegengaan van opwarming. Cruciaal is dat de landen die het akkoord hebben getekend uniform monitoren, verifiëren en rapporteren welke resultaten ze bereiken met de acties die ze nemen. In de periode 2016-2020 zal door de ondertekenaars van het akkoord een instrumentarium ontwikkeld worden om deze aspecten in de praktijk te kunnen brengen. In 2018 moeten de landen die het akkoord hebben getekend opnieuw een INDC indienen met waar mogelijk een aanscherping van de emissiebijdrage om de opwarming van de aarde onder de 2 graden Celsius te kunnen houden.

Algemeen directeur Hans Grünfeld van VEMW: “Het klimaatprobleem is een wereldwijd probleem en het is dan ook van het grootste belang dat de 186 landen afspreken hoe zij dit probleem gezamenlijk aanpakken. Hoewel het akkoord in veel opzichten een intentieverklaring is en er geen bindende afspraken gemaakt zijn over de wijze van emissiereductie, sancties, maatregelen voor internationale uitstoot (lucht- en scheepvaart), e.d. is de betekenis er van groot. De wereldgemeenschap laat weinig twijfel bestaan waar het volgens de 186 landen naar toe moet: een drastische reductie van de uitstoot van broeikasgassen voor het eind van de eeuw, een substantiële overdracht van kennis en middelen naar ontwikkelingslanden om te voorkomen dat reducties van broeikasgassen hier wordt gecompenseerd door groei elders, controle en verificatiemechanismen om ervoor te zorgen dat woorden gevolgd worden met daden en instrumenten om door samenwerking dat probleem effectiever en efficiënter aan te pakken. Voor de industrie is het van belang om competitief, doelmatig en innovatief te kunnen opereren. Dat kan niet zonder een gelijk speelveld. Het wereldwijde akkoord is een ambitieuze doelstelling. Een interessante ontwikkeling is het initiatief van 18 landen, waaronder Australië, Duitsland, Nederland, Nieuw-Zeeland en de Verenigde Staten om te komen tot een wereldwijd emissiehandelssysteem.“

Meer informatie kunt u hier vinden.

Bron: VEMW, 14 december 2015

Bij hergebruik gelieve terug te linken naar deze pagina