26 augustus 2015

Nederlandse ombouw van Groningengas naar hoogcalorisch gas pas na 2030

Beleidskeuzes leiden tot ondoelmatige kosten

De ombouw van de gasvoorziening en de gasverbruikende  toestellen van laagcalorisch Groningengas naar hoogcalorisch gas uit onder meer Noorwegen en Rusland gaat gefaseerd plaatsvinden. Duitsland start als eerste een 10-jarige ombouw in 2020, dan volgen België en Frankrijk in de periode 2024-2030 en tot slot volgt Nederland na 2030. Dat hebben de Nederlandse, Duitse, Franse en Belgische overheden, netbeheerder Gasunie Transport Services (GTS) en leverancier GasTerra afgesproken. VEMW stelt dat beleidskeuzes uit het verleden gaan leiden tot ondoelmatige kosten voor alle gasverbruikers in Nederland, in het bijzonder bepaalde industriële gebruikers.

Volgens Gasterra, dat als enige leverancier direct toegang heeft tot het Groningengas, kan Duitsland relatief snel beginnen met de ombouw van laagcalorisch Groningengas naar hoogcalorisch gas omdat de centrale verwarmingsketels in huishoudens daar al geschikt zijn voor meerdere gaskwaliteiten. Voor de ketels die gebruikt worden in Nederlandse huizen geldt dat niet. Binnenkort past de Nederlandse overheid de Gastoestellenrichtlijn aan. Alle nieuwe toestellen die in de toekomst worden geleverd moeten dan geschikt zijn voor zowel laagcalorisch als hoogcalorisch gas. Door in Nederland pas om te bouwen na 2030 is de idee, kunnen alle toestellen (miljoenen ketels, boilers, e.d.) vervangen worden aan het einde van hun technische levensduur tegen minimale extra kosten.

Nederland produceert 70 miljard kubieke meter gas per jaar, waarvan vorig jaar ruim 50 miljard kubieke meter laagcalorisch gas is geleverd uit het Groningenveld en de  kleine productievelden tezamen. Aan de overige vraag naar laagcalorisch gas wordt voldaan door hoogcalorisch Russisch en Noors gas te mengen en verdunnen (‘kwaliteitsconversie’, ook wel ‘afwobben’ genoemd) met stikstof, zodat de verbrandingswaarde gelijk is aan het Groningengas. Omdat de productie uit het Groningenveld de komende jaren zal afnemen vanwege de aardbevingenproblematiek in Groningen en de productie uit kleine velden sterk daalt, wordt in 2019 de stikstofinstallatie in Zuidbroek fors uitgebreid. Volgens het Netwerk Ontwikkelingsplan (NOP 2015) van Gasunie vergt deze uitbreiding van de kwaliteitsconversiecapaciteit met maar liefst 50 procent een investering van 220 mln euro. Daarnaast wordt mogelijk ook 385 mrd euro geïnvesteerd in de grenscapaciteit met Duitsland voor hoogcalorisch gas.

Algemeen directeur Hans Grünfeld van VEMW: “in tegenstelling tot Duitsland heeft de Nederlandse overheid er niet voor gekozen om aan gasverbruikende toestellen zoals ketels en boilers tijdig eisen te stellen die ze geschikt maken voor het gebruik van meerdere gaskwaliteiten. Daardoor is er nu bijna geen andere keuze dan die om, aansluitend op de technische levensduur van de toestellen, de ombouw pas gefaseerd vanaf 2030 te realiseren. De doelmatigheid van die in het verleden gemaakte beleidskeuze staat nu onder druk door ontwikkelingen zoals die in Groningen, waardoor uit oogpunt van veiligheid van de bewoners en bedrijven een gaswinningsplafond is ingesteld. Daardoor moet méér gas als het ware verdund worden met stikstof, met investeringen in tijdelijke maatregelen en bijgevolg kosten. Die kosten slaan neer op alle gasverbruikers in Nederland omdat de kwaliteitsconversiedienst gesocialiseerd is. Dat is nog eens extra belastend voor de verbruikers van hoogcalorisch gas in de industrie. Zij betalen namelijk fors mee aan die kosten zonder van de kwaliteitsconversiedienst gebruik te maken. De industrie die gas als een grondstof gebruikt, zoals in de basischemie, wordt ook nog eens met extra kosten geconfronteerd voor aanpassing van scheidingsprocessen en procesregelingen. ”

Bron: VEMW, 26 augustus 2015