15 december 2014

Toekomst Wamtekrachtkoppeling (WKK) ligt in flexibele inzet

Door de ontwikkeling van de energiemarkten (gas en elektriciteit) worden warmtekrachtkoppeling installaties (WKK) de laatste jaren steeds minder  ingezet of  terug geregeld naar een must-run niveau om in de stoombehoefte te voorzien. Er zijn ook installaties die in de mottenballen zijn gezet of zelfs gesloopt worden. Toch is er een toekomst voor WKK. In een flexibele inzet! Dat is de boodschap die Stijn Schlatmann van Energy Matters VEMW-leden voorhield tijdens een bijeenkomst afgelopen vrijdag in Woerden.

Zowel de industrie als de gebouwde omgeving heeft naast elektriciteit veel warmte nodig. Sinds de jaren 80 van de vorige eeuw is grootschalig ingezet op zogenaamde warmtekrachtkoppeling, waarbij in gasmotoren en gasturbines zowel elektriciteit als stoom wordt opgewekt. Dat levert een energiebesparing op de conversie op van zo’n 15-20 procent. Tóch zijn er verschillende periodes geweest dat WKK economisch ‘niet uit kon’ doordat de zogenaamde ‘spark spread’ negatief was. Dat geldt ook de laatste paar jaar, en de vooruitzichten zijn voor in ieder geval de komende periode nog niet positief.

Dat roept de vraag op of er alternatieven zijn om in de stoom en elektriciteitsbehoefte van de zakelijke energiegebruiker te voorzien. Elektriciteit kan op de markt gekocht worden, maar het slepen met warmte is duur en eigenlijk alleen rendabel bij afstanden minder dan 5 kilometer. Alternatieven voor WKK zijn de inzet van stoomketels, geothermie (zeer kostbare investering), warmte uit afvalverbranding (indien centrale in onmiddellijke omgeving), en inzet van biomassa. Die laatste optie is eigenlijk alleen interessant indien een energiegebruiker zelf beschikt over organische reststromen, zoals in de voedingsmiddelen en papier- & kartonindustrie.   Recent wordt op semi-technische schaal gekeken naar (hoge temperatuur)warmtepompen en mechanische damp recompressie, en power-to-pressure op lagedruk reststoom.

Komt er met deze alternatieven een einde aan de inzet van WKK? Schlatmann adviseerde de VEMW-leden nadrukkelijk niet te makkelijk afstand te doen van WKK. De marktvooruitzichtzichten voor 2015 zijn door het grotere kolenaanbod (nieuwe centrales die elektriciteit gaan produceren) weliswaar nog slechter dan in 2014, maar vanaf 2017 verbetert de marktsituatie door het stopzetten van een aantal oude kolencentrales en de toenemende inzet van duurzame elektriciteitsproductie (wind, zon). Dat vereist wel een flexibeler inzet van WKK. Uit een modelanalyse van Energy Matters volgt dat anno 2024 kolencentrales zo’n 30-50 stops per jaar zullen maken, gasgestookte centrales zo’n 300-400 keer. Die laatste groep is echter flexibeler in te zetten dan kolencentrales, waardoor het voor kolengestookt vermogen ‘geen feest zal worden’, maar gasgestookt vermogen kansen krijgt.  Interessant in het betoog van Schlatmann was dat hij niet alleen inging op de flexibele inzet van WKK vanuit de productie gezien (aanbod), maar ook vanuit een flexibele inzet vanuit het gebruik van elektriciteit en warmte in zowel de industrie als de gebouwde omgeving (vraag). Volgens Schlatmann is zelfs een in de mottenballen gezette  gasgestookte WKK een goede verzekering tegen hoge gas- en elektriciteitsprijzen en biedt die eigen productiemogelijkheid een flexibele mix tussen de elektriciteits- en gasvraag. Ondanks de slechte vooruitzichten nu en in de komende paar jaren moet een bedrijf met een WKK  3 keer nadenken alvorens afscheid te nemen van WKK!

Bron: VEMW, 15 december 2014