24 november 2014

Wie gaat voorbereidingskosten net op zee betalen?

In het Energieakkoord is afgesproken dat er een net op zee komt om de elektriciteit van windparken op zee efficiënt te kunnen gaan transporteren. Met het wetsvoorstel ‘windenergie op zee’ wordt geregeld dat TenneT mag gaan beginnen met de voorbereiding voor de aanleg van dit net op zee.  VEMW heeft in een brief aan de Tweede Kamer haar zorgen geuit over dit wetsvoorstel. Verschillende Kamerleden hebben de minister pittige vragen gesteld over de voorbereiding van de aanleg van het net op zee. VEMW waardeert het dat de Kamerleden ook de zorgen die bij haar achterban  - zoals ten aanzien van de bepaling van de kosten en de toerekening daarvan – leven,  hebben voorgelegd aan de minister.

TenneT maakt sinds september 2013 kosten voor de voorbereiding van de aanleg van het net op zee. De minister is voornemens om deze kosten met terugwerkende kracht in rekening te brengen bij netgebruikers. Volgens VEMW is het zonder wettelijke grondslag echter niet mogelijk om met terugwerkende kracht kosten in rekening te brengen. Algemeen Directeur Hans Grünfeld van VEMW: “Wij waarderen het zeer dat zowel Rene Leegte van de  VVD als Stientje van Veldhoven van D66 vragen stellen aan de minister over wat precies moet worden verstaan onder voorbereidingshandelingen en op welke wijze deze kosten, binnen de huidige wettelijke kaders, aan TenneT vergoed kunnen en mogen worden”. 

Daarnaast vraagt VEMW in haar brief aandacht voor het feit dat een aantal bepalingen over de verrekening van deze kosten op gespannen voet staan met Europese regels. Grünfeld: “De minister dient zich te onthouden van bemoeienis met de tarieven en dat geldt al helemaal voor individuele gevallen. We hebben dat nu al een aantal keren met tussenkomst van de rechter aangetoond. Daarnaast schrijft Europees recht voor dat afnemers enkel efficiënte kosten in rekening gebracht krijgen. De wet zal daarvoor een waarborg moeten bieden. Wij zijn verheugd dat de VVD, D66 en het CDA deze cruciale vragen voorleggen aan de minister en kijken met belangstelling uit naar de antwoorden.

Bron VEMW, Tweede Kamer , 24 november 2014