24 april 2014

Uitspraak CBb: afnemers hebben recht op zekerheid inzake gasaansluitplicht

Gebieden waar een warmtenet ligt of wordt gerealiseerd en die uitgezonderd worden van een gasaansluitplicht, moeten duidelijker en eenduidig door de Autoriteit Consument & Markt (ACM) worden vastgesteld. De toezichthouder moet rekenschap geven van de consequenties van een gebiedsaanduiding voor (toekomstige) afnemers, de taakuitvoering van de netbeheerders en de mogelijkheden en moeilijkheden die zich kunnen voordoen met samenhangende wetgeving zoals het Bouwbesluit. Dat blijkt uit de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) van 22 april 2014 waarin het door VEMW ingestelde beroep tegen de Staat op deze punten gegrond is verklaard.

In de Gaswet is aan de ACM opgedragen de verzorgingsgebieden van de gasnetbeheerders vast te stellen. Dat is gebeurd in de Gebiedsindeling Gas. Ook is daarin geregeld dat gasnetbeheerders geen aansluitplicht voor kleinverbruikers hebben in delen van de verzorgingsgebieden waarin zich een warmtenet bevindt of gaat bevinden.

In de Gebiedsindeling Gas zijn de verzorgingsgebieden van de netbeheerders aangeduid met in een tabel genoemde grenzen. Volgens het CBb heeft ACM deze indeling echter deels van haar betekenis ontdaan door ook te bepalen dat de grenzen in de tabel globale aanduidingen zijn en dat de door de netbeheerders aangegeven grenzen bepalend zijn. Volgens VEMW is het van belang dat er een goede afbakening van warmtegebieden plaatsvindt om het recht op een aansluiting te kunnen waarborgen. Naar het oordeel van de rechter heeft de ACM hiermee nagelaten zelf haar opdracht (volledig) te vervullen en heeft zij die taak ten onrechte overgedragen aan de netbeheerders.

De rechter vernietigt ook de bepaling over de aansluitplicht. Het CBb oordeelt dat de enkele verwijzing in deze bepaling naar de definitie van het begrip “warmtenet” in de Warmtewet onvoldoende blijk geeft van een (kenbare) afweging van de betrokken belangen.

Het College laat aan ACM over om te bepalen of, hoe en wanneer de Gebiedsindeling, na een desbetreffend voorstel van de netbeheerders, met nieuwe bepalingen wordt aangevuld. Aan een oordeel over de stelling van VEMW dat de Gaswet wat betreft de uitzondering voor warmtenetgebieden buiten toepassing zou moeten blijven omdat zij zich niet zou verdragen met de Europese Gasrichtlijn ‘komt het College in deze omstandigheden niet toe’.

Algemeen Directeur Hans Grünfeld van VEMW: ”wij zijn blij met de uitspraak van het CBb omdat de rechter stelt dat de toezichthouder duidelijke aanwijzingen moet geven omtrent de warmtegebieden die uitgezonderd worden van een gasaansluitplicht. Op die duidelijkheid hebben alle afnemers in Nederland recht. Het belang van de uitspraak gaat nog verder omdat het CBb duidelijk aangeeft dat de rechtsbescherming die afnemers via het systeem van codes, de Technische voorwaarden en de Tarievencode genieten, weinig ruimte laat aan de ACM om de invulling te delegeren aan de netbeheerders. Dat is van belang omdat de toezichthouder ziet op de rechten en plichten van zowel de netbeheerder als de netgebruiker/afnemer.”

Grünfeld vervolgt: “zolang de ACM geen vervangend besluit heeft genomen waarin duidelijk en met nieuwe bepalingen is vastgesteld wat precies onder een ‘gebied’ moet worden verstaan waarvoor een uitzondering op de gasaansluitplicht moet gelden, hebben alle afnemers, ook in een warmtegebied, recht op een gasaansluiting. Een netbeheerder kan dat dan ook niet weigeren. De rechter laat het aan de ACM om te bepalen of, hoe en wanneer de Gebiedsindeling met nieuwe bepalingen wordt aangevuld.”

Bron: VEMW, 24 april 2014