18 maart 2014

OESO: Toezicht en efficiëntie Nederlands waterbeheer laten te wensen over

Uit onderzoek dat de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) in opdracht van het ministerie van Infrastructuur & Milieu heeft uitgevoerd, blijkt dat het Nederlandse waterbeheer nog niet op orde is. OESO is positief over de wijze waarop Nederland in technisch opzicht invulling geeft aan watermanagement maar legt ook een aantal zwakheden en lacunes bloot. Het gebrek aan onafhankelijk en professioneel toezicht is het meest in het oog springende voorbeeld daarvan.

Toezicht op de watersector ontbreekt

Het toezicht op de sector scoort een dikke onvoldoende. Het gebrek aan toezicht is volgens OESO een belemmering voor doelmatiger waterbeheer. Het toezicht drijft nu enkel op benchmarks die drinkwaterbedrijven, waterschappen en gemeenten eigenstandig uitvoeren. OESO vindt dit een veel te smalle basis en adviseert om het toezicht te versterken door een onafhankelijke toezichthouder aan te stellen. VEMW onderschrijft het advies van de OESO op dit punt. Het gebrek aan toezicht heeft aantoonbaar tot gevolg dat de watersector onvoldoende wordt aangezet tot efficiënt opereren. Dit gaat ten koste van de waterconsument die zonder adequaat toezicht in de toekomst met een torenhoge waterrekening kan worden geconfronteerd. VEMW wil dat het ministerie van I&M op korte termijn een onderzoek instelt dat zich richt op de concrete invulling van het (onafhankelijke) toezicht op de watersector, passend bij de Nederlandse context.

Prikkels nodig voor efficiëntere en duurzamere uitvoering

OESO plaatst vraagtekens bij de verdeling van de kosten over de partijen die momenteel die vruchten plukken van het waterbeheer. OESO noemt deze verdeling ook ondoorzichtig. OESO vindt daarnaast dat er onvoldoende prikkels zijn voor efficiënt en duurzaam watergebruik en suggereert te onderzoeken of een (nieuw in te stellen) heffing nuttig kan zijn met het oog op waterbesparing. VEMW is met OESO van mening dat het bestaande instrumentarium voor duurzaam watergebruik moet worden versterkt. VEMW wijst het instellen van een nieuwe waterheffing echter af. Een nieuwe waterheffing is schadelijk voor de concurrentiepositie van waterafhankelijke bedrijven die onlangs nog is verslechterd door de absurde verhoging van de belasting op leidingwater. Recent onafhankelijk onderzoek [1] toont bovendien aan dat een heffing op de onttrekking van water niet effectief is. Zakelijke watergebruikers beschikken over voldoende prikkels om zuinig met water om te gaan. Dit heeft ertoe geleid dat zij enorme waterbesparingen hebben gerealiseerd. VEMW vindt dat de overheid duurzaam watergebruik moet stimuleren en faciliteren en niet moet bestraffen. Dat houdt in dat de overheid moet investeren in duurzame innovaties en het gebruik van water niet nog meer moet belasten.

Waterketen op samenhangende wijze inrichten

OESO heeft uitgerekend dat de kosten van het Nederlandse waterbeheer zullen toenemen van 6,7 miljard euro in 2012 tot 9,1 miljard euro in 2025. Om de waterlasten voor consumenten niet de pan uit te laten rijzen dient Nederland maximaal in te zetten op het verbeteren van de efficiëntie in de waterketen. Daartoe is het volgens OESO noodzakelijk om de waterketen anders in te richten. OESO geeft daarvoor geen blauwdruk maar wel handreikingen. VEMW deelt de analyse van OESO maar gaat een stap verder. VEMW vindt namelijk dat de organisatie van de afvalwaterketen moet aansluiten bij de fysieke afvalwaterketen: met de integratie van riolering en zuivering in publieke afvalwaterketenbedrijven is volgens VEMW de grootste doelmatigheidswinst in het waterbeheer te behalen. 

Minister Schultz van Haegen liet weten veel gewicht toe te kennen aan het advies van OESO. Om die reden stuurt zij het rapport ook naar de Tweede Kamer. VEMW zal haar reactie op het rapport binnenkort delen met de woordvoerders van de politieke partijen.

Bron: VEMW, 18 maart

[1] Zoetwaterbeheer, bekostiging en sturing van instrumenten, Sterk Consulting, november 2012