24 februari 2014

VEMW: strategische koerswijziging Staatsdeelnemingenbeleid roept vragen op!

De overheidsbedrijven TenneT en Gasunie, die de landelijke elektriciteits- en gasinfrastructuur bezitten en beheren, mogen van het Kabinet een verdergaander vorm van samenwerking aangaan met andere Europese TSO’s, ook wanneer die in private handen zijn. Hierbij denkt de regering aan kruisparticipatie, het oprichten van een gezamenlijke of gemeenschappelijke onderneming en een volledige fusie. De voorstellen roepen volgens VEMW vooral vragen op over nut, risico’s en belang.

TenneT en Gasunie bezitten en beheren respectievelijk de landelijke elektriciteits- en gasinfrastructuur. Het beheer van deze netten is gereguleerd en geschiedt door de dochterbedrijven TenneT TSO en Gasunie Transport Services (GTS). Beide bedrijven zijn volledig in handen van de Nederlandse overheid. Hiervoor is gekozen omdat deze bedrijven een natuurlijk monopolie bezitten op voor ons land vitale infrastructuur. Als gevolg daarvan gaat de Staat niet op zoek naar private, financiële medeaandeelhouders. De regering stelt nu voor om een verdergaander vorm van samenwerking toe te staan met andere Europese TSO’s, ook wanneer die in private handen zijn. Hierbij denkt de regering aan kruisparticipatie (een aandelenruil van 5-15%), het oprichten van een gezamenlijke of gemeenschappelijke onderneming en een volledige fusie. In dat laatste geval wil de overheid een meerderheidsbelang houden van 50 procent plus één aandeel. Naast deze zeggenschap als aandeelhouder moet de combinatie van onafhankelijke TSO’s, regulering en toezicht een solide basis leggen voor de genoemde publieke belangen. De regering zegt een samenwerking te toetsen aan criteria als het dienen van het Nederlandse belang, het behoud van de overwegende zeggenschap, de samenwerking met uitsluitend andere gecertificeerde en volledig gesplitste TSO’s en een voordelige business case met acceptabele en beheersbare risico’s.

Algemeen Directeur Hans Grünfeld van VEMW: “de regering stelt met deze Kamerbrief een strategische koerswijziging  voor die een aantal belangrijke vragen oproept. Daar waar zij stelt dat de Nederlandse energie-infrastructuur van vitaal belang is, hetgeen een overwegende zeggenschap vereist, is de vraag of dit nièt geldt voor ons omringende landen als Duitsland en het VK? Daarnaast beogen de voorstellen te komen tot efficiëntere investeringen in de netten en een betere benutting van de netwerken, met als resultaat lagere netkosten voor de gebruikers. Dat zijn precies de uitgangspunten van de Europese netwerkcodes die voortvloeien uit het Europese derde reguleringspakket en die in de periode 2014 – 2016 van kracht worden. Heeft de Regering daar geen vertrouwen in en heeft zij concrete aanwijzingen dat die regulering niet gaat werken of niet het Nederlandse belang dienen?”

Grünfeld vervolgt: “opvallend is ook dat de voorstellen niet zijn meegenomen in de zojuist ter consultatie voorgelegde wetswijziging STROOM ter wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet. In hoeverre worden de – publieke - belangen van de netgebruikers geborgd waar de minister van EZ via STROOM zeggenschap van de onafhankelijke toezichthouder ACM naar zich zelf toetrekt en daarbovenop het aandeelhouderschap verwatert? Wat betekent dit voor de tarieven die netgebruikers gaan betalen, uitgaande van tarieven die veelal lager liggen dan in ons omringende landen? Hoe past deze koerswijziging bij de financieringsuitdagingen waarvoor de netbeheerders gesteld staan? Bovendien wordt met de omringende ‘neighbouring network operators’ al strategisch samengewerkt. Dat roept de vraag op welke bedreigingen de Nederlandse Staat ziet die aanleiding geven tot deze opmerkelijke strategische koerswijziging.” 

Bron: VEMW, 24 februari 2014