13 december 2013

VEMW: problematiek inkoop groene stroom verdient meer aandacht

Nederland moet als lidstaat van de Europese Unie voldoen aan de afgesproken duurzaamheidsdoelstellingen, waaronder de opwek van duurzame energie. De Rijksoverheid, inclusief bedrijven waarvan de Staat (groot)aandeelhouder is,  geeft hier vanuit haar voorbeeldfunctie invulling aan. Dat doet zij met name door de inkoop van groene stroomcertificaten voor Noorse waterkracht. Daarover ontstaat discussie, zo meldt De Volkskrant vandaag prominent. VEMW vindt dit begrijpelijk maar deze discussie verdient inhoudelijke diepgang, aangezien de kwestie niet zo eenduidig is!

De Rijksoverheid is in Nederland een grote afnemer van groene stroom (1 TWh), zeker wanneer ook staatsdeelnemingen als de NS en KPN worden meegerekend (> 2 TWh). De overheid geeft hiermee een belangrijk signaal af: zij maakt niet alleen beleid maar vervult ook zelf een voortrekkersrol. Op de invulling van die rol wordt grote kritiek geuit.  De groene inkoop spitst zich namelijk toe op de inkoop van groencertificaten voor de productie van Noorse waterkracht. Deze elektriciteit wordt inmiddels ‘sjoemelstroom’ genoemd omdat ze geen toevoeging zou vormen aan de groene productie en niet tot CO2-reductie zou leiden: het bestaat al. De Noorse certificaten zijn naar verluidt tienmaal goedkoper dan Nederlandse certificaten, waarmee de Rijksoverheid verweten wordt ‘voor een dubbeltje op de eerste rang te zitten’. Bovendien is Noorwegen geen EU-lidstaat waardoor de bijdrage niet meetelt in de realisatie van de Europese doelstellingen.

Algemeen directeur Hans Grünfeld van VEMW: “Het levert geen constructieve bijdrage aan de verduurzaming van het energiegebruik in Nederland wanneer grootverbruikers die proberen een voortrekkersrol te vervullen in een verdomhoekje worden geplaatst omdat ze zouden sjoemelen met groene stroom.  De problematiek rond de verduurzaming van de energie-inkoop is allesbehalve eenduidig en verdient daardoor inhoudelijke diepgang. Waar de Rijksoverheid maar ook andere grootverbruikers van elektriciteit en gas mee geconfronteerd worden is dat zij hun energiegebruik willen vergroenen, maar dat er een beperkt aanbod is in ons eigen land. De Nederlandse groene productie is ongeveer 12 TWh, maar de markt voor groencertificaten (GVO’s) is ruim 35 TWh. Wanneer de vraag van de Rijksoverheid geheel in de markt zou worden gezet zou dit de prijs opdrijven. Daarbij komt dat er geen algemene acceptatie is van wat groene stroom is. Het overgrote deel van de duurzame opwek in Nederland gebeurt via de inzet van biomassa.”

Grünfeld vervolgt:  “VEMW vindt dat de markt voor de handel in groene stroom en gas transparanter moet worden. Bovendien moet het definitieprobleem rond groene energie opgelost worden. Regelmatig hebben wij leden aan de lijn die vragen wat duurzaam is en of de inzet van bijvoorbeeld biomassa, dat in Nederland een groot deel van de inzet van duurzame elektriciteitsproductie vormt, wel zo duurzaam is. VEMW wil graag met deze partijen bezien hoe de problematiek opgelost kan worden teneinde een breed geaccepteerde bijdrage te kunnen leveren aan de duurzaamheidsdoelstellingen.”

Bron: VEMW, 13 december 2013