24 januari 2013

VEMW pleit voor nieuwe afspraken met buurlanden over waterkwaliteit en waterkwantiteit

Dit jaar wordt gestart met de actualisatie van de Europese Stroomgebiedbeheerplannen. Deze plannen vloeien voort uit de Kaderrichtlijn Water (Krw) die zich richt op de verbetering van de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater. Nederland is benedenstrooms gelegen waardoor de waterkwaliteit in Nederland voor een aanzienlijk deel wordt bepaald door de vuilvracht die wordt aangevoerd vanuit de buurlanden. Momenteel worden deze effecten onvoldoende verdisconteerd in het beleid. Het ontbreekt aan duidelijke afspraken met buurlanden. Dit geldt ook voor de hoeveelheid water die wordt aangeleverd. Bedrijven in het grensgebied tussen Nederland en België hebben regelmatig te maken met een beperkte waterdoorlaat vanuit België via de Maas.

Deze kritische opmerkingen werden geplaatst tijdens een themabijeenkomst van VEMW, het Ministerie van Infrastructuur en Milieu en Koninklijke Schuttevaer. Aanleiding voor de bijeenkomst vormde de herijking van de Europese waterplannen. Tijdens de bijeenkomst werd duidelijk dat het Europese beleid om tot een goede oppervlakte- en grondwaterkwaliteit te komen breed wordt gesteund. Zakelijk watergebruikers hechten veel belang aan een goede waterkwaliteit. Wel wijzen zij op de relatief slechte uitgangssituatie van Nederland. Voor bepaalde stoffen als fosfaat, koper, stikstof en zink is bijna de helft van de in Nederland aanwezige verontreiniging afkomstig uit het buitenland. De waterkwaliteitseisen zijn voor alle lidstaten gelijk en worden hiervoor niet gecorrigeerd. Gevolg is dat in Nederland de maximaal toelaatbare normen voor verontreiniging sneller worden opgevuld en Nederlandse bedrijven minder vrijheid hebben dan in andere Europese lidstaten. Het ontbreekt aan afspraken over welke lidstaat welk recht heeft op welk deel van de verontreinigingscapaciteit.

VEMW pleit daarom voor nieuwe afspraken met de andere landen in de diverse stroomgebieden. Afspraken over de maximaal toelaatbare verontreiniging zijn nodig om ervoor te zorgen dat de slechte uitgangspositie van Nederland wordt ondervangen. Daarbij ligt het voor de hand om ervoor te zorgen dat het water waarmee we beginnen wat schoner is. Een andere optie is stroomafwaarts meer vervuiling toestaan. Dat is echter niet gunstig voor de waterkwaliteit en verdient daarom niet de voorkeur.

Stevige afspraken zijn ook nodig als het gaat om de hoeveelheid water die vanuit België wordt aangeleverd. VEMW heeft sterk de indruk dat België de afspraken voor het doorlaten van Maas-water naar het Nederlandse deel van het gemeenschappelijk stoomgebied eenzijdig interpreteert. Industriële bedrijven in de grensstreek ondervinden regelmatig last van een beperkte waterdoorlaat. In de Maas-verdragen staat dat België bij een calamiteit niet al het water hoeft door te leveren. De praktijk wijst uit dat er om de haverklap sprake is van een ‘calamiteit’. Gevolg is dat de waterkwaliteit in Nederland verslechtert en bedrijven worden geconfronteerd met lozingsbeperkingen. Ook de scheepvaart lijdt schade: minder doorlaat van water geeft beperkingen in de doorgang waardoor er minder vracht kan worden geladen.

Bron: VEMW en Waterforumonline 24 januari 2012