1 oktober 2012

VEMW: voorkom nieuwe heffing op onttrekking van oppervlaktewater

“Voorkom dat Nederland door Europa wordt gedwongen om een heffing op het gebruik van oppervlaktewater in te stellen en focus op diffuse verontreinigingsbronnen’. Dat is één van de belangrijkste adviezen die VEMW, op verzoek van het Ministerie van Infrastructuur & Milieu heeft opgesteld. Aanleiding is de herziening van de Stroomgebiedbeheerplannen voor 2015-2021. In deze plannen worden maatregelen voor de stroomgebieden van de Eems, de Maas, de Rijn en de Schelde aangegeven ter verbetering van de waterkwaliteit zoals beoogd door de Kaderrichtlijn water (Krw). Water is een vestigingsfactor voor bedrijven in tal van sectoren zoals de chemiesector en de voedingsmiddelenindustrie. VEMW vindt dat dit het uitgangspunt moet zijn in de nieuwe plannen.

De Krw stelt dat er aan de geleverde waterdiensten in het watersysteem en in de waterketen een prijskaartje moet hangen (kostenterugwinning). De Europese Commissie heeft een aantal landen op het matje geroepen omdat zij vindt dat deze landen in gebreke blijven op het punt van de kostenterugwinning. In het geval van Duitsland heeft de Commissie zelfs besloten om de zaak aanhangig te maken bij het Europese Hof van justitie.
In Nederland is de financiering van waterdiensten al decennialang gebaseerd op twee principes: de vervuiler betaalt en de gebruiker betaalt. De kosten voor waterdiensten worden dan ook vrijwel geheel teruggewonnen door deze bij gebruikers te verhalen. Introductie van een heffing op de onttrekking van oppervlaktewater, is dan ook onnodig. “Een dergelijke heffing zou bovendien zeer schadelijk zijn voor grote delen van de Nederlandse industrie”, aldus Roy Tummers, VEMW directeur Water. “Een heffing is bovendien onnodig nu industriële gebruikers van water grote stappen zetten op het gebied van waterbesparing en duurzaam watergebruik”.

“In ons advies geven wij aan dat het accent in de waterplannen op de aanpak van diffuse bronnen moet komen te liggen. Puntbronnen zijn immers al goeddeels gesaneerd. Diffuse bronnen worden nog steeds ontzien terwijl deze de waterkwaliteit in hoge mate bepalen”. Ander belangrijk punt is het nationale stoffenbeleid. “In onze ogen moet Nederland het internationale beleid op het gebied van stoffen volgen en niet nog eens een Nederlandse stoffenlijst toevoegen. Ook vragen wij aandacht voor de bescherming van industriële grondwaterwinningen. Uit onderzoek van onder andere RIVM is gebleken dat daar een tandje bij moet. Er is nog maar weinig zicht op de risico’s voor de grondwaterkwaliteit rondom deze winningen. Daar ligt een belangrijke rol voor de provincies”

VEMW behartigt de belangen van waterafhankelijke bedrijven die water in het proces gebruiken (bijvoorbeeld om te koelen of te reinigen) of dit inzetten als grondstof voor de productie. Goed en genoeg water voor een redelijke prijs moet voor deze bedrijven vanzelfsprekend zijn.

Bron: VEMW, 1 oktober 2012