Wetsvoorstel STROOM

Stroomlijnen, optimaliseren en moderniseren van de Gas- en Elektriciteitswet

In 2010 is het ministerie van Economische Zaken  een traject gestart om de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet te stroomlijnen, optimaliseren en moderniseren. Het doel van het wetgevingstraject STROOM is te komen tot wetgeving die duidelijker en eenvoudiger is, met minder regeldruk voor bedrijven en minder lasten voor de overheid. Wetgeving die bovendien op inzichtelijke wijze is geënt op de Europese wetgeving, die een concurrerende economie faciliteert en die de transitie naar een duurzame energiehuishouding optimaal ondersteunt. De minister wil  zoals gezegd stroomlijnen, optimaliseren en moderniseren (STROOM).

Eind juni 2014 heeft het ministerie van Economische Zaken het concept wetsvoorstel STROOM gepubliceerd. Partijen konden tot en met maandag 8 september reageren. Ook VEMW heeft gereageerd op het concept Wetsvoorstel. Hier kunt u onze reactie lezen.

Het ministerie heeft daarop het concept aangepast een een aangepaste versie gepubliceerd en toegezonden voor advies aan de Raad van State

Op 7 mei 2015 heeft de minister van Economische Zaken het wetsvoorstel 'Elektriciteits- en Gaswet' ingediend bij de Tweede Kamer en heeft het nummer 34199 meegekregen.

De Tweede kamer heeft ruim 800 vragen gesteld over het wetsvoorstel en naar aanleiding daarvan is het wetsvoorstel met drie nota's van wijziging aangepast.

Op 13 oktober 2015 heeft de Tweede Kamer gestemd over het wetsvoorstel. De Tweede Kamer heeft voor de wet gestemd. Door de energiewoordvoerders zijn 22 amendementen voorgesteld waarvan er 7 zijn aangenomen.   

Op deze pagina treft u aan de rechterzijde onder andere het eerste en tweede concept wetsvoorstel en het consultatieverslag aan. Ook treft u het definitieve wetsvoorstel, de definitieve memorie van toelichting, het advies van de Raad van State aan, de antwoorden op de Kamervragen en het uiteindelijk door de tweede Kamer aangenomen wetsvoorstel aan (incl amendementen).  

Op 22 december heeft de Eerste Kamer gestemd over het wetsvoorstel. Het voorstel werd met 37 stemmen voor en 38 tegen nipt verworpen.