VEMW-legionellaonderzoek

‘Meer inzicht in groei- en verspreiding van legionella is noodzakelijk’

Het legionellaonderzoek dat VEMW in het najaar van 2020 onder haar leden liet uitvoeren, leidt tot een beter inzicht in het ontstaan van legionella in industriële biologische afvalwaterzuiveringen, zegt Koen Stam, procestechnoloog bij Sensus, onderdeel van Royal Cosun. “De aandacht voor legionella is gegrond, maar we mogen de context nooit uit het oog verliezen. Want die is vaak heel bepalend voor groei en verspreiding van legionellabacteriën.”

Stam maakte deel uit van de werkgroep die het VEMW-onderzoek begeleidde en vindt het een goede zaak dat bedrijven een verscherpte aandacht voor de legionellabacterie hebben. Hij zegt dat de risico’s van legionella niet gebagatelliseerd moeten worden, maar “we moeten wel voorkomen dat we vervallen in paniekvoetbal. Dat betekent dat we geen kostbare maatregelen moeten gaan nemen die eigenlijk weinig effect hebben.”

Incidenten
In 2019 voerde het RIVM een literatuurstudie uit waarbij 567 installaties onderzocht werden op legionellarisico’s. Aanleiding hiervoor waren twee eerdere incidenten in Boxtel en Son. Daar werd de legionellabacterie in industriële biologische waterzuiveringsinstallaties aangetroffen en werden  meerdere mensen besmet met de bacterie. Naar aanleiding daarvan gaf minister Van Nieuwenhuizen van IenW aan te willen weten bij welke installaties in Nederland de kans op groei en verspreiding van legionellabacteriën is vergroot.

Stam: “Het RIVM kwam in haar onderzoek naar legionella niet echt veel verder. Het was feitelijk te beperkt en bevatte te weinig differentiatie. Het VEMW-onderzoek daarentegen bevat die differentiatie wel en nuanceert de kansen op het ontstaan van legionella in industriële biologische afvalwaterzuiveringen. In die zin biedt het een genuanceerder beeld dan het RIVM-onderzoek. Dat neemt niet weg dat er overall nog te weinig onderzoek is gedaan naar de groei en verspreiding van legionellabacteriën in relatie tot waterzuiveringsinstallaties. Dat maakt het lastig om onweerlegbare conclusies te trekken.”

‘Er zijn heel veel verschillende afvalwaterzuiveringen en dat maakt het erg lastig om algemene conclusies te trekken’

Vele soorten en maten
Kevin Kanters, bedrijfsdirecteur Hydroscope, het adviesbureau dat het onderzoek in opdracht van VEMW heeft uitgevoerd: “We kunnen constateren dat er heel veel verschillende afvalwaterzuiveringen zijn in Nederland. Elk bedrijf en elke soort industrie, maar ook ieder waterschap heeft een afvalwaterzuiveringsinstallatie die onderling vaak heel sterk van elkaar verschillen. De deelnemers aan de enquête weerspiegelen dit beeld. We komen industriële biologische zuiveringen tegen in allerlei soorten en maten.”

Representatief
59 procent van de 69 industriële biologische afvalwaterzuiveringen uit onder meer de petrochemische en voedingsmiddelenindustrie heeft meegedaan aan het onderzoek, zegt Kanters. “In dat opzicht kun je het onderzoek zeker representatief noemen. Tegelijkertijd is het, doordat afvalwaterzuiveringen onderling zo sterk verschillen, ook heel lastig algemene conclusies te trekken. Want voor elke afvalwaterzuiveringsinstallatie geldt weer een ander risicoprofiel als het gaat om de kans op groei en verspreiding van legionellabacteriën. En dat maakt het extra ingewikkeld. Wat we bijvoorbeeld met zekerheid weten is dat legionellabacteriën bij een lichaamstemperatuur van 36 ͦ à 37 ͦ Celsius het best groeien. Je zou daaruit kunnen concluderen dat een afvalwaterzuiveringsinstallatie die op circa 35 ͦ  Celsius opereert dan ook altijd een bron van legionella is. Maar dat nu is niet het geval. In dat opzicht zou je dit onderzoek dan ook niet representatief kunnen noemen. Je zult naar iedere afvalwaterzuivering individueel moeten kijken, naar de omgeving en onder welke omstandigheden zij functioneert. Pas dan kun je harde conclusies trekken.”

'Het afdwingen van kostbare maatregelen die niet bewezen effectief zijn zonder dat er sprake is van een probleem, is niet zinvol’

Hoe nu verder
Resumerend: Er ligt nu dus een RIVM-onderzoek uit 2019 en een VEMW-onderzoek uit 2020. Wat is de volgende stap die genomen gaat worden?
Stam: “Het ministerie van IenW heeft aanvankelijk richtlijnen uitgevaardigd aan regionale milieudiensten om erop aan te sturen dat er maatregelen genomen moesten worden. Onze reactie (van VEMW, red.) was dat het afdwingen van kostbare maatregelen die niet bewezen effectief zijn zonder dat er sprake is van een probleem, niet zinvol is. Je kunt immers van bedrijven niet verlangen dat zij een miljoeninvestering doen, zonder dat kan worden aangetoond dat die maatregel ook echt werkt. Of erger nog: zonder dat er überhaupt een aantoonbaar probleem is. Dat is niet reëel. Je zult veel genuanceerder moeten zijn als je maatregelen afdwingt bij bedrijven.”

Van vele factoren afhankelijk
Directeur Kevin Kanters van Hydroscope voegt daaraan toe dat legionellarisico’s van vele factoren afhankelijk zijn gebleken. Hij zegt dat de huidige risico-indeling te grofstoffelijk is en een grote druk legt op bedrijven om kosten te maken voor bemonsteringen, risicobeoordelingen en generieke maatregelen. “Bedrijven zijn steeds beter in staat om legionella in water en lucht te meten. Ook komt er steeds meer inzicht in groei- en verspreidingsfactoren. Internationaal worden risico-modellen gehanteerd, maar deze worden in Nederland nog niet onderkend. Daarnaast ontbreekt het aan reële normwaarden voor de aanwezigheid van legionella. Het is nodig om (nieuwe) analysetechnieken en risicomodellen te verdiepen en te erkennen. Naar doelvoorschriften en kennisinhoudelijke beoordeling.”

Een groot aantal bedrijven neemt uit eigen overweging maatregelen, zegt hij. “Bedrijven merken dat omgevingsdiensten moeite hebben met het inhoudelijk toetsen van risico’s en beoordelen van maatregelen op effectiviteit. Het ontbreekt aan een toetsingskader.”

Kanters acht het van belang om de risico-indeling verder te verfijnen en daarbij gebruik te maken van de resultaten van dit onderzoek en andere (vervolg)onderzoeken, maar ook van internationale risicomodellen. Door verfijning en erkenning van nieuwe analysetechnieken voor lucht- en watermonsters kunnen risico’s beter worden ingeschat, stelt hij. “De uitnodiging van het ministerie van IenW om nu een gezamenlijke handreiking op te stellen is een belangrijke stap naar het stellen van reële doelvoorschriften en kennisinhoudelijk toetsen van maatregelen.”

Stam: “VEMW omarmt het initiatief van het ministerie van IenW om gezamenlijk te werken aan een handreiking voor legionellapreventie. Het beter begrijpen van legionellagroei- en verspreidingsfactoren draagt uiteindelijk bij in het vinden van risicobeperkende maatregelen.”

Verfijning van de risico-indeling
Naar aanleiding van de literatuurstudie van het RIVM in 2019 heeft VEMW vorig jaar besloten om een onderzoek naar legionella in afvalwater(zuiveringsinstallaties) uit te voeren onder haar leden. Doel is om inzicht te krijgen in de groeibepalende factoren voor legionella om zo te komen tot een verfijning van de risico-indeling. Ook moet het onderzoek inzicht geven in de reeds genomen legionellamaatregelen, in de relatie met bevoegd gezag en de onrust onder personeel.

De enquête is naar de operators van 69 industriële biologische afvalwaterzuiveringen verzonden. 41 zuiveringen (59%) hebben die ingevuld. Bij 37 zuiveringen zijn legionellamonsters genomen en bij twintig (54%) is legionella aangetroffen. Bij 23 zuiveringen is het influent op legionella bemonsterd, waarvan bij negen zuiveringen (39%) legionella is aangetroffen. Bij 33 zuiveringen is het effluent op legionella bemonsterd, waarvan bij zeventien zuiveringen (52%) legionella is aangetroffen.

Zie ook: https://www.hydroscope.nl/nieuws/legionella-bij-industriele-waterzuiveringen/