Minister Wiebes (EZK)

‘We hebben een uitstekend vestigingsklimaat om de koppositie te pakken’

In het najaar van 2019 werd de Taskforce Infrastructuur Klimaatakkoord Industrie (TIKI) in het leven geroepen. Ze moest het kabinet adviseren over een doeltreffende, doelmatige en tijdige invulling van de infrastructuur, die nodig is voor de industrietransitie. In mei dit jaar presenteerde TIKI haar advies aan minister Wiebes. “We moeten nu keuzes maken, wachten is geen optie.”

Wiebes: “Juist in deze onzekere tijden is het voor bedrijven en overheden belangrijk om over het langere termijnperspectief van de economie na te denken en voorbereidingen te treffen voor de klimaat- en energietransitie. Laten we niet vergeten dat ons land een uitstekend vestigingsklimaat heeft om een koploperspositie te pakken. Daarvoor is een passende infrastructuur onontbeerlijk. Het is daarom belangrijk dat TIKI heeft gekeken welke eventuele knelpunten in de infrastructuur de industrie kunnen belemmeren om haar verduurzamingsdoelstelling te halen. En, welke mogelijke oplossingen hiervoor voorhanden zijn.”  

Ambitie en kans
Nederland heeft de ambitie en de kans om de (Europese) vestigingsplaats te zijn voor duurzame (basis)industrie, zegt Wiebes. “We beschikken over een hoogopgeleide technische beroepsbevolking. Maar ook over een zeer gunstige ligging voor verhandeling en transport van industriële grondstoffen en goederen. Productie van grootschalige groene stroom kan op de Noordzee en lege gasvelden zijn bij uitstek geschikt voor opslag van waterstof en CO2. We hebben een gasleidingennetwerk dat geschikt is voor waterstof en groen gas. Kansen genoeg, maar het is belangrijk dat we nu keuzes maken. Wachten kan niet.”

De inzet van Nederland op een duurzame industrie is met het Klimaatakkoord gericht op sneller te starten met een ambitieuzer klimaatbeleid dan de rest van de EU, aldus de minister. “Door eerder te starten, kunnen Nederlandse bedrijven een koploperspositie krijgen bij het duurzaam produceren. Niet alleen de basisindustrie zelf, ook toeleveranciers van kennis en machines. Dit vergroot onze exportkansen.”

‘We moeten investeren om uit de crisis te komen’

Wiebes verwijst naar zijn ‘Visie verduurzaming basisindustrie 2050; de keuze is aan ons’. Hij zegt dat de huidige coronacrisis het belang om hier goed naar te kijken nog verder toeneemt. “We praten over de herstructurering van de industrie. CO2 - doelen zijn daarbij een onderdeel, maar de coronacrises drukt ons op het feit dat we kwetsbaar zijn. We moeten investeren om uit de crisis te komen. Daarvoor moet je een samenhangende filosofie hebben voor een groen en innoverend herstel van de economie.”

Nu beginnen
U zegt: Voor de transitie naar 2050 zullen infrastructurele aanpassingen voor waterstof, CO2, elektriciteit en warmte essentieel zijn. Het kabinet wil deze transitie versnellen.
Hoe wil het kabinet dat concreet doen?

“Om te zorgen dat de basisindustrie succesvol klimaatneutraal wordt, moet de overheid op vier punten als een dirigent meer regie nemen: Innovatie, opschaling, infrastructuur en wetgeving. Behalve over wetgeving geldt dat de muziek van anderen is, de orkestleden van buiten de overheid komen, maar het Rijk wel richting geeft opdat het een mooi concert wordt.

“De behoeften van de industrie in een klimaatneutrale toekomst vraagt aanpassing van de infrastructuur voor de aan- en afvoer van duurzame energie en grondstoffen, warmte en (rest)gassen. Daarmee moeten we nu beginnen, want dit is een bepalende factor voor de keuze van industriële bedrijven. Zij investeren de komende decennia in duurzame productie. Infra leg je aan voor een lange periode. Voor private partijen soms een te lange om in te investeren, terwijl je wel weet dat deze investeringen hun geld zullen opbrengen. Net als in het verleden met dijken en spoorwegen past het de overheid om daarbij, als dat nodig is, te kijken of ze een rol kan nemen. Ook kan de overheid de mogelijke coördinatieproblemen oplossen door partijen actief bij elkaar te brengen.”

Acteren en investeren

Met andere woorden: er haast is geboden?

“We halen de doelstellingen voor de industrie als we gaan versnellen. Versnelling vraagt dat zowel industrie, overheid als andere partijen helderheid bieden over hun plannen en investeringen, zodat deze stakeholders zekerheid hebben en ook daadwerkelijk gaan acteren en investeren. Het TIKI-proces heeft partijen bij elkaar gebracht en kansen voor investeringen zichtbaar gemaakt. Als bedrijven dan gaan investeren halen we de doelstellingen op het gebied van CO2-emissiereductie.”

‘Versnellen en verbinden’
Wiebes: “Met het nemen van een sterkere regierol kan de overheid trajecten rond infrastructuur versnellen en verbinden. We hadden primair elektriciteit en aardgas. Waterstof, CO2 en warmte bestonden wel, maar gaan naast elektriciteit de komende decennia een enorme groei doormaken. Het aantal stakeholders neemt daarmee ook toe. Het Rijk kan een rol spelen door deze stakeholders bij elkaar te brengen. Bovendien willen we samenhang tussen de energievormen versterken en meer proactief gaan nadenken over de infrastructuur die we in de toekomst nodig hebben. De overheid heeft de positie als een dirigent alle partijen en belangen bij elkaar te brengen. Ook moet zij vanuit het brede publieke belang keuzes met betrekking tot infrastructuur maken. En zij moet waar nodig noodzakelijk risico’s nemen waarvan de opbrengst pas op de langere termijn zichtbaar wordt. Nederland kan met een transitie van de eigen basisindustrie de kweekvijver en accelerator worden voor duurzame industrie wereldwijd en tegelijkertijd haar strategische positie in industriële waardeketens versterken.”

U zegt dat het ‘meerjaren infrastructuurprogramma energie klimaatakkoord’ (MIEK) daarbij een goed hulpmiddel kan zijn. Kunt u dat uitleggen?

“Het MIEK komt met een inventarisatie van concrete infrastructuurbehoeften, inclusief de mate van zekerheid van het gebruik ervan. Het idee achter het MIEK is om keuzes te maken die we niet aan individuele bedrijven of clusters kunnen overlaten. Dat is een goed idee, want het behoud van een sterke industrie die ook nauw verweven is met andere sectoren, vraagt in sommige gevallen ook om keuzes op nationaal niveau. Bij de afspraken in het MIEK zal het Rijk ook andere belangen goed meewegen. Denk hierbij aan de wensen vanuit de sectoren agro, verkeer en vervoer, de bebouwde omgevingskant en de belangen van decentrale overheden. Daarnaast vraagt nieuwe infrastructuur een goede ruimtelijke inpassing. In mijn reactie op het TIKI-advies zal ik terugkomen op hoe dat precies zal worden vormgegeven.”

‘Rijk moet een actieve rol spelen om de transitie te kunnen realiseren’

Na de zomer

Er is veel geld gemoeid met een toekomstige en volwaardige infrastructuur. Welke financiële verantwoording neemt het Rijk hierin?

“We hebben al veel instrumenten die daarop gericht zijn. TIKI heeft een aantal aanvullende voorstellen neergelegd. Ja, het gaat om veel geld en de investeringen moeten hun geld wel opbrengen.  Ik bekijk nu de voorstellen en zal na de zomer in mijn reactie op het TIKI-advies ingaan. Daarbij moeten we niet alleen naar de eerstkomende tien jaar, maar ook na de periode daarna kijken omdat we vanwege doorlooptijden daar nu al mee moeten beginnen. Iedere buis of kabel die we nu leggen, ligt er immers in 2050 nog.”

‘Grote keuzes met een lange tijdshorizon’
Wiebes: “Nu maken we vooral gebruik van elektriciteit en aardgas voor onze energievoorziening, maar dat gaat door de transitie sterk veranderen. De rol van elektriciteit wordt in alle sectoren groter, we gaan over op duurzame gassen en er komen allerlei andere opties voor de warmtevoorziening. Dat vraagt veel nieuwe infrastructuur en keuzes over hoe we dat inpassen en realiseren. Stuk voor stuk grote keuzes met een lange tijdshorizon, en daarmee zijn ze van majeur belang voor de transitie.”

Klik hier voor het advies van de Taskforce Industrie Klimaatakkoord Infrastructuur (TIKI) aan minister Wiebes van EZK.