Klimaatakkoord Nederlandse bijdrage voor invulling Parijsdoelstellingen

Samenhangend pakket maatregelen leidend tot 49 % CO2-reductie in 2030

VN Klimaatakkoord Parijs
Eind 2015 is tijdens een klimaattop van de Verenigde Naties in Parijs door 186 landen een Klimaatakkoord gesloten, dat in 2020 in moet gaan. Daarin staan bindende, gemeenschappelijke afspraken om de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder 2 graden Celsius, met een duidelijk zicht op 1,5 graden Celsius. Een ambitieuze doelstelling. Om deze te realiseren is niet alleen concretisering nodig, maar zijn ook uitvoeringsplannen per lidstaat nodig en controlemechanismen die aantonen dat de gemeenschappelijke doelstelling gehaald wordt door gemeenschappelijke acties. Nederland onderschrijft als lid van de Europese Unie het VN Klimaatakkoord, dat moet leiden tot een CO2-emissiereductie van 80-95 procent in 2050.


Nederlandse invulling
In het Regeerakkoord van 2017 heeft het kabinet een ambitieuze klimaat- en energie-agenda geformuleerd. Met een Nederlandse Klimaatwet en Klimaatakkoord, in navolging van het SER Energieakkoord voor Duurzame Groei (2013-2023). De uitstoot van broeikasgassen moet drastisch, met 49 procent in 2030 t.o.v. 1990, verminderd worden. De kansen die de energietransitie biedt moeten optimaal benut worden, waarbij de kracht van de Nederlandse economie versterkt moet worden. De energietransitie gaat zo hand in hand met een industrietransitie. Een belangrijk verschil met het Energieakkoord uit 2013 is dat de focus op CO2-emissie komt te liggen. Kosteneffectiviteit  op de lange termijn is daarbij essentieel om draagvlak voor de maatregelen te houden door zoveel mogelijk reductie te realiseren met de beschikbare middelen (€/ton CO2).

Sectoren
Het Nederlandse Klimaatakkoord moet vijf sectoren beslaan: elektriciteit, gebouwde omgeving (lage temperatuur warmte), industrie (hoge temperatuur warmte), en transport en landbouw. Elke sector moet een bijdrage tot 2030 leveren om de Parijsdoelstellingen in 2050 te kunnen halen. De regering zet dan ook in op een breedgedragen akkoord, met sectorafspraken over concrete maatregelen en een tijdspad. Relevante maatschappelijke partijen zijn uitgenodigd aan zogenaamde ‘sectortafels’ bijdragen te leveren. VEMW levert concrete bijdragen aan de sectortafels Industrie en Elektriciteit en aan de crosssectorale tafels voor waterstof (H2), power-to-heat (P2H) en systeemintegratie.

Industrietafel
Met de grootschalige uitrol van energiebesparing, elektrificatie en de afvang en opslag of hergebruik van CO2 kan de industrie de additionele opgave van het kabinet realiseren van 14,3 Mton uitstootvermindering. Aan de industrietafel zijn voorstellen gedaan die perspectief bieden op een klimaatneutrale, circulaire industrie met een florerende toekomst. Naast het gebruik van reeds nu beschikbare technologieën wordt fors en tijdig ingezet op innovatie, demonstratieprojecten en technologie-opschaling. Hiervoor worden programma’s opgezet voor  groene waterstof, hergebruik van producten en materialen, toepassing van biomassa en de ontwikkeling van elektrische oplossingen voor hoge temperatuurtoepassingen in de industrie. Met de versnelling van de industrietransitie, die tot 2030 extra investeringen vergen van 15-20 miljard euro, neemt Nederland internationaal een koppositie in. Het maatschappelijk belang van deze investeringen rechtvaardigt volgens de industrie een bijdrage van de overheid ter dekking van deze kosten die oplopen tot zo’n € 1 miljard in 2030. De regering wil vooralsnog in het ontwerp Klimaatakkoord (OKA) (voorjaar 2019) niet verder gaan dan 550 mln euro. Daarnaast is overheidsregie nodig om de benodigde infrastructuur tijdig te realiseren en de vergunningverlening gestroomlijnd te laten plaats vinden en is een stabiel wettelijk kader noodzakelijk om investeringszekerheid te creëren die bedrijven in Nederland in staat stelt nieuwe waardeketens te ontwikkelen. Een doorrekening van het ontwerp Klimaatakkoord (OKA) door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL, maart 2019) laat zien dat de door de industrie voorgestelde maatregelen optellen tot een CO2-reductie van 6-13,9 Mton, uitgaande van het NEV2017 basisplan. Rekenend met actuele prijzen voor energie en CO2 is de bandbreedte 6-18 Mton. Onduidelijkheden m.b.t. de voorgestelde maatregelen hebben betrekking op de precieze uitwerking van de CCS-infrastructuur en de inrichting van een ‘bonus-malus regeling’. Reden voor de regering om een nationale heffing op CO2-emissie voor te stellen.

Elektriciteitstafel: vraagsturing
Elektrificatie speelt een sleutelrol bij de verduurzaming van de industrie, mobiliteit en de gebouwde omgeving. Aan de elektriciteitstafel is afgesproken om de succesvolle aanpak van onrendabele top subsidiëring, kostenreductie en programmatische uitrol van duurzaam productievermogen te intensiveren. Hierdoor groeit het aandeel CO2-vrije elektriciteitsproductie fors en wordt ruim 20 Mton CO2-uitstoot bespaard. Minstens zo belangrijk zijn de voorstellen om de betrouwbaarheid en betaalbaarheid van de energietransitie te borgen. Cruciaal is de omslag van aanbod- (stimulering van de CO2-vrije elektriciteitsproductie) naar vraagsturing (stimulering van de CO2-vrije elektriciteitsconsumptie). Door de vraag te stimuleren wordt groei van duurzaam aanbod mogelijk gemaakt. Een aanbod dat gelijke tred houdt met afzetmogelijkheden in industrie en andere sectoren. Op haar beurt faciliteert de groei van flexibele vraag vanuit de industrie de toename van weersafhankelijk duurzaam elektriciteits-productievermogen. Een doorrekening door het PBL laat voor de elektriciteitssector zien dat de doelstelling van 20,4 Mton met de voorgestelde maatregelen vrij zeker gehaald kan worden.

Planning
Begin 2018 is gestart met de uitwerking van het Klimaatakkoord. Op  10 juli 2018 heeft de regering de hoofdlijnen voor een akkoord  gepresenteerd, op basis waarvan het PBL helaas niet kon doorrekenen of - en in welke mate - de doelstellingen, waaronder 49 procent emissiereductie, gehaald kunnen worden. Die doorrekening heeft later wel kunnen plaatsvinden op basis van een Ontwerp Klimaatakkoord, opgesteld door EZK, en gepresenteerd op 13 maart 2019. Die doorrekening is de basis voor de volgende stap die moet leiden tot een Klimaatakkoord later dit jaar. PBL heeft in de zomermaanden een consultatie geopend voor een verbrede Subsidieregeling Duurzame Energie, de SDE++. Die verbreding betreft vijf categorieën van technologieën gericht op emissiereductie in de industrie: elektrificatie d.m.v. carbon capture & storage (CCS), elektrische warmtepompen en elektrische boilers, industriële restwarmte en grootschalige waterstofproductie. Deze technologieën moeten met 5 categorieën voor hernieuwbare energie gaan concurreren om de beschikbare middelen (€/ton CO2) van zo’n 3,2 mrd euro/jaar. Doel is zo de klimaatdoelen voor 2030 (49 procent CO2-reductie) te kunnen realiseren.

Bijdragen VEMW
VEMW heeft bij gelegenheid van haar 100-jarig bestaan in 2015 een position paper opgesteld onder de veelzeggende titel ‘Samen op weg naar minder: hoe Nederlandse energie-intensieve bedrijven helpen om de CO2-uitstoot te verlagen’. Minder emissies, gezamenlijk te realiseren vanwege de ongekende klimaatopgave. In 2017 is de visie van dit paper concreter uitgewerkt in een rapport ‘Decisions on the industrial energy transition’, op basis van een McKinsey-studie, gevolgd door een tweede McKinsey-studie in 2018 over de concrete investeringen en beleidsmaatregelen. In 2017 heeft VEMW een notitie opgeleverd in het kader van het ‘Transitiepad hoge temperatuur warmte’ (THT2050). Met de transitiepaden voor de genoemde sectoren rapporteert de regering de voortgang m.b.t. de invulling van de Parijsakkoorden aan de Europese Commissie. VEMW levert concrete bijdragen aan de sectortafels Industrie en Elektriciteit, en de crosssectorale tafels voor waterstof (H2), power-to-heat (P2H) en systeemintegratie.

Bekijk hier de doorrekeningen van Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Planbureau (CPB) van de maatregelen die zijn opgenomen in het ontwerp-Klimaatakkoord (OKA).

Lees hier verder