Gascrisis

De geopolitieke situatie rond Oekraïne en de onderbreking van supply chains als gevolg van de Covid-pandemie leiden tot een urgentie om maatregelen te nemen. De zorgen van marktpartijen nemen toe en verbreden zich als het gaat om de gaskosten (betaalbaarheid) en voorzieningszekerheid (betrouwbaarheid). En daarbij gaat het om zowel de korte termijn (2022) als de langere termijn (2023-2027). Met het belang van de Nederlandse gasverbruikers en de politieke wil om zo snel mogelijk afscheid te nemen van Russisch gas (Europese Commissie, Nederlandse regering) is meer dan ooit verantwoord leiderschap en rationeel handelen van alle partijen in de energiemarkt keten nodig. Reden voor VEMW om de verschillende aspecten van de gasvoorziening met feiten te duiden t.a.v. de gasmarkt en kosten (1), de gasvoorziening (2) en de maatregelen (3) hoe om te gaan met de uitdagingen. Want een ding weten we zeker: de voorgestelde beleidsopties zullen niet gratis zijn en leiden tot hogere kosten. Voor de maatschappij als geheel. En voor de toekomst van de industrie en andere zakelijke gasverbruikers in Nederland.

Gasmarkt en kosten 

Gasprijs
Waar de gasprijs het afgelopen najaar 2021 steeg tot historische hoogtes had dat te maken met een complex aan factoren, waarvan de verstoring van bevoorradingsketens door Covid en de snelle aantrekking van de economie en daarmee de vraag naar gas lange tijd de belangrijkste waren.

In het najaar was het sentiment nog dat de gasbergingen minimaal gevuld waren, hetgeen in een koude winter (piekvraag) tot voorzieningszekerheidsproblemen zou kunnen leiden. Die koude winter is er niet gekomen, maar daarvoor in de plaats wel de oorlogsdreiging rond – en het binnenvallen van - Oekraïne. Waar we eerder dachten dat de gasprijs maar in beperkte mate beïnvloed werd door Rusland hebben we moeten constateren dat Rusland gas inzet als politiek wapen. Ook dit gegeven leidde tot een prijsopdrijvend effect met in maart 2022 spotmarktprijzen tot 350 euro/MWh en onbalansprijzen (within-day uurprijzen) die op enig moment zelfs de 1400 euro hebben aangetikt. Het geringe prijsverschil tussen de spot- en termijnmarkt geeft aan dat dat we voorlopig nog rekening moeten houden met hoge prijzen. Het langjarige prijsniveau van 15-30 euro/MWh lijkt behoorlijk uit zicht.

‘Een prijs met economische gevolgen die we bereid moeten zijn te betalen voor veiligheid en vrijheid’, aldus premier Rutte in die periode. 

De zorgen over de stijgende kosten voor het contracteren en afnemen van gas worden vooral gevoed door twijfels over de continuïteit van de levering van Russisch gas. Er is onrust onder gashandelaren en een gebrek aan vertrouwen in elkaar. Dat leidt tot extra kosten voor de afdekking van risico’s en de zekerstelling van posities. Of Rusland de gaskraan op enig moment dichtdraait of de Europese Unie binnen een korte termijn de afname van dat gas wil minimaliseren, in beide gevallen zijn er alternatieven nodig om in de energiebehoefte te voorzien. LNG is de snelste optie, maar zal ook leiden tot een prijsopdrijvend effect voor de komende jaren.

Gasmarkt
Sinds de oprichting van de gasmarkt (TTF in Nederland in 2006) is sprake van een veerkrachtige markt, met een zeer grote prijsconvergentie tussen de Europese gashubs. Dat is onder meer een gevolg van een vrije verhandelbaarheid van gas tussen marktgebieden zonder grote infrastructurele knelpunten zoals beschikbaarheid van voldoende transportcapaciteit op de grenzen. Het Europese toezichthoudende agentschap ACER stelt wel vast dat de inkoopvolumina steeds volatieler worden, en dat onder meer de geringe zomer-winter-prijsspread ervoor gezorgd heeft dat gasvoorraden minder zijn aangevuld in de zomer van 2021. Outlier naar beneden zijn bergingen waar Gazprom posities heeft.

De prijssignalen werken wel, maar er komt helaas te weinig vloeibaar aardgas (LNG) naar Europa door de vraagdruk vanuit Azië, waar men hogere gasprijzen betaalt. ACER doet nog onderzoek naar aanwijzingen die zouden kunnen duiden op een marktfalen. Dat doet niks af aan het feit dat de marktuitkomsten in 2021 en 2022 de gasverbruikers onwelgevallig zijn en hun dagelijkse bedrijfsvoering frustreren en soms zelfs belemmeren. Een collectieve inkoop van gas om te komen tot lagere gasprijzen is volgens 60 procent van de eindverbruikers geen route waarvan een positieve bijdrage kan worden verwacht.

Het aantrekken van vloeibaar gas (LNG) op de wereldmarkt is een alternatief, met dien verstande dat deze gasbron anders dan pijpleidingengas schoksgewijs beschikbaar komt met een zekere tijdsvertraging. Dat impliceert dat we bereid moeten zijn om periodes met hogere en volatielere prijzen mee te nemen. Dat kan ook een vraagverandering teweegbrengen, wanneer afnemers als reactie daarop demand side response (DSR) maatregelen nemen.

Vraagelasticiteit
De prijsontwikkelingen hebben grote gevolgen voor afnemers. Huishoudens gebruiken inmiddels 15 procent minder gas en glastuinders hebben hun productie fors teruggeschroefd voor belichting en verwarming of zijn zelfs gestopt.

Cijfers van het CBS laten zien dat de industrie zo’n 4-5 procent minder gas heeft verbruikt in 2021 t.o.v. 2020. Ten opzichte van 2019 is dat zelfs 35 procent met uitschieters tot 50 procent, maar daar zit een corona pandemie effect in.

In de industrie hebben vooral de chemie en de raffinaderijen fors in moeten grijpen in de productie. Dat geldt overigens ook de aluminium- en metaalbranche, omdat ook de elektriciteitsprijzen hoog zijn. Elektriciteit wordt in Nederland altijd nog voor de helft gasgestookt opgewekt en de hoge CO2-uitstootkosten worden doorbelast.

Bedrijven die op de wereldmarkt actief zijn, zoals staal-, metaal- en chemiebedrijven kijken nu nadrukkelijk naar hun lange termijnpositionering en kunnen tot de conclusie komen dat het op basis van de energieprijzen serieus te overwegen is om de productie te verleggen naar bijvoorbeeld Noord-Amerika of Australië. De industrie geeft aan dat keteneffecten zwaar onderbelicht zijn. Zo kan de levering van medisch voedsel aan ziekenhuizen en patiënten in gevaar komen wanneer de gaslevering in gevaar komt of bijgevolg de toelevering van grondstoffen en verpakkingsmateriaal voor dat voedsel. 

Kosten
De grote zorgen over de aanhoudend hoge en stijgende kosten is breder geworden. Ging het eerst met name over de commodityprijzen, nu worden afnemers geconfronteerd met maatregelen die zullen leiden tot hogere systeemkosten voor met name de gasbergingen (prijsrisico’s en financiële exposure verplichte opslag) en het transport (kostenverschuivingen). Doordat marktpartijen elkaar steeds minder vertrouwen in combinatie met de toegenomen prijsvolatiliteit vragen leveranciers steeds grotere zekerheden (kredietverplichtingen, bankgaranties) voor de levering van de commodity om hun eigen financiële positie te kunnen borgen en een mogelijk risico op faillissement te verkleinen.

Begin maart 2022 vroeg EFET, de Europese vereniging van energiehandelaren, in een brief aan overheden en centrale banken om noodsteun. Zij waarschuwden dat ernstige liquiditeitsproblemen kunnen ontstaan a.g.v. volatiliteit op de commodity markten die het functioneren van markten in gevaar brengt. Het Britse bedrijf Gazprom Marketing & Trading, dat opereert onder de naam Gazprom Energy, belevert 21 procent van de industriële en andere bedrijfsklanten, en loopt risico van bankroet. Het bedrijf is uit EFET verwijderd, waarna energiebedrijven gestopt zijn met het doen van zaken met het bedrijf. Marktspelers verwachten dat het bedrijf geen lang leven beschoren is en de Britse regering bereidt zich voor om het bedrijf tijdelijk te beheren. Het gaat om een portefeuille van meer dan 100.000 klanten in het VK, Frankrijk en Nederland. Gazprom Germania, dat in Duitsland onder meer de grootste gasopslag bestiert en dochterbedrijven heeft zoals Wingas is in april tijdelijk (tot 1 november 2022) onder toezicht van de Duitse overheid geplaatst. 

Kostencompensatie
De Europese Commissie heeft de Staatssteunregels aangepast om een ruimere compensatie voor de historisch hoge gasprijzen te kunnen bieden aan bedrijven. Lidstaten kunnen bedrijven tijdelijk – tot en met 31 december 2022 - helpen om te gaan met de huidige sancties en tegensancties, bedrijven helpen om voldoende liquiditeit te verkrijgen om garanties te stellen voor de hoge prijzen en bedrijven compenseren voor de buitengewoon hoge elektriciteits- en gasprijzen. Lidstaten kunnen mogelijkheden bieden om garant te staan en leningen aan te bieden met gesubsidieerde rente voor bedrijven die liquiditeitsproblemen hebben door de garantstelling voor de hoge de energieprijzen. Daarnaast stelt de commissie kaders vast voor de compensatie voor bedrijven voor de hoge energieprijzen. De Nederlandse overheid is geen voorstander van de tijdelijke compensatiemechanismen.

Gasvoorziening

De Nederlandse gasvoorziening is de afgelopen 15 jaren sterk veranderd. Na de liberalisering van de markt is de Nederlandse handelsplaats TTF de leidende gashub in Europa geworden - en ook kunnen worden - na realisatie van de zogenaamde gasrotonde en verbetering van de toegang tot de markt (entry-exitsysteem, interconnectie, balanceringsregime, e.d.). Meer recent wordt de markt geconfronteerd met de stapsgewijze sluiting van het Groningenveld, en gaat Nederland van een situatie van netto-export (productie tweemaal het binnenlandse verbruik) naar import (productie de helft van de gasvraag). Dat heeft ook consequenties voor het volume dat via het TTF verhandeld wordt.

Hoewel de Europese gasopslagen aan het begin van de winter 2021/2022 met 77 procent krap gevuld waren, heeft de combinatie van hoge prijzen, extra LNG-import, vraagreductie en een milde winter er toe geleid dat er geen fysieke gastekorten waren of zullen komen en dat de Europese vulgraad van 27 procent eind maart 2022 voldoende is voor de al bijna aflopende winterperiode.

De Europese Commissie wil de afhankelijkheid van olie, gas en kolen uit Rusland versneld afbouwen. Volgens het REPowerEU-plan zou het voor aardgas gaan om tweederde (ca. 100 bcm) van de gasleveranties uit Rusland (155 bcm in 2021) in één jaar. De Europese afhankelijkheid van Russisch gas is ca. 35 procent (155 bcm van de EU-vraag van 440 bcm) , waar dit voor Nederland ca. 25 procent bedraagt (15 procent pijpleiding, 10 procent LNG).

Maatregelen

Om de afhankelijkheid van Russisch gas te verminderen is een mix van maatregelen nodig aan de aanbodzijde (verduurzaming en diversificatie van energiebronnen), de gasopslag en de vraagzijde (energiebesparing, elektrificatie).

Noodmaatregelen BH-G
In Nederland hebben we sinds 2019 een Bescherm- en Herstelplan Gas (BH-G), gebaseerd op een Europese Security of Supply verordening (2017). Het BHG beschrijft de maatregelen die de overheid kan nemen om de effecten van een gascrisis op het gassysteem zoveel mogelijk te beperken en beschermde afnemers zo lang mogelijk van gas te blijven voorzien. Minister Jetten (EZK) heeft in aanvulling op het  eerder gepubliceerde Bescherm- en Herstelplan Gas (BH-G) de Nationale Crisisplannen voor Gas en Elektriciteit naar de Kamer gestuurd. Volgens de Europese regulering zijn in 2017 solidariteitsmechanismen afgesproken, waarbij lidstaten elkaar moeten helpen in geval er een serieus probleem met de gasvoorzieningszekerheid optreedt. Wanneer het gasaanbod vanuit Rusland stokt zitten echter alle lidstaten in dezelfde situatie van aanbod-schaarste.

In eerste instantie zal de markt op een gastekort reageren met een gasprijs die nog verder zal stijgen. Vooral bedrijven worden getroffen door die hoge prijs. In een aantal industriële bedrijfstakken zal dan de productie verminderd worden (zie ‘vraagelasticiteit’) omdat het tegen die hoge inkoopprijzen voor gas niet meer loont om bijvoorbeeld kunstmest te produceren.

Met de industrie is het ministerie in december 2021 in gesprek gegaan over vergaande maatregelen om in geval van een fysieke gascrisis volgens een noodplan individuele bedrijven af te kunnen schakelen. Afhankelijk van onder meer de beschikbare responstijd, de mate van urgentie, en veiligheids-, schade- en economische consequenties. Uit de reacties van bedrijven blijkt dat zij vaak enige tijd (enkele uren tot enkele dagen) nodig hebben om veilig te kunnen terugschakelen. Ook is het raadzaam een zeer beperkt minimumverbruik (waakvlam) toe te staan om de veiligheid te blijven garanderen en/of disproportionele schade aan de installatie te voorkomen. Ten slotte laten de reacties zien dat maatschappelijke, keten en/of economische gevolgen bij veel installaties zeer stevig zijn.

Het Bescherm- en Herstelplan Gas om de grootste industriële gasverbruikers – tijdelijk - af te schakelen mag louter in noodsituaties in werking treden, wanneer er een acuut fysiek tekort aan gas ontstaat, niet vanwege de hoge prijzen of anderszins. Los van juridische consequenties heeft een gedwongen afschakeling consequenties voor de Nederlandse economie, werkgelegenheid, vestigingsklimaat, installaties (veiligheid, schade) en onderbrekingen in productieketens zoals de elektriciteitsvoorziening, transportbrandstoffen, voeding, verpakkingsmaterialen, e.d.

Productie
De binnenlandse gasproductie zou opgeschroefd kunnen worden door het Groningenveld weer in productie te nemen. Dat kan snel omdat het veld nog in een waakvlammodus staat. Het is echter de vraag of er een politieke bereidwilligheid is om van deze mogelijkheid gebruik te maken. De regering heeft in maart 2022 besloten de eerder aangekondigde sluiting van Groningen door te zetten.

Een andere optie is om de binnenlandse gasproductie van de Kleine Velden op de Noordzee op te schroeven met een volume van zo’n 6 bcm en een capaciteit van 1,5-2 bcm/jaar.

Gasopslag
Door de sluiting van het Groningenveld en de geleidelijke uitputting van de off shore gasproductie wordt de rol van de gasopslagen - zoals Norg, Grijpskerk en Bergermeer – in de gasvoorziening vrij essentieel. Enerzijds is er voldoende opslagvolume nodig om de winter door te komen en anderzijds voldoende capaciteit om de koude winterdag piekbehoefte te kunnen dekken. Het Groningenveld gaat beiden niet langer leveren en het aanbod op de markt kan op momenten tekort gaan schieten als gevolg van een storing in de voorziening of een leveringstekort, bijvoorbeeld omdat elders in de wereld meer betaald wordt voor LNG, of (geo)politieke besluiten worden genomen.

In Nederland zijn drie gasbergingen voor laagcalorisch gas (G-gas) en twee voor hoogcalorisch (H-gas), met een gezamenlijke capaciteit van 14,5 bcm (waarvan 7,5 bcm H-gas). De grootste bergingen Norg (G-gas) en Bergermeer en Grijpskerk (beiden H-gas) waren begin september 2021 (start winterseizoen) voor resp. 73, 22 en 38 procent gevuld. Begin maart 2022 (einde winterseizoen) bedroegen die percentages 36, 7,5 en 1,5 procent. Waar het met de torenhoge gasprijzen en vooruitzichten duidelijk is dat de markt – op basis van vraag en aanbod en doelmatige prijzen - tekort zal schieten, moet nog duidelijk worden. Voor de G-gasbergingen hebben de direct betrokken partijen in het Gasgebouw (Staat, Shell, Exxon) in het kader van de ontmanteling van het Groningenveld afspraken gemaakt om in ieder geval tot 2027 een minimale vulgraad aan te houden voor het winterseizoen.

De gasopslagen in de Europese Unie worden aangemerkt als vitale infrastructuur en moeten bij het begin van het volgende gasjaar (1 oktober 2022) voor minimaal 80 procent gevuld zijn. Een voldoende vulgraad van de bergingen moet geborgd worden. Bijvoorbeeld door gasleveranciers te verplichten om een minimum gasvolume op te slaan, eigenaren van gasbergingen te verplichten om hun capaciteit aan marktpartijen te tenderen en/of de TSO (GTS in Nederland) te verplichten om een strategische gasvoorraad in te kopen en te beheren. Met de mogelijkheid om storage operators te certificeren om te verzekeren dat zij de leveringszekerheid niet bedreigen, prikkels te creëren voor het vullen door ontheffing voor netwerktarieven, het invoeren van use-it-or-release it bepalingen.

Het kabinet overweegt volgens een Kamerbrief alvast drie mogelijkheden: het ingrijpen via marktprikkels (afdekken prijsrisico’s, zoals tweezijdige contracts for differences), vulverplichtingen voor gasopslagen (energieleveranciers?) en het vullen van gasopslagen door een door de overheid aangewezen partij.

LNG
Russisch gas kan vervangen worden door vloeibaar gas (LNG) uit landen als de Verenigde Staten, Qatar en Australië. Probleem is echter dat niet alle LNG dat verscheept wordt in de vrije handel zit en ook niet overal kan aanlanden. Zo is de Rotterdamse Gate-terminal nu en in de komende maanden al vol. Inzet is de capaciteit van Gate nog dit jaar (!) uit te breiden van 12 naar maximaal 20 bcm per jaar. Gasunie kijkt daarnaast naar de mogelijkheid om tijdelijk een drijvende LNG-faciliteit (4 bcm) in de Eemshaven te contracteren.

Energiebesparing
Het gasverbruik in Nederland schommelt rond de 40 bcm per jaar, waarvan de industrie zo’n 14 bcm voor zijn rekening neemt. Energiebesparing is een optie die op de korte termijn al kan leiden tot een substantiële vermindering van het energieverbruik. Zo becijferde het CBS dat het industriële energiegebruik in 2021 met bijna 5 procent (0,7 bcm gas) is gedaald door de historisch hoge gas- en elektriciteitsprijzen. De eerste maanden van dit jaar lag dat percentage nog hoger. Een structurelere energiebesparing kan gerealiseerd worden door het nemen van efficiencymaatregelen. De minister wijst hier op de energiebesparingsplicht voor ETS-bedrijven, maar een groter potentieel (1,6 bcm i.p.v. 0,4 bcm) kan gerealiseerd worden door het wegnemen van barrières, zoals Project 6-25 laat zien.

Verduurzaming
De Rijksoverheid zet op de korte termijn in op een energiebesparingscampagne, inclusief een aanscherping van de energiebesparingsplicht voor bedrijven, waardoor er minder gas nodig is. Verduurzaming van de gasvraag kan onder meer door de inzet van groene moleculen en elektronen. De inzet van groen gas (biomethaan), waterstof, zon-PV en windturbines op zee moet worden versneld, inclusief de elektrificatie van de warmtebehoefte (stoom) in de industrie. Het kabinet heeft de beoogde maatregelen voorgelegd aan de Kamer. 

De Europese Commissie wil ook fors inzetten op vraagreductie door isolatie in de gebouwde omgeving en energiebesparing in de industrie. Ook wil het in 2030 maar liefst 35 bcm biomethaan en 5 Mton waterstof produceren en 10 Mton importeren, maar dat is geen bijdrage voor de korte termijn (2022 en 2023).

Tweederde van de VEMW-leden ziet nadrukkelijk mogelijkheden in de verduurzaming van de energievraag (elektrificatie) en in energiebesparing. Op relatief korte termijn (2022-2023), met uitdagingen ten aanzien van de inpassing, ombouw en realisatie.

VEMW in de media:

5 april Financieel Dagblad
Onbegrip over sluiting Gronings gasveld groeit 


11 maart Nieuws.nl:
Grootverbruikers gas bezorgd om stabiliteit energieleveranciers