Deltacommissaris Peter Glas

'We moeten in gesprek blijven over vraag en aanbod van water'

Het is een van de grootste uitdagingen de komende jaren: In gesprek gaan én blijven met industriële watergebruikers. Dat zegt Deltacommissaris Peter Glas. “Want voldoende zoetwater is in de toekomst geen vanzelfsprekendheid meer.”

De dialoog aangaan over hoe gebruikers, zoals de industrie, zuiniger met
zoetwater kunnen omgaan. Dat is essentieel, aldus Glas. Die gesprekken lopen parallel aan het uitvoeren van maatregelen van waterschappen en andere overheden, zegt hij. En ze moeten worden gevoerd in zowel normale als droge tijden.

Meer zelfvoorzienend
Glas: “In de Deltabeslissing Zoetwater is dat ‘waterbeschikbaarheid’ genoemd. Deze gesprekken geven inzicht in wat er gedaan kan worden in het watersysteem om zuiniger te zijn met water, water beter vast te houden en het beschikbare water optimaal te gebruiken. Het geeft dus inzicht en handelingsperspectief voor gebruikers. Om zo meer zelfvoorzienend te worden en minder afhankelijk te zijn van de beschikbaarheid van zoetwater, zodat zij een stabielere productie te kunnen krijgen. De afspraken en bijbehorende maatregelen die daaruit volgen, kunnen er voor zorgen dat in de toekomst de verdringingreeks pas later ingezet hoeft te worden dan nu het geval zou zijn.” [de verdringingreeks geeft aan waar in tijden van watertekort de prioriteiten liggen bij de verdeling van het water, red.] 

Droogte
De droogte van 2018 en 2019 toont aan dat maatregelen voor het vasthouden en aanvullen van grondwater essentieel zijn, zegt Glas. Ook is het belangrijk om in te zetten op vermindering van de watervraag bij verschillende gebruikers, waaronder de industrie. “Water is meer dan ooit onze gezamenlijke verantwoordelijkheid.” Iedereen heeft er belang bij dat de waterbeschikbaarheid nu en in de toekomst helder in beeld komt, stelt de Deltacommissaris. “Zodat  tijdig maatregelen genomen kunnen worden om watertekorten te beperken. De droogte van vorig jaar, en nu nog in sommige gebieden, toont aan dat het voor grondwater vooral gaat om goed voorraadbeheer.”

Aanvullen
Ons watersysteem is nu vooral nog gericht op het zo snel mogelijk afvoeren van overtollig water, legt Glas uit. “Daarom is het nodig om maatregelen te nemen die het grondwater aanvullen door gebruik te maken van het neerslagoverschot in de wintermaanden. Grondwatervoorraden zijn dan weer gevuld voordat het groeiseizoen begint.” In de eerste fase van het Deltaplan Zoetwater (2015 t/m 2021) is dit al in de vorm van maatregelen terug te vinden, zegt hij. “Na de droogte van 2018 krijgt dit nog meer aandacht bij de keuze van maatregelen voor de tweede fase (2022 t/m 2027) die in het Deltaprogramma 2022 zullen worden opgenomen.”

Eigen initiatief
Glas: “Eigen initiatief om volop mee te doen bij het in kaart brengen van de waterbeschikbaarheid en het nemen van maatregelen is ontzettend belangrijk. Goed kijken naar zuinig zijn met water, maar ook zorgen dat het watersysteem robuuster wordt. Dus zorgen voor een alternatieve aanvoermogelijkheid als de primaire bron nu of in de toekomst even niet bruikbaar is. Niet alleen vanwege waterschaarste maar ook vanuit mogelijk optredende waterkwaliteitsincidenten.” Hij adviseert bedrijven helder te zijn in wat zij in de toekomst aan zoetwater nodig hebben, wat zij zelf kunnen regelen en waar ze overheden bij nodig hebben.

Alle zoetwatergebruikers
Het voorkomen van watertekorten vraagt inspanningen van Rijkswaterstaat, provincies en waterschappen die verantwoordelijk zijn voor het hoofdwatersysteem en de regionale watersystemen, zegt hij. “Én het vraagt inspanningen van alle zoetwatergebruikers. Wat we nu al zien is dat industrieën zoals Heineken, Bavaria en Chemelot proactief maatregelen treffen om hun eigen watervraag te beperken. Dat zijn no-regret maatregelen en goede voorbeelden die passen binnen het beleid. Maar niemand kan het alleen. De kracht zit hem in het-samen-doen.”  

Robuuste oplossingen
Glas: “De ontwikkelingen in de industriële watervraag hebben de grootste effecten op diep grondwater en strategische grondwatervoorraden. Dit onderstreept nog eens hoe belangrijk het is om goed samen te werken en tot verstandige, robuuste oplossingen te komen. Alle partijen – overheden én gebruikers - moeten daarbij ook hun eigen verantwoordelijkheid nemen. Iedereen heeft een steentje bij te dragen, ook de industrie.”

Kracht
Hij benadrukt nogmaals dat de kracht zit in gezamenlijkheid. “Waterprofessionals moeten het niet hebben van (politieke) macht, maar van de kracht van argumenten. Zij moeten dagelijks laten zien dat zij goede dingen doen, tegen een zeer redelijke prijs, evidence based. Dat is de achtergrond voor de unieke governance binnen het Deltaprogramma. Alle betrokken partners werken samen. En kijken (ver) vooruit. Terwijl iedereen ook heel goed weet waar we vandaan komen. We willen ons niet nog eens laten verrassen door een watersnoodramp. We willen goed op de toekomst zijn voorbereid. En dat zijn we. Dat er een Deltawet is én een Deltafonds én het instituut van de Deltacommissaris, is de beste waarborg voor continuïteit in het programmeren, monitoren, sturen en bijsturen van al het werk dat nodig is om onze delta fysiek veilig en leefbaar te houden. Ons nationale Deltaprogramma kijkt voorbij de gebruikelijke bestuursperioden en past bij de lange termijnuitdagingen waarvoor we staan en de oplossingen die daarbij horen.”

Het Deltaplan Zoetwater is erop gericht:

  • De watervoorraad in hoofdwatersysteem te vergroten (flexibel peilbeheer IJsselmeer, waardoor in het voorjaar een grotere waterbuffer wordt opgebouwd);
  • De aanvoer naar de regio’s te verbeteren (o.a. door verbeteren van Kleinschalige Wateraanvoer/KWA, Roode Vaart Brabant);
  • De vraag naar zoetwater te verminderen (door stimuleren van teelten van droogte- en zoutbestendige gewassen);
  • Vergroten van opslag in ondiepe ondergrond;
  • Per regio waterbeschikbaarheidsafspraken te maken over de hoeveelheid zoetwater waarop gebruikers in droge tijden kunnen rekenen (zodat ook duidelijk wordt welke voorzieningen ze zelf moeten treffen);
  • Vasthouden van zoetwater.

Ruim 193 miljard euro
Sectoren die voor hun productie afhankelijk zijn van zoetwater, zoals landbouw, scheepvaart en veel industrieën, vertegenwoordigen een waarde van ruim 193 miljard euro (directe productie). En ze hebben een aandeel van ongeveer 16 procent in de nationale economie.

Peter Glas volgde begin dit jaar Wim Kuijken op als Deltacommissaris. Daarvoor was hij vijftien jaar watergraaf van Waterschap De Dommel en zes jaar landelijk voorzitter van de Unie van Waterschappen. In zijn huidige functie reist hij door heel Nederland en spreekt hij frequent met burgers, gemeenten, provincies, waterschappen, boeren en bedrijven over waterverantwoordelijkheid.