De ontwikkeling van de gasmarkt tussen 2000 en 2030

De gasvoorziening is de laatste decennia flink in beweging. De gefaseerde liberalisering van de markt heeft sinds 2000 tal van nieuwe ontwikkelingen in gang gezet. VEMW is als belangenbehartiger van grootverbruikers van (aard)gas de laatste decennia nauw betrokken geweest bij die ontwikkelingen. Dat is niet zelden zonder slag of stoot gegaan: De taakgroep Gassen van VEMW heeft zich geprofileerd als een strijder voor een eerlijk toelatings- en marktregime dat in balans is met de kosten waarvoor industriële grootverbruikers zich gesteld zien. Nu Dirk Jan Meuzelaar, die na 21 jaar actief te zijn geweest – waarvan de laatste twaalf jaar als voorzitter - afscheid neemt, is het een geschikt moment om samen met Jacques van de Worp, taakgroepsecretaris, terug te blikken op een turbulente periode. Een turbulentie die zich ook de komende jaren naar verwachting zal blijven manifesteren.

De liberalisering
In de jaren tachtig van de vorige eeuw tekende zich een golf van privatiseringen van staatsbedrijven af, inclusief energiebedrijven, veelal in handen van overheden. Rond de millenniumwisseling werd de gasvoorziening in ons land onder de nieuwe Gaswet geliberaliseerd. Het bestaande ‘Gasgebouw’ voldeed niet meer. Door concurrentie moest een optimale, doelmatige prijs tot stand komen op basis van vraag en aanbod. “Een nobel streven”, zegt Dirk Jan Meuzelaar. “Maar bij de liberalisering van de gasmarkt bleek dat er geen gelijk speelveld was tussen de bestaande partijen. Partijen die beschikken over fysieke middelen voor productie, opslag, transport en levering van aardgas, en nieuwe toetreders die daar niet over beschikken of slechts in geringe mate.”

Met de Splitsingswet uit 1998 werd toen besloten om de productie, handel en levering van gas te ontvlechten van het transport en de distributie van aardgas, legt Meuzelaar uit. Het van oudsher geïntegreerde Gasunie werd in 2004 formeel gescheiden in Gasunie Trade and Supply (GuTS, later Gasterra) en Gasunie Transport Services (GTS). Leveranciers met regionale assets, zoals Nuon, werden gesplitst in Nuon als leverancier en het netwerkbedrijf Alliander met dochter netbeheerder Liander.

Meuzelaar: “Van een marktplaats was toen nog geen sprake. De gasprijs kwam nog steeds tot stand zoals gold in het oude Gasgebouw, namelijk op basis van de zogenaamde oliepariteit: huisbrandolie voor huishoudens en stookolie voor bedrijven. Het dominante Gasunie/GuTS bepaalde de formule voor de prijs. Eindverbruikers profiteerden nauwelijks.”

De vrije gasmarkt
“In 2003 werd door Gasunie het Title Transfer Facility (TTF) als marktplaats opgericht”, vervolgt Meuzelaar, “bedoeld om de handel van gas op één marktplaats te bevorderen. Na de formele ontvlechting (unbundling) besloot GuTS om van supply naar trade te gaan door haar gas te verhandelen op deze marktplaats. Ook werd in 2008 besloten om de handel in gas ‘kwaliteitsloos’ te maken. Daarmee verdween op de marktplaats het onderscheid tussen hoog- en laagcalorisch gas. De liquiditeit van het TTF steeg en de volatiliteit nam af. Het aantal spelers groeide en de oliepartiteit werd verdrongen door een gas-to-gas marktprijs.”

Infrastructuur verschaft toegang tot de gasmarkt
De infrastructuur (transport, aansluiting, kwaliteitsconversie, (on)balans) biedt toegang tot de gasmarkt. Netbeheerders zoals GTS, Liander, Enexis en Stedin beschikken over de transport- en distributienetten, met aansluitingen voor producenten en afnemers van aardgas, én opslagbedrijven.
“VEMW neemt als representatieve organisatie van begin af aan deel aan regulier overleg met Gasunie in het systeem van onderhandelde toegang (nTPA: negociated Third Party Access)”, zegt Van de Worp. “In 2005 wordt de nTPA mede door druk van VEMW vervangen door een gereguleerde toegang (rTPA) tot de gasvoorziening. Het Gebruikersplatform Elektriciteits- en Gasnetten (GEN) wordt opgericht om wettelijk overleg te voeren tussen netbeheerders en representatieve organisaties van netgebruikers over de totstandkoming en wijziging van de Tarievencode en Voorwaarden voor (onder meer) transport, de aansluiting, kwaliteitsconversie en balancering”.

VEMW tegen het Shippermodel
In tegenstelling tot de elektriciteitsvoorziening werd in de gasmarkt het ‘shippers model’ geïntroduceerd. Alleen de shipper, de transporteur van gas, kreeg toegang tot de systemen van GTS en contracteerde de invoeding en het onttrekken van gas op enig punt in het systeem. Vaak was de shipper ook leverancier, waardoor het voor een gasverbruiker lastig was om te switchen van leverancier omdat de shipper contracteert en de transportcapaciteit bezat. De shipper bepaalde ook waar het gas naar toe ging, dus of het in Nederland afgeleverd wordt bij een gasverbruiker of wordt doorgevoerd naar een andere gasmarkt, bijvoorbeeld het National Balancing Point (NBP) in het Verenigd Koninkrijk.

Van de Worp: “Afnemers konden rond 2006 niet zelfstandig op het handelsplatform TTF opereren en hadden altijd een shipper nodig die het transportcontract van de afnemer kon uitoefenen. Dit betekende dat commodity en transport feitelijk nog aan elkaar gekoppeld waren. GuTS verkocht olie-gerelateerd gas met een ‘destination’ clausule (‘gate delivered supply’), waardoor gas niet kon worden terugverkocht op de TTF-markt (‘trade’). Klanten werden verhinderd tussen de markten te arbitreren.”

Bevochten
“VEMW heeft dit exclusieve shippermodel jarenlang bevochten. En met succes: Het exclusieve shippermodel is doorbroken door de invoering van het Direct Aangeslotenen model (DA) in 2009”, legt Van de Worp uit. “Direct aangeslotenen kunnen als ‘light shipper’ zelf capaciteit boeken en daartoe toegang krijgen tot de GTS-systemen. Een gevecht dat nog niet helemaal is beslecht. Zo zijn de kredietwaardigheidseisen die GTS vraagt aan een Aangeslotene met Exit Capaciteit (AMEX) vele malen hoger dan de landelijk elektriciteitsnetbeheerder TenneT vraagt. GTS blijft daaraan vasthouden.”

Brusselse doorbraak
Uit een onderzoek van de Europese Commissie in 2004 bleek onder meer dat de marktmacht en manipulatie door dominante partijen, waaronder GuTS in Nederland, tot zeer ongewenste situaties leidden. “Brussel greep hard in”, zegt Meuzelaar. “Het presenteert een jaar later een derde gasreguleringspakket dat uiteindelijk leidde tot een nieuwe Gasrichtlijn en Gasverordening in 2009. Dat derde pakket vormde de basis voor het doorbreken van de marktmacht en het creëren van een markt op grond van een gelijk speelveld. De kernbegrippen daarbij waren - en zijn nog steeds - non-discriminatie, kostenveroorzaking, kostenoriëntatie en vermijden van kruissubsidiëring.  Implementatie in Nederland leidde tot een systeem met Richtlijnen/Richtsnoeren met Bindende Aanwijzingen. VEMW maakt daar veelvuldig gebruik van om de positie van de gas eindverbruiker te verbeteren.”

Meuzelaar: “Als we nu de balans opmaken, dan hebben de inspanningen van VEMW en andere stakeholders er toe geleid, geholpen door jaarlijkse marktrapportages van toezichthouder DTe (later NMa en ACM), dat de gemiddelde gasprijs in de afgelopen vijftien jaar in vergelijking met de oorspronkelijke olieprijsformule die begin jaren 2000 gold, gemiddeld ruim tien cent/m3 lager lag. Bij een binnenlands verbruik van circa veertig miljard m3 betekent dat een besparing van de totale commodity-rekening van gasverbruikers in Nederland van gemiddeld ruim vier miljard euro per jaar.

Infrastructuur, opbouw van de Gasrotonde
Gastransportservices (GTS) wilde van meet af de Gasrotonde van de West-Europese gasmarkt worden. In. Door de Nederlandse infrastructuur uit te breiden met nieuwe pijpleidingen (noordoost-west en noordoost-zuidwest), de BBL-interconnector en de Gate LNG-terminal (Maasvlakte), én de verbetering van de TTF-positie door kwaliteitsloze handel, konden nieuwe gasstromen naar en door Nederland aangetrokken worden. Om deze ambitie waar te maken was rendement op transport volgens GTS van levensbelang. Dit vertaalde GTS in een hoge waardering van de bestaande infrastructuur, c.q. in een hoge  Gestandaardiseerde Activa Waarde (GAW), die een belangrijke factor is voor de toegestane GTS-opbrengsten en -tarieven.

Kosten voor gastransport(-gerelateerde) diensten
Onder het regime van rTPA is via de Europese Gasrichtlijn en Gasverordening geregeld dat de netbeheerder zijn investeringen mag terugverdienen met daarbovenop een redelijk rendement op zijn investeringen. De kosten die hij via tarieven in rekening mag brengen, moeten echter louter doelmatige kosten zijn, zowel voor kapitaal- als operationele kosten. Netbeheerders werken in een gereguleerde markt. Dat betekent dat zij gehouden zijn aan maximum aansluit- en transporttarieven voor gas en elektriciteit. De ACM houdt toezicht op netbeheerders en de tarieven die zij bij klanten in rekening brengen. Dat doet zij ook bij GTS. Een en ander is in de Nederlandse Gaswet geregeld door middel van zogenoemde methodebesluiten, die elke drie tot vijf jaar worden vastgesteld door de centrale toezichthouder, legt Van de Worp uit. “Ieder jaar binnen die periode wordt afzonderlijk de toegestane omzet bepaald voor de wettelijke taken die GTS, maar ook de regionale netbeheerder, verricht. Deze wordt volgens de uitgangspunten in de Tarievencode Gas verdeeld over de eenheden transport, aansluiting, balancering en kwaliteitsconversie in tarieven. Kortom, de maximumtarieven die de netbeheerder in rekening mag brengen per eenheid van een dienst.”

Besparingen op transportkosten
Het eerste methodebesluit bestrijkt de periode 2004 tot 2006; het tweede 2007 tot 2009; het derde 2009 tot 2012/13; het vierde 2014 tot 2016 en het vijfde 2017 tot 2021. Begin 2021 is het zesde methodebesluit vastgesteld voor de jaren 2022 tot 2026.

Meuzelaar: “Deze methodebesluiten vormden de afgelopen jaren voer voor stevige discussies. VEMW heeft meerdere keren beroep aangetekend bij de rechter tegen de vaststelling van de methodebesluiten door de toezichthouder. Daarmee hebben wij als taakgroep Gassen successen geboekt. Het heeft tot besparingen op de transportkosten geleid op grond van de Europese regulering.”

Lange, succesvolle strijd
Met betrekking tot de eerste twee methodebesluiten heeft VEMW na lange strijd met succes een verlaging van de gemiddelde activa bij het CBb afgedwongen. Een interventie van de minister van Economische Zaken om via een Beleidsregel de GAW op 6,376 miljard euro te waarderen (‘boekwaarde’), inclusief een hoog rendement op investeringen (14%-15%), werd onder andere door onze interventie vernietigd en naar 4,2 miljard euro teruggebracht. Ook werd het verzet van GTS gebroken tegen een jaarlijkse verlaging van de tarieven met 4,2 procent. Dit leverde netgebruikers zevenhonderd miljoen euro op.

Meuzelaar: “In het derde methodebesluit zijn we opnieuw met succes in beroep gegaan tegen de in onze ogen nog steeds te hoge GAW, waardoor GTS vierhonderd miljoen euro moest terugbetalen aan eindgebruikers. In afwachting van de aangekondigde Europese harmonisatie van de gastransporttarievenstructuur als onderdeel van het derde pakket, werden alle Nederlandse tariefherstructureringen in de ijskast gezet en hebben we onze pijlen voornamelijk gericht op het vijfde methodebesluit, waarbij we in Nederland en Europa aandrongen om alle Europese ‘Transit System Operators (TSO’s) met elkaar te benchmarken op kosten per eenheid output. Uit een onafhankelijke analyse, geïnitieerd door ACM, bleek GTS toen voor slechts 78,9 procent efficiënt te zijn, met andere woorden leverde de best presterende TSO tegen 78,9 procent dezelfde output als GTS zou leveren. Dit betekende dat GTS circa 21 procent minder van haar kosten mocht doorberekenen aan klanten, hetgeen een verlaging op de tarieven betekende van 750 miljoen euro.”

Europese harmonisatie van regels
Tussen 2009 en 2017 heeft de Europese Commissie met het derde reguleringspakket door middel van network codes de grensoverschrijdende samenwerking tussen transmissiesysteembeheerders en de totstandbrenging van Europese netwerken voor transmissiesysteembeheerders (ENTSOG en ENTSOE) afgedwongen. De belangrijkste network codes hadden betrekking op het opheffen van congestie, het afschaffen van handelsbelemmerende lange termijncontracten en allocatie van (korte termijn)capaciteit op grenspunten, gasbalancering, interoperabiliteit inclusief gaskwaliteit, en – als sluitstuk in 2017 - het harmoniseren van de gastarievenstructuur. Dit alles heeft geleid tot een transparante en liquide Europese markt.

Meuzelaar: “In alle network codes heeft VEMW namens de International Federation of Industrial Energy Consumers (IFIEC) deelgenomen aan  Stakeholders Joint Working Sessions, alsmede in kleine ‘Prime Movers’ groepen die als eerste direct betrokken werden bij het schrijven van de codes.” 

Networkcode on balancing
Het Nederlandse balanceringsregime werkte tot 2011 marktbelemmerend. Het systeem bestrafte ieder uur zowel overschrijdingen (long posities) als onderschrijdingen (short posities), met daarbovenop hoge boetes. De totale kosten voor afnemers bedroegen meer dan 125 miljoen euro per jaar. In 2008 wilde de minister van EZK de liquiditeit op het TTF vergroten door de introductie van onder andere een eenvoudiger balanceringsregime en een betere benutting van de transportcapaciteit. Onder leiding van GTS werd een Werkgroep Marktmodel Wholesale Gas opgericht waarin de belangrijkste Nederlandse stakeholders, waaronder ook VEMW, zitting namen, zegt Meuzelaar. “Gezamenlijk is toen een Markt Proces Model ontwikkeld met programmaverantwoordelijke partijen op TTF-niveau. In 2011 konden we in Nederland de balans in de praktijk opmaken: De onbalanskosten waren met circa negentig (!) procent gedaald en risico’s werden geminimaliseerd.”

Kort daarop publiceerde de Europese toezichthouder ACER in opdracht van de Europese Commissie de ‘framework guideline on balancing, die door ENTSOG in een ‘Network code on balancing’ moest worden vertaald. In de EU begon het gevecht met de Europese gasindustrie om het Nederlandse systeem overeind te houden. Omdat de meeste landen geen uur- maar een dagbalanceringssysteem hebben, was de oppositie tegen het goed werkende Nederlandse marktsysteem groot. VEMW had een prominente rol in IFIEC en samen met CEFIC, die Meuzelaar ook vertegenwoordigde, heeft zij buitenlandse collega’s ervan weten te overtuigen dat het Nederlandse systeem het beste was en meeste toekomstperspectief bood. De Europese toezichthouder ACER en de Europese Commissie stemden daarmee in. 

Networkcode on interoperability and data exchange
Om de internationale gashandel te bevorderen was een uniform berichtenverkeer noodzakelijk en had de Europese Commissie tevens mandaat afgegeven om grensoverschrijdende gaskwaliteit te harmoniseren, te beginnen met de Europese standaard voor hoogcalorische gaskwaliteit. Hiervoor werd door de gasindustrie de European Association for the Streamlining of Energy Exchange - gas (EASEE-gas) opgericht, die in 2004 een ‘Common Business Practice’ (CBP) publiceerde, waarin feitelijk de invoeding van praktisch alle gaskwaliteiten in heel Europa zou moeten worden toegestaan. 

Voor Nederland werd dit in 2010 actueel met de introductie van het ‘hoezo ander gas’ programma, toen de LNG terminal (GATE) in de Rijnmond in gebruik werd genomen. De voorwaarden van de klanten van deze terminal bleken ook gestoeld op deze EASEE-gas CBP. Hierdoor werden gebruikers van hoogcalorisch gas blootgesteld aan veel grotere en snelle variaties van de gaskwaliteit, die invloed kon hebben op veiligheid, efficiency, productkwaliteit en emissies van gasinstallaties. Gevolg was dat eindgebruikers in voorkomende gevallen hun installatie en processen moesten aanpassen. Grootverbruikers kregen hier twee keer twee jaar de tijd voor (2010-2012-2014).

Verzet
VEMW heeft zich tegen deze wijziging verzet, omdat de industriële gasinstallaties zijn ontworpen op een bepaalde verbrandingswaarde en samenstelling. Daarbuiten vervalt de garantie van een apparatenbouwer (OEM) en kan schade leiden tot meer onderhoud en een kortere levensduur. Dit verzet heeft onder andere geleid in een actieve rol van Dirk-Jan Meuzelaar in vrijwel alle Europese gremia waar voorstellen met betrekking tot gaskwaliteit worden voorbereid. Hierdoor kunnen de belangen van eindgebruikers in onder andere Europese gasstandaarden en wetten, zoals de komende vernieuwde Gasverordening, beter gewaarborgd worden.

Meuzelaar: “Dankzij oppositie van CEFIC en IFIEC in het Madrid Forum werd de voorgestelde gasstandaard niet in de Network Code opgenomen en moest het Europese standaardisatiebureau CENCENELEC haar huiswerk opnieuw doen. Mede doordat nu ook rekening gehouden moet worden met biomethaan en waterstof, en de belangen van de verschillende partijen sterk uiteenlopen, verwachten wij een nieuw voorstel van de H-gas standaard in 2023.”  

Networkcode on harmonised Transmission Tariff Structures (NC TAR)
De invoering van deze code heeft ook in Nederland geleid tot een structurele verandering van de gastransporttarieven, waaronder de invoering van het postzegeltarief in 2020. Dit tarief, dat zorgt voor meer transparantie, is vastgesteld door de ACM en was een langgekoesterde wens van VEMW, zegt taakgroepsecretaris Van de Worp. “Na intensieve gesprekken, waaraan ook VEMW deelnam, is tot deze breed gedragen tariefstructuur gekomen. Die structuur is het gevolg van een uitwerking van regels die er voor zorgen dat de tariefberekeningen binnen Europa meer op elkaar lijken en dus transparanter worden. Naast het postzegeltarief is er een hogere korting voor gasopslagen gekomen en zijn de tarieven voor dag-, kwartaal- en maandproducten in de winter gedaald. Gebruikers weten van te voren beter met welke tarieven zij te maken krijgen en kunnen doelmatiger keuzes maken bij het transport van gas door de Europese Unie.” Aanvankelijk was het plan in Europa (en in Nederland) om alle transportkosten aan eindgebruikers door te berekenen. “Door flink te lobbyen hebben we dat weten te voorkomen en dragen invoeders nu veertig procent van de kosten”, aldus Van de Worp.

VEMW in beroep tegen kostendoorrekening ontmanteling Gasgebouw (2018)
Naar aanleiding van de toenemende aardbevingen in Groningen, met als uitschieter die in Zeerijp januari 2018, besloot de minister van EZK om het Groningen gasveld versneld te sluiten. De maatregelen om negen grootverbruikers voor oktober 2022 te verplichten om te schakelen van laagcalorisch Groningengas naar hoogcalorisch gas stuitte op tegenstand bij VEMW op grond van Europese regulering. Daarnaast werd de (versnelde) bouw van een nieuwe stikstoffabriek, met een investering van meer dan vijfhonderd miljoen euro, weer uit de ijskast gehaald. 

In 2019 zijn de voorbereidingen gestart voor de volgende reguleringsperiode van 2022 tot 2026 voor landelijk gasnetbeheerder GTS. Van de Worp: ”De ACM heeft onderzoek gedaan hoe kan worden omgegaan met de structurele afname van het aardgasverbruik in de toekomst als gevolg van de energietransitie en de genoemde afbouw van de gaswinning uit het Groningen gasveld.” Op basis van het onderzoek MOet Regulering Gas ANders (MORGAN) heeft de toezichthouder de volgende conclusie getrokken: Voorkomen moet worden dat een steeds kleinere groep gasverbruikers in de volgende jaren de volledige rekening van GTS moet gaan betalen met steeds hogere tarieven en daarmee kosten per resterende afnemer. Kosten die bovendien in afnemende mate in relatie staan tot de diensten die GTS levert.

Van de Worp: “In 2021 gaat VEMW opnieuw in beroep bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven, omdat de kosten die een resultaat zijn van de ontmanteling van het Gasgebouw eenzijdig en versneld bij de netgebruikers worden neergelegd. De versnelling van de afschrijving van toekomstige kosten naar de komende tariefjaren is volgens VEMW in strijd met kostenveroorzakingsprincipe en non-discriminatiebeginsel: Tussen de gasgebruiker nu en die in de toekomst, maar ook tussen groepen gasgebruikers onderling.”

Meuzelaar: “Inefficiënte kosten, die voor rekening van de aandeelhouder van GTS moeten komen en niet mogen worden afgewenteld op netgebruikers (die volgens de Europese regulering alleen efficiënte kosten toegerekend mogen krijgen), zouden moeten leiden tot desinvesteringen van GTS. Van de Worp vult aan: “Daar komt nog bij dat de minister van EZK met een wijziging van een Ministeriële regeling de toezichthouder ACM een aanwijzing geeft om - via een wijziging van de Tarievencode Gas - honderd procent van de verwijderingskosten van een gasaansluiting gesocialiseerd in rekening te brengen bij alle (resterende) gasverbruikers. Gasgebruikers die deze kosten niet hebben veroorzaakt en ook niet zelf kunnen beïnvloeden.”

Europese Green Deal verplicht een groenere samenstelling van ons gas
Het huidige energiebeleid is voornamelijk gericht om het gebruik van fossiele bronnen uit te faseren en hiervoor in de plaats groene elektriciteit en groene moleculen in te zetten. Voor het aardgas betekent dit dat er meer bio-methaan in het aardgas zal worden ingevoed. Daarnaast wordt grootschalig ingezet op de productie van groene waterstof, voornamelijk op basis van elektrolyse. Voor een beperkt deel zal het waterstof in het aardgas worden bijgemengd en het grootste deel zal worden gedistribueerd via een aparte backbone. Het hiervoor opgetuigde HyWay27 project van Gasunie heeft als doel alle grote industriële clusters voor 2027 aan deze backbone aan te sluiten.

Gasunie: Hergebruik infrastructuur voor waterstof
Gasunie wil een deel van de aardgasinfrastructuur hergebruiken voor het transport van klimaatneutrale waterstof. Waterstof die nodig is om aan de klimaatdoelstellingen te gaan voldoen. Dat hergebruik is doelmatiger dan wanneer nieuwe assets worden aangelegd. VEMW steunt het initiatief van Gasunie, mits ook hier regulering plaatsvindt en louter doelmatige kosten in rekening worden gebracht.

Van de Worp: “De overdracht van bestaande, her te gebruiken assets mag alleen plaatsvinden op grond van de gestandaardiseerde activa waarde en niet op boekwaarde. Ook moet duidelijk zijn wat de doelmatige kosten voor hergebruik van leidingen zijn. VEMW heeft haar uitgangspunten in mei 2020 vastgelegd in een position paper waterstof.”


De Europese Commissie heeft in de Green Deal een waterstofstrategie opgesteld en een vierde gasreguleringspakket in voorbereiding ten behoeve van de inpassing, het transport en een markt voor duurzame gassen. VEMW leverde onder andere input voor een IFIEC Position Paper on Hydrogen dat is ingebracht bij de Commissie, het Parlement en het Madrid Forum en in de consultatie van de herziene Gasdirective, die in het vierde kwartaal van 2021 zal worden gepubliceerd.

Slotwoord

Een weg van lange adem en volharding’
Terugblikkend op alle ontwikkelingen van de laatste twintig jaar concludeert Dirk-Jan Meuzelaar, scheidend voorzitter van de taakgroep Gassen: “Het werk van VEMW en haar actieve leden in de taakgroepen, waaronder de taakgroep Gassen, is een ‘uphill battle’: een weg van lange adem en volharding met consistentie ten aanzien van uitgangspunten. Kennis is macht en die kennis moet opgebouwd worden in het gevecht tegen de gevestigde gasindustrie en de,  meerdere doelen dienende, staat. De resultaten van dat werk zijn niet altijd direct heel evident, maar pas vele jaren later zichtbaar. Individuele leden, bedrijven, onderscheiden zich hiervan: Zij zijn altijd ‘short’ en ‘cash is king’. Uit de geschetste waterstofontwikkeling moge duidelijk zijn dat de uphill battle nog lang niet over is. De energietransitie zal nog vele veranderingen in petto hebben. Ik wens mijn opvolger(s) dan ook veel succes met het voortzetten van het succesvolle werk!”