Landelijk en regionaal gastransport

Eigendom van de landelijke en regionale gasnetwerken

De gastransport- en distributienetten vormen de ruggengraat van de openbare gasvoorziening, die van belang is voor de verwarming van gebouwen en bedrijven en de productie van stoom en elektriciteit voor de industrie. De overheid onderkent dit publieke belang van een vitale en kapitaalsintensieve infrastructuur. De politiek kiest er begin van deze eeuw voor om de netwerken te splitsen van de productie en levering en de netwerken in eigendom van de overheid te houden.

Rol VEMW
VEMW pleit voor transparante tarieven voor het gastransport en de distributie, op basis van efficiënte kosten. In dat licht ondersteunt VEMW de principekeuze voor overheidseigendom van de netten, maar vraagt zich af of dat overheidseigendom voldoende waarborg is voor het realiseren van efficiënte netbeheerkosten en daarmee lage tarieven voor u als gasverbruiker. VEMW stapt regelmatig naar de rechter (CBb) omdat inmenging van de regering, die niet alleen het energiebeleid maakt maar ook eigenaar (aandeelhouder) is van de landelijke gastransportnetten, resulteert in te hoge waardering van de kapitaalslasten (GAW, WACC en productiviteitsverbetering). Daarmee zijn gastarieven, die voor ruim de helft bestaan uit kapitaalslasten, al jaren kunstmatig te hoog. En wat gebeurt er als een private partij een minderheidsbelang in het netwerkbedrijf neemt? Een private partij die aandelen Gasunie koopt zal geen genoegen nemen met de rendementen op investeringen die overheidsbedrijven thans realiseren. Een opwaartse tariefdruk is het mogelijke gevolg, en daar bent u als gasverbruiker niet mee gediend.

Beleid eigendom
Doordat de investeringskosten in de netwerken hoog zijn ligt het niet voor de hand dat er concurrenten op de markt komen. Het (gas)netbeheer is een monopolie en omdat de netinfrastructuur van vitaal belang is voor de Nederlandse samenleving (publiek belang), is gekozen voor een aandeelhouderschap van de overheid. De overheid borgt de publieke belangen eerst en vooral door wet- en regelgeving, met het beleidsministerie van Economische Zaken als primair verantwoordelijke. Het publiek aandeelhouderschap dient als aanvullend instrument voor de overheid om controle uit te kunnen oefenen.

Beleid tarievengrondslag
Europese regulering staat de aandeelhouder (de overheid dus) niet toe te bepalen welke rendementen zij mag maken op de gepleegde investeringen. Dat is een wettelijke taak voor de onafhankelijke toezichthouder, in Nederland de ACM. De ACM bepaalt iedere 3 tot 5 jaar de methode van regulering, waarmee zij de tarieven jaarlijks vaststelt. Volgens die methode worden onder meer de Gestandaardiseerde Activa Waarde (GAW), de kapitaalslastenvergoeding (WACC), de productiviteitsverbetering (Frontiershift) en de afschrijvingstermijnen vastgesteld. Op basis van die parameters is er jaarlijks een toegestane gereguleerde omzet op grond waarvan de netbeheerder haar aandeelhouder – een deel van - de gemaakte winst als dividend uitkeert of besluit die te investeren in de infrastructuur (vervanging, verbetering). 

Leden lezen hieronder meer over het eigendom van de gasinfrastructuur in Nederland. Login