Instrumenten

Beperking emissie naar water en lucht

Er zijn verschillende instrumenten om de beleidsdoelstellingen met betrekking tot de beperking van emissies te realiseren. Het belangrijkste instrument is het Europese emissiehandelssysteem (EU ETS). Daarnaast zijn er ook andere instrumenten: 
  • Vergunningverlening: emissie-eisen.
  • Clean Development Mechanism & Joint Implementation
  • Afvang en opslag van CO2 (Carbon Capture and Storage: CCS);

Rol VEMW
VEMW pleit voor doelmatige instrumenten om emissies te beperken. VEMW is van mening dat een wereldwijd emissiehandelssysteem het beste instrument is om klimaatverandering het hoofd te bieden. VEMW neemt het voortouw ten aanzien van de herstructurering van het emissiehandelssysteem EU ETS. Daarnaast informeert VEMW haar leden over ontwikkelingen met betrekking tot emissiehandel, emissie-eisen en ander instrumenten om emissies te beperken.

Emissiehandel
Emissiehandel is handel in emissierechten: eenheden die een vaste hoeveelheid uitstoot schadelijke gassen vertegenwoordigen. Door uitstoot uit te drukken in verhandelbare eenheden kunnen bedrijven een investeringsafweging maken om wel of niet minder uitstoot te produceren: investeren in schonere technologie of rechten bijkopen. 

EU ETS
Sinds 2005 kent de Europese Unie zijn eigen emissiehandelssysteem; het EU ETS. Alle bedrijven die vallen onder het EU ETS moeten jaarlijks voor elke ton CO2 die ze uitstoten één emissierecht overleggen. Niet elke installatie of productie valt onder het EU ETS. Hiernaast kunt u een overzicht downloaden van de deelnamecriteria en een leidraad van de Europese Commissie hierover. De Europese Commissie heeft de maximale CO2 uitstoot (het emissieplafond of de cap) vastgesteld voor 2020. Om dit plafond te bereiken moet de uitstoot van CO2 jaarlijks met een vastgesteld percentage (1.74%) dalen. Elk jaar zijn er dus minder emissierechten beschikbaar. De regels voor het EU ETS liggen vast in de richtlijn die u hiernaast kunt downloaden.

Van de jaarlijks beschikbare hoeveelheid emissierechten rechten wordt een deel gratis toegewezen aan bedrijven. De overige rechten worden via periodieke veilingen verkocht.

Toewijzing emissierechten

Hoeveel rechten worden toegewezen ligt vast in het nationaal toewijzingsbesluit. Elektriciteitsproducenten moet al hun benodigde rechten kopen. Voor de industrie geldt een andere allocatieregime. De industrie moet in toenemende mate rechten kopen op de markt. In de periode 2013-2020 ontvangen zij per jaar steeds minder gratis rechten. In 2013 ontvingen bedrijven 80% van de benodigde rechten gratis. In 2020 krijgen deze bedrijven nog maar 30%.

Er is een uitzondering op deze regel voor de bedrijven die actief zijn in sectoren die concurreren met bedrijven in andere landen en werelddelen waar geen klimaatregels gelden (ongelijk speelveld). Zij staan op een zogenaamde ‘carbon leakage lijst’ en ontvangen in beginsel alle rechten gratis voor zover er efficiënt geproduceerd wordt. Dit om te voorkomen dat zij als gevolg van de extra kosten uit Europa vertrekken en ergens waar geen emissieregels verder produceren waardoor de emissies ‘weglekken’.

Compensatie indirecte kosten EU ETS
De elektriciteitssector rekent haar CO2-kosten door in de elektriciteitsprijs, waardoor de financiële last van de aankoop van emissierechten terechtkomt bij de verbruikers van de elektriciteit. Bedrijven die deelnemen aan het EU ETS, met name energie-intensieve bedrijven die op de ‘carbon leakage lijst’ staan, kunnen aanspraak maken op compensatie voor deze indirecte ETS kosten. De regeling daarvoor kunt u hiernaast downloaden.

Herstructurering EU ETS
VEMW pleit in het kader van het SER Energieakkoord voor duurzame groei voor een herstructurering van het EU ETS, waarbij het verkrijgen van rechten ‘mee-ademt’ met de economische ontwikkelingen door een directe link te leggen met de daadwerkelijke productie. Dit is mogelijk door over te stappen op een dynamisch allocatiesysteem. Het Ecofys rapport kunt in de de rechterkolom downloaden. 

Andere emissiereductie instrumenten

Vergunningverlening (emissie-eisen)
Industriële installaties moeten voldoen aan emissie-eisen. Dat is vastgelegd in de Richtlijn Industriële Emissies. Het belangrijkste instrument onder de RIE zijn de BREFs. In de BREFs (BAT Reference Documents) is vastgelegd hoe en welke best beschikbare technieken  toegepast moet worden ligt vast i de zogenaamde (BREFs):

  • verticale of sectorale BREF's beschrijven de beste beschikbare technieken die specifiek zijn voor een bepaalde branche. Voorbeeld: BREF organische fijnchemie;
  • Horizontale BREF's beschrijven de beste beschikbare technieken voor bepaalde brancheoverschrijdende processen. Voorbeelden: BREF energie-efficiëntie en BREF koelsystemen.

Clean development Mechanism & Joint Implemenation
De kern van CDM (Clean Development Mechanism; mechanisme voor schone ontwikkeling) en JI (Joint Implementation; gemeenschappelijke ontwikkeling) is dat landen met reductieverplichtingen deze in andere landen kunnen realiseren. 

Een land met een reductieverplichting investeert, bij zowel CDM als JI, in een project waarmee broeikasgasemissies in een ander land worden verminderd. Het investerende land krijgt vervolgens de behaalde emissiereducties in de vorm van emissierechten. 

Een project valt onder de term ‘Joint Implementation’ (JI), wanneer het plaatsvindt in een land dat onder het Kyotoprotocol een reductieverplichting heeft, of onder ‘Clean Development Mechanism’ (CDM), indien het een project betreft in een land zonder reductieverplichting (dit betreft veelal ontwikkelingslanden).

Het onderscheid tussen CDM- en JI-projecten is relevant omdat de voorwaarden voor gebruik en mogelijk ook de prijs van de emissierechten die voortkomen uit de projecten, verschillen. Emissierechten uit CDM-projecten worden aangeduid als CERs, emissierechten uit JI-projecten als ERU’s. 

Afvang en opslag van CO2 (CCS)
CO2-afvang en -opslag (CCS: carbon capture and storage) is het afvangen en ondergronds opslaan van kooldioxidegas dat vrijkomt bij de verbranding van (fossiele) brandstoffen. CCS is de techniek waarmee fossiele brandstoffen (bijna) klimaatneutraal kunnen worden toegepast door de CO2 die bij verbranding ontstaat af te vangen en in ondergrondse reservoirs – bijvoorbeeld lege gasvelden of zoutmijnen - op te slaan waardoor die CO2 niet in de atmosfeer terechtkomt.