Europees beleid

Europees duurzaamheidsbeleid

Het beleidskader voor de energie- en watervoorziening wordt in belangrijke mate in Brussel bepaald. Dit is het gevolg van landsgrensoverschrijdende effecten van productie en gebruik, maar bijvoorbeeld ook van de keuze voor het tot stand brengen van een Interne Energiemarkt (IEM). Europese afstemming is van groot belang om te komen tot een efficiënte en optimale energie- en watervoorziening.

Rol VEMW 
Europese regelgeving heeft vaak directe consequenties voor uw bedrijfsvoering. Daarom is VEMW actief in Brussel om uw belangen te behartigen. VEMW is direct en indirect betrokken bij de totstandkoming van beleid en regelgeving in Europa. VEMW pleit onder andere via Europese koepelorganisaties als IFIEC en CEFIC voor  onbelemmerde toegang tot energie- en waterinfrastructuur en voor een  betaalbare en betrouwbare energie- en watervoorziening.

Energie
Alle lidstaten van de Europese Unie hebben in 1997 het Kyotoprotocol ondertekend. Voor de Europese Unie was dit de aanleiding om een ambitieus klimaatbeleid in werking te stellen gebaseerd op drie pijlers:

  1. Emissiereductie: een reductie van de emissies met 20% in 2020 t.o.v. 2005 met een jaarlijkse verlaging van het emissieplafond en een emissiehandelssysteem (ETS) als instrumenten; 
  2. Energiebesparing: 20% meer energie-efficiëntie in 2020 ten opzichte van 2007. Dit is vertaald in een jaarlijks besparingsdoel van 1,5%; 
  3. Hernieuwbare energie: in 2020 moet 20% van de Europese energieconsumptie uit hernieuwbare bronnen komen.

    Elke pijler heeft zijn eigen richtlijn welke u hiernaast kunt downloaden.

Daarnaast hanteert de Europese Unie flankerend beleid: zo is er een richtlijn voor de belasting van energieproducten, een richtlijn voor de toepassing van WKK en richtsnoeren voor staatssteun inzake Emissiehandel en inzake milieubescherming en energie. Ook deze documenten kunt u hiernaast downloaden.

Recent heeft de Europese Raad ingestemd met nieuwe klimaatdoelen voor 2030. De lidstaten spraken eind oktober 2014 af dat ten opzichte van 1990 de uitstoot van broeikasgassen in 2030 met ten minste 40% verminderd moet zijn. In datzelfde jaar moet de productie van hernieuwbare energie voor de hele EU 27% en is er een streefdoel voor energiebesparing van 27 procent afgesproken. De doelen voor 2030 worden de komende tijd uitgewerkt in nieuwe regels. 

Water
Er bestaan diverse Europese richtlijnen die zich richten op de kwaliteit en kwantiteit van water (oppervlaktewater en grondwater). Voorbeelden zijn de Grondwaterrichtlijn, de Drinkwaterrichtlijn en de richtlijn Stedelijk afvalwater. Een groot deel ervan is of wordt vervangen door de Europese Kaderrichtlijn water (Krw). Duurzaam omgaan met water staat centraal in de KRW. De richtlijn heeft als doel de duurzame bescherming van ecosystemen en watervoorraden. Alle lidstaten van de Europese Unie moeten de kwaliteit van oppervlaktewater en grondwater beschermen en verbeteren en duurzaam gebruik van water bevorderen. Een uitgebreide beschrijving van de kaderrichtlijn water vindt u hier.

Milieu
Europa heeft specifieke regels opgesteld over preventie en bestrijding van milieuverontreiniging. De Richtlijn Inzake Industriële Emissies (RIE voorheen IPPC Richtlijn). De richtlijn richt zich op een geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging.

De richtlijn bestaat uit een set regels voor de controle van industriële installaties. Zo moet onder andere gebruik worden gemaakt van de ‘best beschikbare technieken (BBT). Deze zijn beschreven in zogenaamde BREF -documenten. In een BREF-document worden voor branches of voor processen de best beschikbare technieken beschreven.