Europees Parlement akkoord met richtlijn energiebesparing

wo 12 sep 2012

De Richtlijn Energiebesparing EED is gisteren aangenomen door het Europees Parlement, nadat de energieministers van de EU-lidstaten 15 juni jl. al hadden ingestemd met de Richtlijn. In oktober zal de Europese Raad naar verwachting de Richtlijn definitief bezegelen. Naar mening van VEMW is het een realistisch pakket geworden waarbij klimaatdoelstellingen en economische groei hand in hand kunnen gaan.

De Richtlijn biedt lidstaten de mogelijkheid om de verplichting voor bedrijven en consumenten om jaarlijks 1,5 procent energie te besparen soepel in te voeren. Bovendien mogen maatregelen om het energieverbruik te verminderen die sinds 2008 al zijn genomen meegeteld worden. Bedrijven die deelnemen aan het emissiehandelssysteem (ETS) kunnen worden uitgesloten van de besparingsverplichting om daarmee te voorkomen dat zij dubbel belast worden.

Een verplichting om restwarmte te benutten is omgezet in een inspanningsverplichting waarbij bedrijven studie moeten doen naar de (on)mogelijkheden van restwarmtebenutting. In de praktijk blijken warmteprojecten nogal eens niet haalbaar door de hoge investeringskosten, de grote risico’s en de organisatie van de benodigde spelers (regierol). Voor warmtekrachtkoppeling komt een voorrangsregeling.

Hans Grünfeld, algemeen directeur van VEMW: “ik stel vast dat er meer evenwicht is gekomen tussen de klimaatdoelstellingen en het ondernemersklimaat. Kennelijk is het Europees Parlement er met de energieministers van doordrongen dat dit evenwicht ook nodig is om de economie in Europa te stimuleren. Wij zijn verheugd dat de volstrekt onrealistische 3 procent energiebesparing is vervangen door een jaarlijkse 1,5 procentsverplichting, en dat de reeds gerealiseerde maatregelen vanaf 31 december 2008 mogen worden meegeteld. Bovendien geldt de verplichting niet voor bedrijven die deelnemen aan ETS omdat die dan dubbel belast zouden worden. De voorlopers in de industrie en gebouwde omgeving worden niet gestraft voor hun pro-actief handelen; de aandacht wordt vooral gelegd bij sectoren die nog geen of weinig besparing hebben gerealiseerd.”

Bron: VEMW, 12 september 2012

Terug