VEMW: Richtlijn Energiebesparing lijkt aan realiteitszin gewonnen te hebben
wo 13 jun 2012
De lidstaten van de Europese Unie voeren vanavond een laatste onderhandeling met de Europese Commissie en Parlement om te komen tot een definitieve nieuwe Energiebesparingsrichtlijn. Doel van EU-voorzitter Denemarken is vrijdag in de Ministerraad een akkoord te bezegelen. Naar het zich laat aanzien heeft de concept Richtlijn de afgelopen maanden aan realiteitszin gewonnen en dat is naar mening van VEMW goed nieuws voor de zakelijke energiegebruiker én het klimaat.
In de Richtlijn is afgesproken hoe de energiebesparingsdoelen van de Europese Unie bereikt moeten worden. Vastgelegd was al dat de besparing 20 procent moet bedragen in 2020 t.o.v. 2005. In 2050 zou dat 70-90 procent moeten worden, afhankelijk van het realiseren van een wereldwijd emissiehandelssysteem. Het ambitieniveau is nu teruggebracht naar een realistischer 70 procent. De jaarlijkse doelstelling is van 3 procent naar 1,5 procent energiebesparing teruggebracht. Voor restwarmte hergebruik gaat een inspanningsverplichting gelden.
Hans Grünfeld, algemeen directeur van VEMW: “als ik kijk naar het huidige voorstel, dan moet ik vaststellen dat er meer evenwicht is gekomen tussen de klimaatdoelstellingen en het ondernemersklimaat. Kennelijk zijn de EU-leiders er van doordrongen dat dit evenwicht ook nodig is om de economie in Europa te stimuleren. Wij zijn verheugd dat de volstrekt onrealistische 3 procent energiebesparing is vervangen door een jaarlijkse 1,5 procentsverplichting, en dat de reeds gerealiseerde maatregelen vanaf 31 december 2008 mogen worden meegeteld. Daarmee worden de voorlopers in de industrie en gebouwde omgeving niet gestraft voor hun pro-actief handelen. We weten van de afgelopen jaren dat het al moeilijk genoeg is om jaarlijks 1 procent energie te besparen, en dan ging het nog om het laaghangende fruit, dus ook de realisatie van de 1,5 procent doelstelling wordt nog een hele opgave. Overigens gaan wij er vooralsnog van uit dat deze verplichting niet geldt voor bedrijven die deelnemen aan ETS omdat die dan dubbel belast zouden worden. De aandacht moet vooral gelegd worden bij sectoren die nog geen of weinig besparing hebben gerealiseerd.”
Grünfeld vervolgt: “Belangrijke winst is ook dat voor de benutting van restwarmte een inspanningsverplichting gaat gelden in plaats van een resultaatsverplichting. Restwarmte-initiatieven die geen doorgang vinden worden vrijwel allemaal gekenmerkt door het feit dat het in de keten ontbreekt aan een regievoerder en/of een partij die risicovol wil en kan investeren terwijl de restwarmte vaak ‘om-niks’ door de industrie ter beschikking wordt gesteld. Een resultaatsverplichting eenzijdig opleggen aan de industrie zou daarom ook niet terecht geweest zijn.”
Bron: VEMW, 13 juni 2012
Terug