Gazprom moet kiezen: concurrentie of samenwerking
do 08 jul 2010
Gazprom staat op een tweesprong, waarbij het moet kiezen tussen concurrentie en samenwerking. Dit is één van de belangrijkste conclusies van twee proefschriften, geschreven door Timothy Boon von Ochssée en Tom Smeenk, zo meldt instituut Clingendael (CIEP). Zij hopen vandaag te promoveren aan de Rijksuniversiteit Groningen.
De grote gasreserves maken dat Rusland en het door de staat gecontroleerde gasbedrijf Gazprom een goede uitgangspositie hebben om te profiteren van de export van aardgas. Gazprom heeft echter te kampen met toenemende concurrentie van ander gas, zoals vloeibaar gas (LNG) van andere gasexporteurs dat niet per pijpleiding maar per schip wordt aangevoerd, en onconventioneel gas.
Daarnaast staat de toekomstige gasvraag onder druk, onder meer vanwege de groeiende rol van alternatieve energiebronnen. De opbrengsten van gasexporten - voornamelijk vanuit Europa - zijn een belangrijke inkomstenbron voor Rusland. Deze inkomsten, en de gasreserves als zodanig, bepalen de Russische speelruimte in het behalen van zijn geostrategische doelen in de internationale betrekkingen. In dat verband dient Gazprom continu een evenwicht te vinden tussen concurrentie en samenwerking met andere gasexporterende landen.
De gasinfrastructuur, zoals de Nord- en South Stream-gaspijpleidingen, vormt een belangrijk instrument om Gazproms marktaandeel uit te breiden in zowel bestaande markten als groeimarkten. Boon von Ochssée en Smeenk beargumenteren dat Gazproms infrastructuurinvesteringen een strategischeconomisch karakter hebben om mogelijkerwijs toekomstige first-mover voordelen ten opzichte van concurrenten te gelde te maken. Behalve de uitbreiding van Gazproms marktaandeel kunnen infrastructuurinvesteringen eventuele transitrisico’s spreiden, zoals in Oekraïne en Wit-Rusland.
Organisatorische beperkingen van Gazprom om infrastructuur te realiseren kunnen echter dergelijke investeringen ter discussie stellen. In dat verband biedt samenwerking met grote Europese energiebedrijven een mogelijke uitkomst. De positie van Gazprom en Russisch gas zijn niettemin onder druk komen te staan door Europees (regulerings)beleid en politieke motieven ten gunste van alternatieve gas- en energiebronnen.
Een agressieve strategie in het behalen van extra marktaandeel kan leiden tot prijserosie. Rusland en andere gasexporterende landen kunnen prijsconcurrentie vermijden door onderlinge coördinatie, bijvoorbeeld ten aanzien van capaciteitsuitbreidingen. Het Gas Exporting Countries Forum (GECF) – een forum van de grootste gasreservehouders – biedt Rusland een platform voor dergelijke coördinatie. Of en in welke vorm coördinatie plaatsvindt, hangt er grotendeels van af hoe Rusland het geopolitieke belang van een dominante positie op de Europese gasmarkt ziet. In dat verband lijkt Rusland een onafhankelijke koers te willen behouden in zijn gasexportstrategie.
VEMW acht een strategie van risicospreiding uit het oogpunt van leveringszekerheid maar ook van marktwerking essentieel voor de ontwikkeling van de gasmarkt in Europa en Nederland. Daarvoor is van groot belang dat de - toegang tot de - gasinfrastructuur op de Europese markt is gereguleerd en dat de Europese Commissie en nationale toezichthouders toezien op de mededinging. Vorig jaar heeft de Europese Raad nog het zogenaamde derde reguleringspakket aangenomen dat binnen 18 maanden geïmplementeerd moet worden in de nationale wet- en regelgeving. Het pakket aan maatregelen beoogt de werking van de energiemarkten vlot te trekken.
Bron: CIEP, VEMW, 8 juli 2010
Terug