Onderzoekers objectiveren relatie energiekosten en concurrentie
do 11 mrt 2010
Door de hoge Nederlandse energieprijzen staan op termijn 15.000 banen op de tocht en loopt de Nederlandse procesindustrie tot 3,5 miljard euro aan omzet mis. Hiermee is de relatie tussen energiekosten en concurrentiepositie voor het eerst geobjectiveerd. Dat stelt adviesbureau Roland Berger in een recent onderzoeksrapport.
De onderzoekers stellen dat voor de concurrentiepositie van Nederland het cruciaal is de brandstofmix spoedig in lijn te brengen met de omringende landen. De hogere kosten in Nederland zijn het gevolg van een relatief lager aandeel kernenergie en een groter aandeel gascentrales ten opzichte van de ons omringende landen.
De elektriciteitsprijs is door het aandeel in de totale kosten van de energie-intensieve industrie een belangrijke competitieve factor. Dit aandeel kan oplopen tot maar liefst 50 procent. De kunststoffen-, de metaalindustrie en de glasvezelproductie ondervinden de grootste last van de hoge prijzen.
Vanwege de samenstelling van onze brandstofmix met een gasaandeel van ruim 60 procent, is Nederland veel gevoeliger voor de verwachte stijging van CO2- en gasprijzen. De positie van Nederland verslechtert de komende jaren ten opzichte van Duitsland en met name Frankrijk. Daar is de energieprijs 30 euro per MWh, voor de zogenoemde 'base load productie'. De verwachting is dat deze prijs in Frankrijk tot 2020 stabiel blijft. In Nederland moet voor dezelfde hoeveelheid energie nu 49 euro worden betaald en dat zal oplopen naar 73 euro in 2020.
Een groot probleem is volgens VEMW dat de nationale energiemarkten nog steeds niet geïntegreerd zijn tot Europees-regionale markten met een gelijk speelveld voor leveranciers, handelaren en eindgebruikers. Het is zaak het zogenaamde derde pakket van reguleringsmaatregelen die de Europese Raad vorig jaar heeft aangenomen snel in te voeren in de nationale wet- en regelgeving van de verschillende lidstaten. Pas dan kunnen de energieprijzen op de verschillende – nationale - markten naar elkaar toe kruipen en kunnen ook Nederlandse bedrijven profiteren van de forse overcapaciteit aan basislast in onder meer Duitsland en Frankrijk. VEMW zal zelf en via haar Europese zusterorganisatie IFIEC Europe blijven strijden voor de realisatie van de noodzakelijke randvoorwaarden om dit mogelijk te maken.
Zie ook het nieuwsbericht van 23 april 2009
Bron: VEMW, 10 maart 2010
Terug