Monitoring en normstelling sleutel tot energiebesparing

vr 22 jun 2012

Het genereren en zichtbaar maken van momentane meetdata m.b.t. het energiegebruik en het tonen van de afwijking ten opzichte van de normstelling voor een proces en/of product. Dat zijn de sleutelfactoren om te komen tot energiebesparing in de industrie zo bleek tijdens de jaarlijkse VEMW Energiedag met als thema ‘Rationeel Energiegebruik: hoe efficiënt energiegebruik te organiseren en financieren’.

Tijdens een duopresentatie van Henry van Koolwijk (Smurfit Kappa Solid Board) en Ton van Ewijk (EnerGQ) werd duidelijk dat een energiebesparing van 20 procent mogelijk is door het genereren van nieuwe inzichten. Naast de genoemde sleutelfactoren blijkt ook de sociale component van groot belang: bewustwording, gedrag en de persoonlijke invloed van de operator. Het aanpakken van energiebesparing kan dan ook geen klus zijn voor een energiemanager of een energieteam; het vergt de betrokkenheid van de hele organisatie. Uit de meetgegevens blijkt namelijk dat ruim 40 procent van de afwijkingen van het energiegebruik ten opzichte van ingestelde normen direct voortkomen uit menselijk handelen. De tweede factor voor afwijkingen blijkt de instelling van de normen zelf voor specifieke producten en processen te zijn. Bottlenecks zijn er uiteraard ook: de benodigde investeringen en beschikbare menskracht.

Dorine Putman-Devilee (ASN Bank) ging verder in op de benodigde investeringen. In de visie van ASN is voor duurzame energieprojecten een andere kijk op financiering en het doen van investeringen nodig: projectfinanciering zonder onderpand waarbij het maandelijks besparingspotentieel de basis vormt voor de financiering. Dat is een ander model dan dat van de terugverdientijden, waarbij de investering binnen een of twee jaar terugverdiend moet zijn om het geld weer opnieuw in te kunnen zetten.

Een probleem van (project)financiering is nogal eens dat de partij die investering draagt niet de partij is die het voordeel geniet. Albert Hulshoff (AHB) en Vincent de Mildt (Siemens) gaven de oplossing: ESCO’s: Energy Service Companies die betaald worden uit de energiebesparing op basis van prestatiecontracten. Afhankelijk van de contractvorm investeert een ESCO in één of meer besparingsmaatregelen én neemt het beheer in handen. In de utiliteitsbouw kan dan ook nog het gebouwbeheer worden overgenomen.

Jan-Maarten Elias (Unica) hield een pleidooi voor warmtekoudeopslag (WKO) onder het motto ‘van gasbel naar waterbel’. Inmiddels zijn al zo’n 3,000 WKO’s gerealiseerd met een gemiddelde investering van 600.000 euro. In 2020 moeten dat er drie tot zes keer zoveel zijn.

Gerjan Emsbroek (CertiQ) ging tot slot in op de registratie van Garanties van Oorsprong (GvO) voor duurzame energieproductie. In Nederland zijn inmiddels 11.000 installaties ingeschreven en zijn 60 handelaren in GvO’s actief. Op 2 juli 2012 gaat CertiQ een nieuw product ‘GvO-rekening op naam’ in de markt zetten om de transparantie in het gebruik van groene stroom te vergroten.

Bron: VEMW, 22 juni 2012

Terug