1000 Position Paper Versterking Nederlandse Watereconomie
Samenvatting (klik hier voor de PDF)
Nederland kent veel economische activiteiten die direct of indirect gekoppeld zijn aan water. Dat geldt voor havens, scheepvaart, toerisme, maar ook voor maakindustrie als de voedingsmiddelensector en de chemie. Bijna 17 % van het BNP is verbonden aan water, wat vergeleken met andere landen uitzonderlijk hoog is.
VNO-NCW en VEMW willen deze waterafhankelijke economie versterken. Daarover wil zij met de overheid afspraken maken. Met name vormt regelgeving zoals de Natura 2000, de Kaderrichtlijn Water en belemmeringen uit regelgeving een onnodige hoge kostenpost.
Om deze reden stelt het bedrijfsleven voor om met de overheid tot een waterakkoord te komen. In dit waterakkoord worden afspraken gemaakt over hoe enerzijds onnodige belemmeringen vanuit de regelgeving voorkomen worden, administratieve lasten worden beperkt en de publieke kosten voor water worden beheerst én hoe anderzijds sectoren duurzaam en doelmatig om kunnen gaan met water.
In deze nota wordt een agenda gegeven om de waterafhankelijk sectoren te versterken. Als gespreksagenda met de overheid wil het bedrijfsleven de volgende prioriteiten naar voren halen.
Beschikbaar houden van grondwater voor de voedingsmiddelenindustrie. De belangen van deze sector liggen vooral in een duurzame onttrekking van grondwater. Een onttrekking die duurzaam in evenwicht is met de regionale waterbalans, moet niet onnodig belemmerd worden. Voorbeelden van bedreigingen zijn beperkingen in vergunningverlening, een belasting die geen milieudoel dient en lokale verontreinigingen. Bescherming van grondwaterbronnen heeft daarom topprioriteit.
Beschikbaar houden van zoet oppervlaktewater voor de maakindustrie en de landbouw. De maakindustrie heeft voor warmtebenutting stoom nodig, dat gemaakt wordt uit zoet water. Verzilting van oppervlaktewater is een bedreiging voor deze industrie. Afspraken over het veiligstellen van het zoetwatergebruik is voor de maakindustrie en de landbouw daarom van uitermate groot belang.
Versterken van bedrijfstakken op en langs het water zoals havens, scheepvaart, recreatie, pleziervaart, water als transportfaciliteit voor bedrijven. Prioriteit hierbij heeft meer en betere ontsluiting over en langs het water. Deze wordt nu vaak gehinderd door lokale visies op de ruimtelijke ordening en door natuurwetgeving.
Soepele invoering water- en milieubeleid die niet de concurrentiepositie onnodig verzwakt. De maakindustrie en de landbouw krijgen de komende tijd te maken met de invoering van de Kaderrichtlijn Water en de Vogel- en Habitatrichtlijn. Het bedrijfsleven wil afspraken maken met de overheid over de bijdrage die zij moet leveren om de doelen van deze regelgeving te maken en optimale ontwikkelingsmogelijkheden behouden.
Vermindering van de kosten en administratieve lastenverlichting. Het bedrijfsleven meent dat er nog veel kosten te besparen valt. Zo stelt zij voor om de watervergunning te laten vervallen, dat de Milieu Risico Analyse wordt afgeschaft, dat de effluentheffing op gezuiverd water komt te vervallen, evenals de grondwaterbelasting en dat in het kader van de waterketen er meer samenwerking komt tussen gemeenten, waterschappen en bedrijven om de zuiveringslasten te beperken.
VNO-NCW en VEMW menen dat een goede economische ontwikkeling meehelpt om maatschappelijk doelen sneller binnen bereik te brengen. Om deze reden wil het bedrijfsleven in overleg treden met de overheid hoe beide doelen – versterking van de waterafhankelijke economie en het maatschappelijke doelen – gediend kunnen worden.
Versterking Watereconomie
Nederland is uniek vanwege haar water. Liggend onder zeespiegel vormt zij het economische hart van West Europa en is één van de dichtstbevolkte delen van de wereld. Nederland is beroemd vanwege de grootste open haven van Europa, Rotterdam, om haar zeedijken, als zeevaartnatie, de landbouw etc. Het is daarom niet verwonderlijk dat een groot deel van het Nederlandse bedrijfsleven op één of andere manier direct afhankelijk is van water.
In deze nota beschrijven VNO-NCW en VEMW deze afhankelijkheid en geven aanbevelingen voor beleid en bestuur hoe de unieke positie van Nederland en het water voor het Nederlandse bedrijfsleven verder uitgebouwd kan worden.
Nederland ook op lange termijn waterland voor bedrijven
Nederland kenmerkt zich door een grote beschikbaarheid van goed zoet water voor onder andere de voedingsmiddelenindustrie en heeft als delta van grote Europese rivieren een gunstige geografische ligging. Ook als het klimaat gaat veranderen blijft Nederland voor de huidige waterafhankelijke sectoren erg aantrekkelijk. Het uitgangspunt voor deze nota is daarom dat het waterafhankelijke bedrijfsleven ook voor de lange termijn zeer goede kansen heeft in Nederland.
Waterafhankelijke bedrijfsleven
Het Nederlandse bedrijfsleven heeft van water business weten te maken. Veel meer sectoren dan gedacht zijn nauw verweven met water en zijn dus afhankelijk van een goed waterbeleid.
Deze waterafhankelijkheid laat zich opsplitsen in de volgende indeling:
- Bedrijven die water in het proces of product gebruiken
- Bedrijven die op, in of aan water werken
- Kennisgebonden bedrijvigheid.
Bij bedrijven die water in hun productieproces gebruiken kan gedacht worden aan de chemie (oppervlaktewater) of voedingsmiddelenbedrijven (grondwater) en uiteraard de land- en tuinbouw. Bedrijven die op, in of aan water werken zijn afhankelijk zijn van een ligging aan het water. Bijvoorbeeld vanwege de aan- en afvoerstromen van grondstoffen en producten, zoals baksteenfabrieken, containerbedrijven, havens en scheepvaart, maar ook toerisme en recreatieondernemers. Daarnaast kent Nederland kent ook veel kennisinstellingen en dienstverlenende bedrijven die hier ontstaan zijn vanwege de specifieke locatie- of procesgebonden bedrijvigheid.
De totale BNP bedroeg in 2007 1.080 mld. De aan water gerelateerde economische sectoren leveren een bijdrage van ongeveer 182 mld, wat ongeveer 16,8% daarvan van uitmaakt.
Hieronder een indicatieve lijst van sectoren en hun relatie met water en een economische kental.
|
Sector |
Waterafhankelijkheid |
Productie-waarde
(mrd. €) |
Bron, jaar |
|
Bedrijven die afhankelijk zijn van water in proces en productie |
|
Voedingsmiddelen |
Deze sector is volledig afhankelijk van superieure kwaliteit van grond- en oppervlaktewater, bedoeld voor menselijke consumptie. |
48 |
FNLI. 2007 |
|
Chemie (basis en eindproducten) |
Is afhankelijk van water voor het productieproces én in het product zelf. Is tevens afhankelijk van diepzeehavens en koelwatervoorziening. Exclusief aardolieindustrie |
52 |
CBS, 2007 |
|
Landbouw |
De hoge productiviteit van de landbouw in Nederland hangt samen met de hoge vruchtbaarheid van de gronden die op haar beurt sterk is verbeterd door een ingenieus watersysteem. |
20 |
LEI, 2007 |
|
Basismetaal |
Smelten van metalen uit erts of via hergebruik vraagt veel water. |
8 |
CBS, 2007 |
|
Papierindustrie |
Bij het maken van papier is veel water nodig. |
5 |
CBS, 2007 |
|
Elektriciteitsproductie |
Bij de opwekking van elektriciteit wordt water gebruikt als koelwater (na gebruik gaat dit direct terug naar het oppervlaktewater). Daarom is ligging bij grote wateren voor deze bedrijven van belang. |
7 |
EnergieNed
2006 |
|
Bedrijven die in, op of aan het water functioneren |
|
Waterbouwsector |
Hieronder wordt verstaan baggeren, waterkeringen, kustinrichting, havenontwikkeling, rivierinrichting, civiele techniek in de off shore. |
2,5 |
Economische Monitor 2006* |
|
Watersportindustrie |
Nederland kent door haar sterk ontwikkelde pleziervaart een stevige watersportindustrie |
2,5 |
Economische Monitor 2006 |
|
Waterrecreatie |
Door het vele oppervlaktewater en de duizenden kilometers land – watergrenzen is waterrecreatie in Nederland sterk ontwikkeld. |
4 |
Verkeer en Waterstaat 2006 |
|
Scheepsbouw |
Nederlandse scheepsbouwsector heeft ook haar wortels in Nederland en speelt op de internationale sector. |
2,3 |
Economische monitor 2006 |
|
Zeevaart |
Nederland kent sterk ontwikkelde binnenvaart én zeevaart en heeft mainport Rotterdam, die een transportschakel voor een groot deel van Noord West Europa. |
5 |
Economische Monitor 2006 |
|
Binnenvaart |
Aan de voet van rivieren en een sterk ontwikkeld kanalenstelsel, heeft Nederland een relatief sterk ontwikkelde binnenvaart. |
1,6 |
Economische Monitor 2006 |
|
Havens |
De Nederlandse havens vormen de verbinding met Noordwest Europa en daarmee een cruciale spil in het transport van goederen. |
5,5 |
Economische Monitor, 2006 |
|
Off shore |
Olie en gaswinning op zee, inclusief bouw van platforms. |
4,1 |
Economische Monitor, 2006 |
|
Maritieme toeleveranciers |
Indirecte bedrijfstakken die toeleveren. |
2,6 |
Economische Monitor 2006 |
|
Grondstoffenwinning en -verwerking |
De Nederlandse rivieren, de grote wateren en de Noordzee zijn belangrijke bronnen voor grondstoffenwinning, zand, grind en klei |
3 |
Brancheorganisatie voor Groothandel in Bouwstoffen, 2007 |
|
Visserij |
Door veel binnenwateren, het Zeeuwse estuarium en de Waddenzee, heeft Nederland een zeer gespecialiseerde visserij. |
0,6 |
Economische Monitor, 2006 |
|
Marine |
Zeestrijdkrachten |
2 |
Economische Monitor, 2006 |
|
Kennisgebonden bedrijvigheid |
|
Watertechnologie |
Bedrijven die zuiveringstechnologieën ontwerpen etc. |
5,6 |
NWP |
|
Maritieme dienstverlening |
Hieronder adviesbureaus, advocatenbureaus etc. verstaan. |
1,5 |
Economische Monitor, 2006 |
|
Totaal |
|
182 |
|
(*) De Nederlandse Maritieme Cluster: Economische Monitor 2006.
Relevante ontwikkelingen
De sterke relatie met het water van vele Nederlandse sectoren in de economie is tegelijkertijd een risico. Als water niet meer beschikbaar is voor de voedingsmiddelenindustrie, of als natte voeten als gevolg van toenemende neerslag schade oplevert aan recreatie en toerisme, dan zullen sectoren daar direct hinder van ondervinden. Daarnaast is overheidsbeleid in relatie tot water uiteraard van groot belang. Er zijn dus een aantal ontwikkelingen in het waterbeleid die invloed uitoefenen op de waterafhankelijke economie. Hieronder worden de meest relevante ontwikkelingen voor het Nederlandse bedrijfsleven benoemd.
Waterbehoefte neemt mondiaal sterk toe
Door een sterke toename van de wereldbevolking met demografische veranderingen en veranderingen in het klimaat dreigen wereldwijd meer watertekorten te ontstaan voor drinkwater, landbouw en industriële productie. Dit vraagt om regionaal maatwerk van het (internationale) bedrijfsleven, lokale overheden en de bevolking voor duurzaam beheer van water. Er zal wereldwijd naar verwachting fors geïnvesteerd (moeten worden) drinkwatervoorziening en afvalwaterbehandeling. Voor hoogwaardige Nederlandse watersector biedt dit grote kansen voor kennis- en technologie-export.
Beschikbaarheid zoet water in Nederland
Ook in Nederland nemen extremere weersomstandigheden toe. Hier kan de wateroverlast of droogte toenemen. Mede als gevolg van klimaatverandering zal de zouttong vanuit de Noordzee oprukken in de zuidwestelijke delta. Duurzame watergebruiksystemen worden de komende decennia van groot belang. Commissie Veerman heeft hierover een behartigenswaardig advies uitgebracht om de zoetwatervoorziening voor industrie, landbouw en natuur de komende eeuwen te borgen.
Veiligheid tegen water op de politieke agenda
Veiligheid tegen overstromingen blijft op lange termijn van groot belang. Ook bij een veranderend klimaat moet Nederland veilig blijven. Het advies van de Deltacommissie heeft veiligheid tegen overstromingen naar tevredenheid van het bedrijfsleven boven aan de politieke agenda geplaatst. Dit zal een grote impuls geven aan het zoeken van creatieve en goedkope oplossingen om de Nederlandse veiligheid te vergroten. Deze kennis is natuurlijk goed te 'exporteren'.
Europees waterbeleid voor Nederland extra relevant
Europa heeft en ontwikkelt nog steeds waterbeleid. Dit heeft een relatieve hoge invloed op het Nederlandse bedrijfsleven omdat Nederland veel oppervlaktewater heeft en in een delta ligt. De Kaderrichtlijn Water is voor het komende decennium de belangrijkste milieurichtlijn voor het water. Deze richtlijn vraagt overheden plannen te maken om de waterkwaliteit te verbeteren. De Kaderichtlijn Water heeft gevolgen voor de milieuvergunningverlening aan bedrijven. Tegelijk biedt de stroomgebiedbenadering een uitstekend aanknopingspunt om tot een gezamenlijke aanpak te komen met de bovenstrooms buren (Duitsland, België en Frankrijk).
Werking Vogel- en Habitatrichtlijn vergaand
De Vogel- en Habitatrichtlijn heeft ook een sterke invloed op de ontwikkeling van waterafhankelijke sectoren. Deze richtlijn vraagt individuele bedrijven rekening te houden met de instandhouding van dieren en planten. Ongeveer 80% van de Vogel- en Habitatgebieden is echter oppervlaktewater! Het zal duidelijk zijn dat deze regelgeving een reeks waterafhankelijke sectoren beïnvloedt. De kokkelvisserij heeft dat al ondervonden en wordt momenteel zelfs in haar bestaan bedreigd door deze richtlijn. Het Nederlandse bedrijfsleven is daarom zeer beducht voor deze richtlijnen en wil met de
Nederlandse overheid blijvend hierover in overleg.
Europees water- en natuurbeleid is dus zeer belangrijk voor waterrijk Nederland en heeft een enorme invloed op bedrijfstakken die van water afhankelijk zijn. Europees beleid is qua uitwerking enerzijds belangrijk voor een niveau playing field in Europa, maar kan anderzijds door ongelukkige invoering ook tot vertraging leiden in de vergunningverlening en tot hoge kosten leiden.
Kosten publieke waterdiensten stijgen sterk
De waterschapskosten en de kosten van riolering in Nederland zijn in de achterliggende tien jaar met gemiddeld 4 respectievelijk 10 % gestegen. Dat is ruim boven inflatie. Maar Nederland heeft een inhaalslag te maken in de riolering, waardoor de kosten nog meer zullen stijgen. De verwachting van het Planbureau voor de Leefomgeving (2008) is dat de kosten van 3 miljard in 2005 zullen stijgen tot 4,5 miljard in 2015. Uit diverse onderzoeken blijkt dat de kosten van de zuivering aanzienlijk omlaag kunnen wanneer in de waterketen efficiënter wordt gewerkt. Waterkosten beïnvloeden de concurrentiepositie van internationaal concurrerende bedrijven in bijvoorbeeld de voedingsmiddelensector.
Schaarste aan ruimte op en langs het water
De toenemende schaarste aan ruimte vraagt een constante afweging welke activiteit waar plaats kan vinden. Dit beïnvloedt de ruimtelijke ontwikkeling van bijvoorbeeld de waterrecreatie en de belangenafweging tussen windmolens en scheepvaart op de Noordzee. Ruimtelijke ordening is daarom van groot belang voor de ontwikkeling van verschillende sectoren.
Stimulering van Waterafhankelijke economie: een agenda
De Nederlandse maak-economie is historisch gezien sterk verbonden aan het water. Met het oog op ontwikkelingen wereldwijd en de unieke ligging van Nederland blijft Nederland een zeer geschikt land voor deze waterafhankelijke economie. Van belang is om deze positie verder uit te bouwen en te versterken.
In de onderstaande wateragenda doen VNO-NCW en VEMW voortstellen om de kansen verder uitwerken en de eventuele bedreigingen op te lossen. Deze worden ondergebracht in zeven thema's:
- Voldoende water
- Goede waterkwaliteit
- Veilig tegen overstromingen
- Benutting land - watergrenzen
- Kosten beheersen
- Invoering Europese water – en natuurregelgeving
- Versterking kennisnetwerk
Voldoende water
Zoals gezegd heeft Nederland ruim zoet water voorhanden. Van belang is dat Nederland goede keuzes maakt om voldoende water voor de verschillende gebruiksfuncties zoals de industrie en de landbouw beschikbaar te houden.
IJsselmeer is hét zoetwaterreservoir
Het bedrijfsleven ziet het IJsselmeer als het zoetwaterreservoir voor de komende eeuwen. De voorgestelde maatregelen van de Deltacommissie om het waterpeil de komende jaren langzaam te laten oplopen, is strategisch in meerdere opzichten goede keuze. Sectoren als de industrie, de landbouw en de natuur hebben baat bij dit zoetwater reservoir. Uiteraard zullen aanpassingen nodig zijn om bestaande en nieuwe activiteiten zoals recreatie, scheepvaart en scheepsbouw bij het nieuwe peil ruimte te geven. Deze aanpassingen kunnen dan gelijk gebruikt worden om de economische potentie verder te vergroten.
Afspraken over zoetwatervoorziening Zeeuws estuarium
De oprukkende zouttong vormt in zuidwestelijk deel van Nederland een bedreiging voor landbouw en industrie. Dit vraagt om een zorgvuldig beheer voor van bestaande zoetwaterbronnen. Voorwaarde voor verzilting van het Krammer Volkerak is dat voorzien wordt in zoetwaterbehoefte van vitale economische sectoren. Verzilting van het Volkerak kan gevolgen hebben voor zoutgradiënt van het Brielse Meer. Het bedrijfsleven wil met de overheid afspraken maken over de voorgenomen ontwikkelingen in het Krammer Volkerak.
De verzilting van het water in laag Nederland biedt echter ook kansen voor samenwerking van bedrijven en overheden in regionale zoetwaterprojecten. Door zuinig omgaan met water en gezuiverd water in te zetten in industriële toepassingen, beperken partijen hun afhankelijkheid van zoetwaterbronnen. Naast het effect op de regionale waterbalans hebben deze samenwerkingsprojecten in potentie tevens een mondiale uitstraling.
Zoetwaterproject Dow Terneuzen
De zoetwatervoorziening van Zeeuws Vlaanderen is voor een groot deel afhankelijk van de aanvoer van externe bronnen. Sinds begin 2008 gebruikt Dow in Terneuzen gezuiverd afvalwater van de inwoners van Terneuzen. Dow voorziet in Terneuzen voor ongeveer de helft van zijn watergebruik door hergebruikt water: industriewater, regenwater en nu ook water van de bevolking van Terneuzen. Het is de eerste keer dat communaal afvalwater op deze schaal opnieuw wordt gebruikt in de industrie. Vroeger werd het Terneuzense afvalwater na zuivering in de Westerschelde geloosd. Tegelijk nam Dow zeewater in dat werd ontzilt in een proces waarbij veel chemicaliën nodig waren en dat veel energie kostte. Als gevolg van het internationaal bekroonde project is de regio minder afhankelijk van externe zoetwaterbronnen omdat zoet water nu driemaal wordt gebruikt. Het project is een gezamenlijk initiatief van waterschap Zeeuws-Vlaanderen, waterbedrijf Evides en Dow in Terneuzen. De wil tot samenwerking van bestaande regionale partners in de zoete waterketen was in Terneuzen de sleutel tot succes.
Koelwater essentieel voor industrie
Water gebruik als koelwater is essentieel voor de positie van de chemie en de energiebedrijven in Nederland. De reden waarom deze bedrijven naast het water zijn gelegen is onder andere vanwege het benodigde koelvermogen. Gebruik van oppervlaktewater voor koeling leidt tot minder CO2-uitstoot dan gebruik van koeltorens of luchtkoeling. VNO-NCW vindt daarom dat inzet van oppervlaktewater als koelwater op lange termijn mogelijk moet blijven. VNO-NCW wil afspraken over met het rijk maken over eventuele gevolgen die deze doelen uit de KRW kunnen hebben voor de industrie.
Goede waterkwaliteit.
Goede waterkwaliteit is essentieel voor het bedrijfsleven. Of het nu gaat om de voedingsmiddelenindustrie die water voor consumptieve doeleinden gebruikt, of voor de recreatiesector, goed water is het uitgangspunt. Het bedrijfsleven ondersteunt daarom het Europese beleid (Kaderrichtlijn Water) om tot betere waterkwaliteit te komen. Om de beschikbaarheid van goed water de komende decennia liggen er intussen goede uitgangspunten in (Europese) wetgeving verankerd. Het bedrijfsleven vindt daarbij de volgende aanpak van groot belang:
Maatregelen waterkwaliteit op niveau stroomgebied
Om een goede oppervlaktewaterkwaliteit te bereiken zijn maatregelen op stroomgebiedniveau nodig. Voor Nederland geldt door de ligging in de delta dat afspraken in het stroomgebied essentieel zijn. Het bedrijfsleven wil daarom dat Nederland niet wacht tot de tweede generatie stroomgebiedplannen voor de periode na 2015, maar nu al haar overleg in het stroomgebied intensiveert. In het gehele stroomgebied mag de overheid van het bedrijfsleven verlangen dat best beschikbare technieken worden toegepast.
Aanpak diffuse bronnen met Europees beleid
In Nederland zijn de puntbronnen nagenoeg gesaneerd en zijn nu diffuse bronnen een probleem voor de waterkwaliteit. Onder andere PAK's is een bekend voorbeeld. Het bedrijfsleven meent dat Europees bronbeleid het meest effectief is om de waterkwaliteit te verbeteren. Als voorbeeld kan genoemd worden de emissies uit het verkeer en de discussie over de Euronormen en brandstofkwaliteiten. Nederland moet het debat met andere lidstaten voortzetten om te komen tot verdere aanscherping van het bronbeleid.
Gebruik innovatiekracht bedrijfsleven bij aanpak diffuse bronnen
Het bedrijfsleven biedt aan om een inbreng te leveren in het beheersen van diffuse bronnen. Voorbeeld is het initiatief van het bedrijfsleven in Noord-Limburg om de eigen productie vóór marktintroductie te toetsen op mogelijkheden voor hergebruik (‘cradle to cradle’-principe). Als het gaat om randvoorwaarden voor een ketenbenadering ligt er echter een sleutelrol bij Europa. Europa is in staat om producteisen af te dwingen voor ten minste de Europese markt. Europese maatregelen aan de bron zijn het meest effectieve middel om verontreinigingen tegen te aan en verstoren bovendien het beoogde Europees gelijke speelveld niet.
Om de verontreiniging van de industrie nog verder terugdringen kan gezocht worden naar mogelijkheden om innovaties sneller te implementeren, zodat het 'gewoongoed' wordt. Hier zou een programma tussen overheid en bedrijfsleven voor opgesteld kunnen worden.
Aandacht voor waterbodemkwaliteit
Met diepzeehavens aan de kust en goede verbindingen over water naar het achterland is Nederland een aantrekkelijk vestigingsland. De verbindingen moeten goed op diepte blijven. Jaarlijks verwijderen Rijkswaterstaat en de havenbeheerders 30 miljoen m3 sediment. Ondanks alle nationale en internationale maatregelen is een deel van dat sediment verontreinigd. Om baggeren betaalbaar te houden moet nieuwe verontreiniging voorkomen en historische verontreiniging aangepakt worden. Dit vraagt om harde afspraken op stroomgebiedniveau.
Afspraken over bescherming van grondwaterreservoirs
De excellente zoetwaterkwaliteit van ons grondwater dient beschermd te worden. Dit water, wat door de industrie voor consumptieve doeleinden gebruikt wordt, dient onbesproken te zijn. De Kaderrichtlijn Water vraagt lidstaten om beschermingszones in te stellen rondom industriële winningen van water voor menselijke consumptie. Vooral de voedingsmiddelenindustrie heeft grote belangen bij een duurzaam gebruik van deze waterbronnen. Hierbij gaat het om het behoud van schone grondwaterreservoirs en om duurzame winningen. Uiteraard mogen deze winningen geen onoverkomelijke schade voor flora en fauna opleveren. Het bedrijfsleven wil met de overheid afspraken maken over instellen en beheer van dergelijke zones (gegevensverstrekking en maatregelen). Met de toename van energieopslag in de bodem en als gevolg daarvan het beoordelen van ondergrondse scheidingslagen is er behoefte aan een evenwichtig beoordelingskader voor watervoerende pakketten. Ook vragen doorboringen van beschermende kleilagen vanwege stedelijke ontwikkeling aandacht. Hierover wil het bedrijfsleven afspraken maken met overheden.
Veilig tegen overstromingen
Voor Nederland geldt als unieke voorwaarde dat zij zich moet beschermen tegen overstromingen door de zee en rivieren. Het feit dat de zeespiegel rijst, de rivierafvoeren extremer worden en de Nederlandse bodem daalt, doet het bedrijfsleven beseffen dat altijd geïnvesteerd moet blijven worden in veiligheid en natte voeten. Het internationale bedrijfsleven heeft echter vertrouwen de Nederlandse aanpak, recent geactualiseerd door het advies van de Deltacommissie.
Steun voor Deltawet, Deltafonds en Deltaregisseur
Het bedrijfsleven steunt de voorstellen om de lange termijn visie op de veiligheid van Nederland vast te leggen in een Deltawet. Ook is coördinatie tussen de verschillende overheden bij de verdere uitwerking essentieel. Een Deltaregisseur die uiteindelijk door het Kabinet wordt aangestuurd kan hierin voorzien. Aandacht vraagt het bedrijfsleven voor de lange termijn financiering van dit project. Deze moet onbesproken zijn en niet onderhevig aan de politieke waan van de dag. De aardgasbaten zijn uitstekende middelen om een fonds voor dit project mee te vullen.
Uiteraard biedt het bedrijfsleven haar innovatievermogen aan om tegen lage kosten de veiligheid te vergroten en rekening te houden met bestaande cultuurwaarden en waarde van natuur te vergroten.
Bescherming Rijnmond gebied
Het Rijnmondgebied vormt het hart van de Nederlandse economie. Terecht wordt door de Deltacommissie aandacht gevraagd voor deze regio. Het bedrijfsleven gaat er vanuit dat in nauw overleg met het bedrijfsleven naar lange termijn oplossingen wordt gezocht om de veiligheid bij hoog water te verbeteren. Een gedegen lange termijn visie op havenontwikkeling en transportmodaliteiten is hierbij dienstig.
Werk met werk maken
Private activiteiten, zoals de winning van bouwgrondstoffen kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de realisatie van andere ruimtelijke doelen, zoals natuurontwikkeling en meer ruimte voor rivieren.
Het bedrijfsleven pleit er voor dat de goede mogelijkheden die er op dit punt zijn in de praktijk, zoveel mogelijk ook daadwerkelijk benut zullen worden.
Benutting land – watergrenzen
Nederland onderscheid zich door grote lengte aan land – water grenzen. Voor (binnen)scheepvaart, recreatievaart, sportvisserij, transportmogelijkheid voor bedrijven biedt dit veel kansen. Omdat ruimte in Nederland steeds schaarser wordt, kunnen water – landgrenzen meehelpen deze ruimte op duurzame wijze zo goed mogelijk te benutten.
Ruimtelijk ontwikkeling dient meer rekening te houden met economische ontwikkeling van water
In de locale visievorming over de ruimtelijke ontwikkeling wordt maar mondjesmaat nagedacht over de potentie van water voor de (lokale) economische ontwikkeling. Hieronder staan enkele concrete suggestie om de watereconomie te versterken.
- versterk de mogelijkheden voor transport over water en havenfaciliteiten;
- zorg voor betere ontsluiting over het water waardoor de economische potentie beter wordt benut;
- versterk de keuze voor energiehavens waar getijdenbeweging restwarmte absorbeert;
- versterk de mogelijkheden voor recreatie langs het water;
- ontwikkel een visie over positionering van bedrijventerreinen langs bevaarbare wateren, om nl. in de toekomst de vrijheid te hebben van transport over water;
- combineer wonen en werken aan het water;
- leg nieuwe (zee)jachthavens aan;
- verbeter de toegang tot havens zoals Amsterdam;
- zorg voor ruimte voor grondstofwinningen langs de rivieren;
Open verbindingen en bevaarbaarheid behouden
Open verbindingen met de Noordzee en het achterland zijn cruciaal voor de Nederlandse havens, maar zijn niet vanzelfsprekend. Intensivering van het gebruik van de Noordzee mag niet ten koste gaan van de aanvaarroutes van havengebieden.
Door klimaatverandering nemen zowel hoge als lage rivierafvoeren toe. Dat vraagt om een slimme positionering van de bereikbaarheid van de havens in de ruimtelijke ontwikkeling van de Noordzee en om een lange termijnvisie op de bevaarbaarheid van Rijn en Maas. Denk aan het op diepte houden van rivieren en aan bovenstrooms gelegen waterbuffers. Ook is de verdere ontwikkeling van schepen met minder diepgang van belang om lage rivierafvoeren te pareren.
Kosten beheersen
Het bedrijfsleven stelt voor dat zij samen met de overheid om tafel gaat zitten om te bezien hoe de publieke kosten voor water en de administratieve lasten, nalevingskosten en toezichtslasten gereduceerd kan worden. Dat is enerzijds door gebruik te maken van de (technologische) innovatiekracht van het bedrijfsleven. Anderzijds door goede institutionele afspraken te maken. Het bedrijfsleven vindt voor de kostenbeheersing de volgende punten van belang.
Sterk oplopende kosten van publieke voorzieningen voor water
Zoals eerder in deze nota aangegeven stijgen de kosten van de publieke voorzieningen de komende jaren sterk. Uit diverse onderzoeken blijkt dat door samenwerking in de afvalwaterketen een besparing tot 30 % mogelijk is. Zakelijke gebruikers betalen ca. 30 % van de zuiveringsheffing van waterschappen.
Het bedrijfsleven vindt daarom dat samenwerking geen vraag moet zijn, maar dat gemeenten en waterschappen harde afspraken moeten maken over realisatie hiervan. Een oplossing is om het transport en de zuivering in een afzonderlijke unit onder te brengen met concrete besparingsdoelstellingen. Gemeenten en waterschappen kunnen deze bedrijven zelf aansturen. Gezien de voorziene grote stijging van de rioleringslasten tientallen procenten, is deze focus op een bedrijfsmatige uitvoering onontkoombaar. Wanneer efficiencyverbetering achterblijft, moet het Rijk zijn verantwoordelijkheid nemen voor een doelmatig functionerende waterketen.
Bedrijfsleven biedt kennis en expertise aan
Het bedrijfsleven biedt aan om haar kennis en expertise in te zetten om samen met waterschappen te bezien hoe de zuivering efficiënter kan. Uit een project in Brabant tussen industrie en waterschap blijkt dat door benchmark er besparingen in orde grootte van 20% haalbaar is.
Exporteren van deze unieke kennis en know how
De publieke watersector heeft een hoogstaande kennisniveau als het gaat om drinkwaterkwaliteit en zuivering van water. Gecombineerd met internationale oriëntatie van het Nederlandse bedrijfsleven dient deze kennis beschikbaar te zijn voor bijvoorbeeld derde wereldlanden, waar de komende decennia de behoefte aan drinkwater en sanitatie sterk toe neemt. Het delen van kennis van de watersector en het vermarkten daarvan hoort op deze agenda.
Grondwaterbelasting curieus
Nederland is in Europa koploper in de hoogte van de belasting op grondwater. De opbrengst van de belasting rolt rechtstreeks in de schatkist. Het bedrijfsleven hekelt deze grondwaterbelasting omdat zij (a) niets te maken heeft met duurzaamheid omdat diepgelegen industriële winningen geen bijdrage leveren aan verdroging van natuurgebieden, (b) het een beperkt aantal, namelijk 4000 bedrijven treft die afhankelijk zijn van grondwater, (c) de perceptiekosten niet aan de norm voldoen en erg hoog zijn en (d) andere lidstaten kennen geen grondwaterbelasting of een veel lagere belasting waardoor Nederland op dit punt voor grondwatergebruikende bedrijven een concurrentienadeel oplevert. Het bedrijfsleven pleit daarom voor een geleidelijke afschaffing van deze grondwaterbelasting.
Afschaffen heffing op reeds gezuiverd water
Ondanks de vergaande reductie van emissies vanuit de industrie is in de Waterwet opnieuw gekozen voor een heffing op al gezuiverd water. Dat is bijzonder vreemd omdat waterschappen voor de helft van het tarief heffing gezuiverd water mogen lozen en gemeenten straks zelfs gratis ongezuiverd water. Dit is meten met drie maten meten en dus discriminerend! De heffing is ook nog eens een rem op regionale zoetwaterprojecten: een bedrijf dat communaal afvalwater inneemt, wordt daarvoor gestraft. Het bedrijf betaalt namelijk het volle pond aan belasting wanneer het dat water na gebruik wil spuien.
Een kleine groep bedrijven brengt daardoor jaarlijks ca. 10 miljoen euro op, zonder dat daar werkelijk een tegenprestatie van de overheid tegenover staat. De belangrijkste bronnen van verontreiniging van het oppervlaktewater betreffen diffuse bronnen en de belasting bovenstrooms. Het bedrijfsleven ziet geen enkele rechtvaardiging voor deze heffing stelt voor deze bedrijven vrij te stellen zoals waterschappen deels en gemeenten geheel vrijgesteld zijn.
Vermindering regeldruk
Het bedrijfsleven stelt in relatie tot het water de volgende zaken voor om de administratieve lastendruk te verminderen.
- Het bedrijfsleven sluit zich aan bij het advies van de Commissie Regeldruk om de watervergunning af te schaffen. Dit levert ca. 100 miljoen euro aan verlichting op voor overheid en bedrijfsleven. De lozingsvergunning kan worden geïntegreerd in de omgevingsvergunning. Begonnen kan worden met op landelijke schaal integreren van vergunningen voor industriële IPPC-bedrijven.
- Daarnaast stelt het bedrijfsleven voor om de nut en noodzaak onderzoeksverplichtingen, de meet- en rapportageverplichtingen die worden opgelegd in kader van vergunning en handhaving te herijken. De BRZO'99 vraagt van bedrijven om in het kader van onvoorziene lozingen een milieu risico analyse (MRA) maken. Hiermee worden de potentiële risico's voor het oppervlaktewater inzichtelijk. Het bedrijfsleven vult middels een electronisch modelformulier in. Het bedrijfsleven twijfelt eraan of de MRA een bijdrage levert aan vermindering van de risico's voor het oppervlaktewater. Wat wordt er met de verzamelde gegevens gedaan? Het bedrijfsleven vindt dat onderzoek gedaan moet worden of de MRA zinvol is.
- In de binnenvaart is nog veel verlichting van de administratieve lasten te bereiken door herziening van het vaartijdenboekje en dienstboekje.
- Tot slot dienen vergunning meer gebundeld te worden op activiteit, niet op overheidsorganisatie. Voor kleiwinnningen zijn bijvoorbeeld 8 vergunningen en ontheffingen nodig. Deze kunnen teruggebracht worden tot één integrale vergunning.
Invoering Europese water- en natuurregelgeving
De invoering van Europese regels moet secuur gebeuren, want anders schaadt het (onnodig) de positie van het Nederlandse bedrijfsleven. Het bedrijfsleven ziet voornamelijk drie risico's voor de innovatie en ontwikkeling van de waterintensieve sector vormen:
- vertraging in de vergunningverlening
- overmatige onderzoekslasten
- stand still voor een inrichting qua emissie van stoffen.
Nieuwe projecten staan daardoor op het spel, maar ook bestaande activiteiten worden bedreigd.
Vogel- en Habitatrichtlijn
Nederland heeft grote delen van het kustwater en zoetwater aangewezen als Vogel- en Habitatgebied: de Waddenzee, het IJsselmeer, de Zeeuwse delta en de rivierbeddingen. Ongeveer 80% van de Natura 2000 gebied is waterareaal! Daarnaast is 'droog' Natura 2000 gesitueerd in de nabijheid van havens en andere watergelieerde activiteiten. Dat heeft praktisch tot gevolg dat elke ontwikkeling op watergebied op een of andere manier in aanraking komt met deze regelgeving.
De uitvoering van de Natuurbeschermingswet zorgt momenteel voor onzekerheid. Het gaat hierbij met name om de hoe met de emissie-eis voor stikstof wordt omgegaan, aangezien geheel Nederland boven de depositiewaarde voor stikstof verkeerd. Daarnaast is van belang te weten met welke onderzoekslast vergunningaanvragers worden geconfronteerd. Ook is de vraag welke rol de ontwikkeling van de beheerplannen gaan vervullen om de vergunningaanvraag soepel te laten verlopen.
In verband met de economische ontwikkeling in en rond het water moet duidelijk worden onder welke voorwaarden een duurzame economische groei mogelijk is. Het Natura 2000 beleid staat bovenaan de lijst van gevreesde regelgeving bij het bedrijfsleven vanwege haar sterk conserverend karakter.
Kaderrichtlijn Water
Momenteel wordt de KRW juridisch verankerd. Het Kabinet zet daarbij maximaal in om de problematiek zoals bij luchtkwaliteit te voorkomen. Dit wordt voluit gesteund door het bedrijfsleven. Maar Nederland wijkt af van Europese definities. Ook Rijkswaterstaat, de provincies en waterschappen moeten beducht zijn voor de juridische doorwerking van de KRW. Hebben provincies voldoende kwaliteit in huis om de juridische risico's te overzien? Het bedrijfsleven vindt dat er én een haalbaar en betaalbaar plan voor verbetering van de waterkwaliteit moet liggen én dat nieuwe ontwikkelingen niet geblokkeerd mogen worden.
Voor het bedrijfsleven zijn de hier genoemde richtlijnen van eminent belang voor de economische ontwikkeling. Zij wil met name voor deze regelgeving afspraken maken om onnodige belemmeringen in de ontwikkeling te voorkomen.
Versterking kennisnetwerk
Innovatie en vernieuwing zijn essentieel voor het Nederlandse bedrijfsleven om de pijler economie met water verder uit te bouwen. Een wel doortimmert en hecht kennisnetwerk (bedrijven, instituten en universiteiten) is een belangrijk hulpmiddel voor het Nederlandse bedrijfsleven. Van belang is dat de Nederlandse instituten en initiatieven op het internationale speelveld een eenheid vormen: Nederland staat synchroon voor het sterke watercluster. Verschillende steden en regio's hebben een eigen plaats in het kennisnetwerk, maar er is éénheid in deze verscheidenheid.
In de 'Maatschappelijke Agenda Innovatie Water' schetst het Kabinet enkele zwakke punten voor het Nederlandse water als het om innovatie gaat. De zwakke punten worden hier kort samengevat.
- Er is te weinig druk om te innovatie te komen en risico's worden vermeden.
- De leveranciersmarkt is versnipperd en kan geen integrale systemen aanbieden.
- De kennis stroomt niet goed door de keten.
- De watersector is verkokerd.
Het exporterende bedrijfsleven draagt echter zelf de verantwoordelijkheid om de zwakke punten aan te pakken. De overheid kan hierin faciliteren.
Netherlands Water Partnership
Een belangrijk samenwerkingskader binnen Nederland is het Netherlands Water Partnership (NWP). Deze organisatie is een samenwerkingsverband tussen bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheden. Het doel is om de exportpositie van de watertechnologiesector en waterbouwsector te versterken.
Het NWP constateert dat de watertechnologiemarkt het komend decennium met minstens 15% toeneemt. Het Nederlandse aandeel daalt in relatieve zin. Om meer te profiteren van deze groeimarkt, wil NWP samenwerking in de leveranciersmarkt stimuleren en de brug tussen kennisinstellingen en bedrijven versterken. Nederland moet zich op de internationale markt als één watercluster presenteren.
Waterakkoord
Nederland en het Nederlandse bedrijfsleven hebben – juist het met oog op klimaatveranderingen – voor de lange termijn veel kansen en mogelijkheden om water en economie blijvend aan elkaar te verbinden en uit te bouwen. Of dit nu gaat over waterbouw, transport en havenfaciliteiten, recreatie, of landbouw, voedingsmiddelenindustrie of de chemie.
Er liggen echter ook risico's in de doorwerking van het Natura 2000-beleid en de Kaderrichtlijn water. Het is het bedrijfsleven er veel aan gelegen om onnodige belemmeringen door deze regelgeving te voorkomen. Dit vertraagt immers de normale ontwikkeling van de economie, lijdt tot economische schade en beïnvloedt het investeringsklimaat. De voedingsmiddelenindustrie in Nederland heeft een bijzondere sterke positie vanwege de beschikbaarheid van excellent grondwater. Deze sector is er veel aan gelegen om dit grondwater te kunnen en te blijven gebruiken. Voedingsmiddelenbedrijven hebben zelf belang bij een duurzaam beheer van hun bronnen en zijn in dat opzicht een partner van de overheid.
Het bedrijfsleven wil samen met de overheid verkennen of afspraken gemaakt kunnen worden om de Nederlandse watereconomie verder uit te bouwen. Deze afspraak houdt in essentie in dat het bedrijfsleven (mede) zorg draagt voor een duurzaam gebruik van water, vooral water wat gebruikt wordt voor consumptieve doeleinden. Anderzijds zorg de overheid er voor dat regelgeving niet tot onnodige belemmeringen leidt, administratieve lasten worden beperkt en de publieke kosten voor water worden beheerst.
Bijlage I: Waterafhankelijkheid economische sectoren
Hieronder wordt voor een aantal sectoren een korte schets gegeven van de waterafhankelijkheid en welke beleidsmatige zaken van belang zijn.
Voedingsmiddelenindustrie
De voedingsmiddelenindustrie is bijzonder afhankelijk van een onbesproken kwaliteit grondwater. In 2007 bedroeg de omzet van deze sector 55 miljard Euro, waarvan waterafhankelijk ongeveer 48 mld. De sector staat of valt bij het kunnen gebruiken van goed water. In het licht van de klimaatsverandering blijft Nederland voor de voedingsmiddelenindustrie ook op lange termijn een belangrijk vestigingsland met groeipotentieel. Afgelopen periode is al door forse efficiency slagen het gebruik van grondwater door de industrie drastisch beperkt.
Voor het Nationaal Waterplan zijn de volgende kwesties van belang:
- De beschikbaarheid van voldoende én kwalitatief goed grondwater moet voor langere termijn gegarandeerd zijn. Water dient van onbesproken kwaliteit te zijn.
- Voorkom ontwikkelingen die een risico vormen voor de kwaliteit van het grondwater zoals het doorboren van beschermende grondlagen.
- Voor winningen die natuurwaarden bedreigen of waar weinig ruimte resteert, kan regionaal het verleggen naar diepere winningen een oplossing zijn.
- Ga uit van de regionale grondwaterbalans. Daarbij past de erkenning dat grondwaterwinning een oplossing kan zijn voor ongewenste vernattingsverschijnselen.
Chemie
De sector chemie vertegenwoordigd een omzet van ca. 50 miljard en levert een bijdrage aan de BBP van 2,9%. De omzet van de sector groeit in 2007 met 7%. Water een belangrijke grondstof en hulpmiddel in de chemie. Water wordt onttrokken uit grondwater, oppervlaktewater of geleverd via drinkwaterbedrijven. Afvalwater wordt alleen nog maar gezuiverd geloosd en deze lozingen voldoen aan Europese standaarden.
Voor het Nationaal Waterplan zijn de volgende kwesties van belang:
- Nationale normstellingen zoals de MTR en VR zijn overbodig geworden door Europese regelgeving zoals REACH en de EQS. Normstelling, uitfasering van kritische stoffen en eisen aan zuivering moeten in Europees kader worden afgesproken (KRW, EQS, IPPC).
- Een lange termijn perspectief op het gebruik van grondwater en oppervlaktewater is essentieel.
- Versterk zoet water en koelwater als vestigingsfactor.
- Het systeem van mengzones (EQS) is van groot belang om onevenredige kosten aan zuiveringen te voorkomen.
- Zet in op samenwerking met regionale partners en kenniscentra, gericht op waardecreatie in de regionale waterketen.
Watersportindustrie en recreatie
De omzet van de watersportsector bedraagt 2,2 miljard. Het ministerie van V&W heeft uitgerekend dat de watergerelateerde vormen van recreatie en toerisme een bijdrage van een kleine 4 miljard levert aan de economie. De sector heeft 30.000 medewerkers, er zijn ruim 400.000 pleziervaartuigen langer dan 4 meter en 1,5 miljoen watersporters. De bouw van megajachten in Nederland voor de wereldmarkt neemt de laatste jaren sterk toe en draagt er toe bij dat de internationale allure van Nederland op scheepsbouwgebied weer toeneemt. Nederland heeft internationaal zelfs eenderde van deze scheepsbouw in handen!
Voor het Nationale Waterplan zijn de volgende kwesties van belang.
- Het is nodig dat er een rijksvisie op de ruimtelijke ontwikkeling van de watersportsector komt als kader voor provincies en gemeenten. Nu worden havengebieden vaak opgesoupeerd door woningbouw. Een combinatie van beide is aantrekkelijk om verouderde havengebieden op financieel gezonde manier te revitaliseren. Hiervoor is meer inzicht in de mogelijkheden van functiemenging bij jachthavens en bij buitengebied met gecombineerd gebruik nodig.
- Bevorderen van bedrijfsclusters voor de het onderhoud en de refit van megajachten. Dit kan concreet door oude scheepswerven of industriehavens samen met de sector te ontwikkelen en door de doorvaart van grote schepen vanaf de werven in het binnenland naar de zee te bevorderen.
- Voortzetten van het beleid om een knelpuntenvrij toervaartnet in Nederland voor pleziervaart te realiseren.
- Terugdringen van de blauwalgen in bepaalde wateren en het verbeteren van de waterkwaliteit voor zwemfaciliteiten. Behalve aan (bron)sanering kan daarbij gedacht worden aan dieper water en beschaduwde oevers.
Zeehavens
Het nationale belang van de Nederlandse zeehavens behoeft natuurlijk geen toelichting. Per jaar bezoeken ongeveer 60.000 zeeschepen de Nederlandse havens en de toegevoegde waarde van de havensector was in 2006 23,6 miljard Euro. De directe werkgelegenheid is rond de 160.000 mensen, maar de afgeleide werkgelegenheid is het veelvoud hiervan.
Voor het Nationaal Waterplan zijn de volgende kwesties van belang:
- Het transport over water neemt toe maar heeft ook nog vele potenties. Watertransport levert een belangrijke bijdrage aan o.a. filebestrijding, verbetering van de bereikbaarheid en verbetering van de luchtkwaliteit. De rivieren zullen daarbij op diepte gehouden moeten worden om de verbindingen over water in goede conditie te houden.
- De Natuurbeschermingswet zorgt momenteel voor onzekerheid en vertraagd de benutting van de potentie van een efficiënt watertransportsysteem. De economische- en natuurbelangen dienen tegen elkaar afgewogen te worden. Duidelijk moet worden welke maatregelen kunnen worden genomen om een duurzame economische groei te behouden in lijn met de doelstellingen voor Natura 2000.
- Op basis van de huidige kennis moet ervan worden uitgegaan dat de klimaatverandering ook gevolgen zal hebben voor de binnenvaart op de rivieren en wel vanwege veranderingen in het afvoerregime. Hiervoor dient een visie te komen hoe met dit probleem om te gaan.
- Havens dienen continue gebaggerd te worden. De kosten van baggeren zijn echter hoog. Verspreiden van schone bagger in de Noordzee, Waddenzee en Oesterschelpen moet ook in de toekomst mogelijk zijn. Afvoeren van verontreinigde bagger is nog veel duurder. Van belang is daarom dat de merendeel opgeschoonde waterbodems in havens niet opnieuw verontreinigd worden. Hiervoor is het nodig dat vooral diffuse verontreinigingen, waaronder historisch verontreinigde sedimenten, op stroomgebiedniveau verder teruggedrongen worden.
- De beschikbaarheid van koelwater wordt steeds belangrijker. Om deze redenen is het verstandig om een visie te hebben dat in een stroomgebied benedenstrooms de ontwikkeling van energiehavens wordt gestimuleerd. Energiehavens leveren een energie-efficiënte en kosteneffectieve bijdrage aan de Nederlandse energievoorziening. In de delta van Eems, Maas, Rijn en Schelde absorberen getijdenbewegingen de restwarmte van energiebedrijven en industrie.
- Door zeespiegelrijzing, mogelijke veranderingen van frequenties en patronen van stormen (stormvloeden) en verhoging van de piekafvoer worden de zeehavens kwetsbaarder. Deze gevolgen van klimaatverandering hebben effect op waterkeringen en buitendijks gelegen gebieden. Een aantal havengebieden ligt deels buitendijks. Hier zal een speciale aanpak voor nodig zijn om het risico op schade beheersbaar te houden.
Binnenhavens
Bij binnenhavens speelt vergelijkbare problematiek als bij de zeehavens. Om die reden zijn de kwesties niet herhaald. Wel worden onderstaand nog een aantal facts and figures gegeven:
Aantal binnenhavens: 389.
Overslag binnenhavens: 380 miljoen ton.
Werkgelegenheid: 66.400 werknemers.
Directe toegevoegde waarde: € 5,7 miljard.
Directe en indirecte toegevoegde waarde: € 8,9 miljard .
De elektriciteitsproductiesector
De elektriciteitsproductie is in belangrijke mate afhankelijk van een betrouwbare koelwatervoorziening. Bij koelwater is het van belang dat dit in grote hoeveelheden beschikbaar is voor kortstondig gebruik. Onnodige lokale beperkingen van warmtelozingen kunnen grote gevolgen hebben voor de leveringszekerheid van elektriciteit en ontwrichten daarmee de samenleving. De economische schade van een dag zonder elektriciteit bedraagt volgens een onderzoek van de Universiteit van Amsterdam € 2,6 miljard.
Voor het Nationaal Waterplan zijn de volgende kwesties van belang
- Een stroomgebiedsgericht aanpak van de milieuproblematiek in het kader van de KRW. De discussie over de koelwaternorm is een pregnant voorbeeld waarvoor een Alleingang van Nederland zinloos is.
- Heldere regels voor normstelling, gebaseerd op integrale milieubenadering en met aandacht voor zowel ecologie en economie. In de praktijk zal er een lokale afweging gemaakt moeten worden tussen ecologische belangen (bijvoorbeeld beheersen van de mondiale CO2-uitstoot en van warmtelozing op de lokale biotoop).
- Betrouwbare en consistente uitvoering van regels, bijvoorbeeld door toepassing van de IPPC-richtlijn zonder regionale verschillen.
Papierindustrie
De papierindustrie heeft een lange traditie in Nederland en heeft sterke internationale positie opgebouwd. De omzet van de Nederlandse papierindustrie is 2,1 miljard Euro, de productiewaarde 5 miljard in 2007. De spin off van de papierindustrie is een factor 3 en vertegenwoordigt in dat geval een omzet van ca. 6 miljard Euro.
Schoon water is een voorwaarde voor de papierproductie. Vandaar dat de papierindustrie zich van oudsher gevestigd heeft langs rivieren en vaarten. Water is hierbij een grondstof en een hulpstof. Water is ook van belang voor het hergebruik van oud papier. Nederland is sterk in het recyclen van oud papier.
Voor het Nationaal Waterplan zijn de volgende kwesties van belang
- Afschaffen van de grondwaterbelasting en -heffingen. De grondwaterbelasting drukt zwaar op de exploitatie van een kleine groep bedrijven. Dat resulteert in een onevenredige zware belastingdruk. In de achterliggende twee jaar zijn vier papierfabrieken onder deze druk gesloten.
- Bevorderen van synergie en samenwerking met overheden en kenniscentra op het gebied van kringloopsluiting.
- Streef bij invoeren van Europese regels naar een gelijk Europees speelveld.
Bouwsector
De bouwsector heeft op verschillende manieren met water te maken. Er worden veel kunstwerken ten behoeve van het waterbeheer en veiligheid gebouwd (dijken, dammen etc). Daarnaast neemt de populariteit om aan water te wonen en daardoor de bouw in en rond water toe. Maar ook wordt de sector om allerlei innovatieve bouwwijzen gevraagd om klimaatbestendig te bouwen. Een voorbeeld zijn de bekende drijvende kassen. Nederlandse bedrijven zijn bovendien overal ter wereld geziene gasten om te bouwen met, in en rond het water (het eiland voor Dubai). De economische waarde die samenhangt met bouwen en water is niet exact bekend, maar bedraagt ongeveer 7 miljard.
Voor het Nationaal Waterplan zijn de volgende kwesties van belang.
- De bouwsector speelt een belangrijke rol spelen voor innovaties en activiteiten in en rond het water. Er lopen diverse programma's in verband met aanpassing van onze samenleving aan de klimaatveranderingen. In de toekomende wil de bouwsector hierin belangrijke rol blijven vervullen.
- Voorkomen moet worden dat luchtkwaliteitsproblemen ontstaan in de waterbouw. Daarvoor is onder andere door IBR onderzoek naar ingezet.
- Voldoende zoet water van een goede kwaliteit trekt nieuwe projecten en investeringen aan.
- De bouwsector maakt in toenemende mate gebruik van energieopslag in de bodem. Grondwater wordt gebruikt om energiebesparingdoelstellingen te realiseren. Het betekent wel veel boringen in de ondergrond.
Grondstoffenwinning
De stroomgebieden van de rivieren zijn belangrijke bronnen voor oppervlaktedelfstoffen zand, grind en klei. Deze zijn van groot belang voor de Nederlandse bouw en de toeleverende industrieën in de bouw. Steeds vaker worden wordt de winning van zand, grind of klei gecombineerd met het zoeken naar meer ruimte voor de rivier, waterberging en natuurontwikkeling.
In Nederland wordt per jaar 150 miljoen ton bulkgrondstoffen voor de bouw verbruikt, zoals zand, grind, klei en kalksteen. Deze grondstoffen zijn nodig voor de productie van cement, beton, baksteen, kalkzandsteen, in de utiliteits- en woningbouw en voor de aanleg van (spoor-)wegen, bruggen, tunnels en dijken. Van benodigde hoeveelheid wordt ca. 85 % (127,5 miljoen ton) gewonnen in Nederland en ca. 15 % (22,5 miljoen ton) geïmporteerd De omzet bedraagt 3 miljard Euro.
Voor het Nationaal Waterplan zijn de volgende kwesties van belang.
- Bij de ruimtelijke ontwikkeling van de rivierengebieden dient bewust naar combinatiemogelijkheden gezocht te worden voor de winning van zand, grind en klei. Delfstoffenwinning kan een kostendrager zijn voor het ruimtelijke project.
- Natuurontwikkeling kan een belemmering zijn voor delfstoffenwinning. Ook hier dient naar kansen gekeken te worden. Delfstoffenwinning kan op duurzame wijze geschieden en hoeft niet schadelijk voor natuurdoelen te zijn.
Bijlage II: Industriële productie in 2001 per deelstroomgebied
Bron: CBS.
|
Deelstroomgebied |
Industriële productie in 2001 (mln. Euro) |
Aandeel in NL |
Regio’s |
Industriële productie in 2001 (mln. Euro) |
Aandeel in NL |
|
Maas |
75.454 |
31,50% |
Limburg
Brabant |
23.734
51.720 |
9,91%
21,59% |
|
Rijn West |
94.544 |
39,47% |
Noord-Holland
Zuid-Holland
West-Utrecht
Rivierengebied |
25.483
50.763
7.621
10.677 |
10,64%
21,19%
3,18%
4,46% |
|
Rijn Midden |
14.606 |
6,10% |
Flevoland
Veluwe
Oost-Utrecht |
2.300
8.495
3.811 |
0,96%
3,55%
1,59% |
|
Rijn Oost |
27.902 |
11,56% |
Zuid-Drenthe
Overijssel
Achterhoek |
4.485
17.048
6.369 |
1,87%
7,12%
2,66% |
|
Rijn Noord |
12.232 |
5,11% |
Friesland
West-Groningen |
7.676
4.556 |
3,20%
1,90% |
|
Schelde |
9.934 |
4,15% |
Zeeland |
9.934 |
4,15% |
|
Eems |
4.837 |
2,02% |
Oost-Groningen
Noord-Drenthe |
3.518
1.319 |
1,47%
0,55% |
VEMW, VNO-NCW, augustus 2008